zondag 19 februari 2017

White trash op het Zweedse platteland

MOTORCITY (Philippe Berthet & Sylvain Runberg)
Wie het werk van Philippe Berthet een beetje kent, denkt meteen aan thrillers, detectives en americana. Berthet is dol op Amerikaanse auto's van de jaren 1950 en hij tekent graag mooie vrouwen. Typisch Berthet is de eerste gedachte als je Motorcity openslaat, maar er zit een addertje onder het gras.
Voor het vierde boek in de voor Berthet gecreëerde collectie Zwartlijn werkte hij samen met Sylvain Runberg, en die ontdekte dat er in Zweden een subcultuur bestaat van jongeren die dwepen met de naoorlogse Amerikaanse cultuur met zijn rock 'n roll en snelle auto's: de raggare-beweging. In deze wereld situeerde Runberg een thriller met tal van elementen die Berthet na aan het hart liggen.
De raggare worden door veel Zweden beschouwd als white trash en in verband gebracht met misdaad en geweld. De hoofdpersoon in Motorcity is Lisa Forsberg, een jonge vrouw die zelf ooit deel uitmaakte van de raggare. Ze komt te werken in Linköping, de stad waarin ze werd geboren en opgroeide. Aan de vooravond van Motorcity, een soort festival met Amerikaanse oldtimers krijgt ze de opdracht om de verdwijning uit te zoeken van Anton Wiger, een 31-jariige man met banden met de raggare. Samen met de knappe, jonge rechercheur Erik Linder gaat Lisa op onderzoek. Ze komt terecht in een schimmige gemeenschap waar iedereen geheimen lijkt te hebben.
Runberg heeft voor Motorcity een knap scenario geschreven. Verschillende plotlijnen lopen in deze detective naast elkaar en je wordt regelmatig op het verkeerde been gezet tot aan het verrassende einde dat je zelfs als doorgewinterde detectivelezer niet echt aan ziet komen. Dat levert in combinatie met het strakke tekenwerk van Berthet een van de betere verhalen in het genre op en het beste deel in de toch al erg goede serie Zwartlijn.
Dargaud 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 16,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zondag 12 februari 2017

'Ze is te zwart, veel te zwart'

DE SOLDAAT EN DE NEGERIN (Sébastien Morice & Didier Quellla-Guyot)
Guy de Maupassant was in zijn tijd een veelgelezen schrijver. In zijn korte bestaan - hij werd drieënveertig jaar - schreef hij talloze korte verhalen die meer dan een eeuw later nog altijd geliefd zijn. Ze verschijnen in boekvorm, worden verfilmd voor bioscoop of televisie en er verschijnen nu ook stripversies van. Nadat Maarten Vanderwiele in 2014 al een aantal korte verhalen bewerkte tot strip (Meneer Bermutier) verschenen kort na elkaar twee uitgaven met  een verhaal van de Maupassant in stripvorm. Vandaag de tweede.
Voor De soldaat en de negerin baseerden Sébastien Morice en Didier Quella-Guyot zich op Boitelle een novelle uit 1889. De tekeningen in deze uitgave zijn heel sfeervol en mooi ingekleurd. Het is het verhaal van de liefde van de soldaat Antoine Boitelle voor de jonge serveerster Norène. Antoine ziet haar werken in het Café des Colonies. Eerst wisselen ze steelse blikken uit, maar dan raapt hij zijn moed bij elkaar en stapt Antoine op haar af. Hij wordt smoorverliefd en wil niets liever dan met haar trouwen. Daarvoor heeft hij echter wel de goedkeuring nodig van zijn ouders en hij neemt haar mee naar het dorpje op het platteland waar hij vandaan komt.
Tot zover lijkt er niets aan de hand te zijn, maar deze vrouw is niet alleen beeldschoon, ze is ook zwart. En dat is een probleem. Hoezeer Norène ook haar best doet en Antoine blijft geloven in verandering, zijn ouders vinden de vrouw van zijn leven te zwart. Hun liefde is onmogelijk.
De soldaat en de negerin is een aanklacht tegen racisme. Zo heel veel is er in een eeuw tijd niet veranderd en de Maupassants naturalistische visie op de mens is nog altijd toepasbaar, ook al spreken we niet meer over negers. Het is daarom vreemd dat de uitgever voor deze titel koos in plaats van de veel neutralere Franse titel Boitelle et le café des colonies  te vertalen. En er rammelt wel meer aan deze uitgave, zoals de vertaling, die hier en daar echt te Vlaams is, wat in de dialogen nog wel te rechtvaardigen valt, maar niet in de beschrijvende teksten.
In de bewerking van Morice en Quella-Guyot is er voor gekozen om het verhaal te vertellen vanuit het perspectief van een oud geworden Antoine, zodat we weten hoe het met hem afloopt. Hoe het Norène vergaat lezen we in een tekstverhaal dat aan de strip is toegevoegd. Een merkwaardige keuze, want hierdoor mist het stripverhaal een hoopvol einde.
Saga 2017; 64 pagina's; harrdcover, kleur; € 19,99
☺☺☺
Deze recensie verscheen in druk (met een iets andere tekst) in de Boekenkrant van februari 2017. En daar staan nog veel meer interessante stukken in. Verkrijgbaar in de boekwinkel.


vrijdag 10 februari 2017

Dieren zijn de nieuwe mensen

HET RIJK 1: HET SEIZOEN DER DEMONEN (Olivier Boiscommun & Sylvain Runberg) 
Het Rijk is een nieuwe serie van Olivier Boiscommun en Sylvain Runberg, twee stripmakers die nog niet zo bekend zijn, maar hun sporen in Frankrijk al verdiend hebben. Runberg schrijft voornamelijk thrillers ,zoals de stripversie van Millennium, en sciencefiction. De door hem geschreven serie Orbital is helaas in vertaling stopgezet. Een dezer dagen verschijnen van zijn hand de eerste twee delen van Warship Jolly Roger. Boiscommun ken je misschien van het tweeluik Het boek van Jack/Jim of Troll. Beide heren sloegen de handen ineen voor een postapocalyptisch sciencefictionverhaal met dieren in de hoofdrol.
De mens is van de aardbodem verdwenen na een grote wereldomvattende ramp en er zijn nieuwe soorten ontstaan. De nieuwe 'mensen' hebben het uiterlijk van dieren, maar niets menselijks is hun vreemd, want ook deze dieren staan elkaar naar het leven. Niet alleen strijden zij tegen elkaar, ze moeten het ook opnemen tegen vernietigende natuurverschijnselen die ontstaan zijn door klimaatverstoringen. Er zijn plaatsen waar de dieren hiervoor kunnen schuilen, maar daar moeten letterlijk offers voor worden gebracht.
Centraal in Het Rijk staan Isaac, Octavia en Pantacrius, drie huurlingen die, in dit eerste deel een rijke groep dieren beschermen die op weg is naar een tempel waar ze kan schuilen voor de naderende, jaarlijks terugkerende demonen uit de oceaan. De route is niet zonder gevaren, want het gezelschap wordt onderweg overvallen door rovers en eenmaal aangekomen bij de tempel wordt hen de weg versperd door een grote groep bandieten die de helft van hun offergaven eist.
Het Rijk doet wel een beetje denken aan De Apenplaneet, een serie boeken en films uit de jaren zestig, waar op pagina 11 ook subtiel naar wordt verwezen. Ook zal vaak de vergelijking gemaakt worden met Blacksad, maar Het Rijk is toch een ander soort verhaal.
Dit eerste deel van Het Rijk leest lekker weg, het is een verhaal vol actie met mooi tekenwerk. De inkleuring is hier en daar wat waterig, maar draagt bij aan de sfeer van het verhaal. De hoeveelheid actie in Het Rijk gaat wel ten koste van de karakterontwikkeling, die nog niet zo uit de verf komt. Het verhaal wordt vaardig verteld, maar is wel enigszins voorspelbaar. Tot aan de laatste verrassende pagina's, die heel nieuwsgierig maken naar het tweede deel van deze eerste tweedelige cyclus, dat gelukkig later dit jaar al verschijnt.
Lombard 2017; 56 pagina's; softcover; € 7,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zondag 5 februari 2017

Een monster tussen de oren

DE HORLA (Guillaume Sorel, naar Guy de Maupassant)
Guy de Maupassant was in zijn tijd een veelgelezen schrijver. In zijn korte bestaan - hij werd drieënveertig jaar - schreef hij talloze korte verhalen die meer dan een eeuw later nog altijd geliefd zijn. Ze verschijnen in boekvorm, worden verfilmd voor bioscoop of televisie en er verschijnen nu ook stripversies van. Nadat Maarten Vanderwiele in 2014 al een aantal korte verhalen bewerkte tot strip (Meneer Bermutier) verschenen kort na elkaar twee uitgaven met  een verhaal van de Maupassant in stripvorm. Vandaag de eerste.
De Maupassant  is waarschijnlijk het meest bekend van zijn liefdesverhalen, maar hij was ook een van de grondleggers van het horrorgenre en schreef een paar doodenge verhalen. De horla is daarvan een mooi voorbeeld.
Op een nacht wordt een rijke man, die alleen woont in een groot huis, wakker uit een nachtmerrie. Een monsterlijk wezen is die nacht op zijn borstkas gaan zitten en heeft hem lastiggevallen. De droom was zo realistisch dat hij het gewicht van het monster kon voelen. Hij wordt doodsbang. De dagen daarna gebeuren er meer vreemde dingen: een onzichtbare hand knipt een roos af, een karaf met water is plotseling leeg… Hij vlucht weg en zoekt hulp, maar de nachtmerries blijven terugkomen.
Het is de lezer dan inmiddels duidelijk dat alles wat er gebeurt zich afspeelt tussen de oren van de hoofdpersoon.
Sorel gaf de hoofdpersoon van De horla een uiterlijk dat veel wegheeft van dat van de Maupassant zelf, zoals we dat kennen van zijn portretten.  Die keuze is niet zo vreemd en goed te verdedigen. Kwam de horror in zijn verhalen immers niet voort uit zijn eigen steeds zieker wordende geest?
Zijn succes als schrijver stelde hem in staat om een luxueus en decadent leven te lijden. Hij kon zich allerlei uitspattingen veroorloven: drank, drugs, vrouwen. Die levensstijl droeg bij aan zijn vroege dood. De Maupassant liep syfilis op. Hij werd schizofreen, deed een zelfmoordpoging en bracht de laatste maanden van zijn leven door in een gekkenhuis.
Guillaume Sorel is de ideale striptekenaar om dit verhaal in beeld te brengen. Hij is een meester in het tekenen van gothic horror, zoals hij al bewees met De typhaon en het nog mooiere Hotel particulier. Sorel is heel spaarzaam met het gebruik van tekst en waar de Maupassant van alles suggereerde met woorden doet hij dat met beelden. Het resultaat is huiveringwekkend mooi.
Daedalus 2016; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

donderdag 2 februari 2017

Een deur naar een andere wereld

HOTEL PARTICULIER (Guillaume Sorel) 
Guillaume Sorel lijkt in een andere tijd te leven. Maar een tijd die alleen in boeken bestaat. Op zijn zee varen zeilschepen en de oceanen worden door monsters bevolkt. In zijn huizen worden donkere kamers schaars verlicht met kaarsen en olielampen en in elke hoek loert het bovennatuurlijke gevaar. Natuurlijk zijn er ook spoken. Lovecraft, Edgar Allen Poe, Mary Shelley, het zijn namen die opkomen als je in het negentiende-eeuwse literaire universum stapt van Guillaume Sorel.
In 2014 verschenen twee boeken van Sorel in vertaling: de maritieme horrorstrip De Typhaon en Hotel Particulier. De hoofdpersoon in Hotel Particulier is een geest. Het boek opent met de regels van Arthur Rimbauds gedicht Ophelia en terwijl we die lezen zien we hoe een jonge vrouw voorbereidingen treft om een bad te nemen en erin stapt om er nooit meer uit te komen. Een ambulance haalt haar lichaam op, maar haar geest blijft achter. Samen met een kat  gaat ze op verkenning in het oude appartementengebouw waarin ze woonde en samen gluren ze naar de achtergebleven bewoners en zijn ze getuige van hun merkwaardige leefgewoontes.
Er is een man die vanuit een kast kijkt naar zijn vrouw en de minnaars die ze mee naar huis neemt. Als ze de liefde bedrijven maakt hij er foto's van. Er is een oude vrouw die katten vangt om er stoofpot van te maken, tot groot ongenoegen van de kat die de geest van Emilie vergezelt en die op gruwelijke wijze wraak neemt. Er is een eenzame schilder en er is een man die  (in zijn fantasie?) seks heeft met de personages uit zijn geliefde, decadente en erotische romans. En er is een kamer met een kast. Wie deur van deze kast opent komt terecht in een andere wereld, waaruit hij nooit meer terug kan keren.
Guillaume Sorel heeft in de loop der jaren een herkenbare, eigen tekenstijl ontwikkelt, maar hij blijft ook experimenteren. In Hotel particulier werkt hij met één kleur inkt, waarmee hij door het meer of minder te verdunnen heel mooie effecten bereikt. Het verhaal wordt in een rustig tempo verteld, maar er bekruipt je als lezer het gevoel  dat er voortdurend iets gruwelijks kan gebeuren. En daar wordt je niet in teleurgesteld.
Een deur naar een andere wereld, spiegels, Eros en Thanatos, allerlei bekende literaire thema's passeren de revue in Hotel Particulier. Sorel verwijst veelvuldig naar de literatuur waar hij van houdt. Dat doet hij met citaten uit het werk van Rimbaud, Baudelaire en Lewis Caroll (het spiegelmotief) en het meest duidelijk in de scènes die zich afspelen in de kamer van de man die leeft tussen deze werken en zich overgeeft aan erotische fantasieën. In zijn kamer hangt ook (een replica van?) Het dodeneiland, het schilderij van Arnold Böcklin en een directe verwijzing naar het stripverhaal waarmee Guillaume Sorel begin jaren negentig bekend werd. En zo valt er nog veel meer te ontdekken in Hotel Particulier.
Los daarvan is Hotel Particulier ook gewoon een spannend, goed verteld en mooi getekend spookverhaal.
Casterman 2014; 104 pagina's; hardcover, kleur; Prijs € 25,00
☺☺☺☺

Deze bespreking verscheen eerder met een iets andere tekst in Zone 5300. Ik publiceer hem nu naar aanleiding van de verschijning van Sorels nieuwe boek De horla, een recensie hiervan kun je dit weekend lezen.