donderdag 7 december 2017

Idiote eenden met smurfenhoedjes

HET 9E EILAND (Marcel Ruijters)
Marcel Ruijters maakte jarenlang strips die het grote publiek links liet liggen. Daar kwam verandering in met Jheronimus, zijn stripverhaal over de schilder Jeroen Bosch. Ruijters werd door Jheronimus ineens wel opgemerkt en het leverde hem zelfs publieke erkenning op in de vorm van een Stripschapprijs.
Jheronimus kostte Marcel Ruijters een aantal jaren van zijn leven en liever dan weer veel tijd te steken in onderzoek en voorbereiding greep hij terug op een van de grootste cliché's van de populaire (strip)literatuur en liet zijn nieuwe boek op een spontane manier ontstaan. Zo groeide wat eerst bedoeld was als een kort verhaal uit tot een paperback van ruim 200 pagina's.
Ruijters heeft met zichtbaar plezier gewerkt aan dit absurde verhaal over een schipbreuk, eilandjes en kannibalen. De hoofdpersoon Scott leidt schipbreuk en belandt op een eiland waar alleen een vrouwelijke kannibaal leeft. Ongetwijfeld waren er ooit meer eilandbewoners, maar er spoelt nu eenmaal niet dagelijks een schipbreukeling aan.
Scott wordt haar minnaar en nadat de vrouw zich tegoed heeft gedaan aan een van de andere schipbreukelingen die minder geluk heeft gehad begint een reis langs 9 eilandjes. Het idiote verhaal zit vol met originele vondsten en  ieder eiland heeft  weer andere rare bewoners zoals een soort eenden met smurfenhoedjes, mensen die niet praten maar mime spelen en een medeschipbreukeling die op een onbewoond eiland een stripwinkel heeft geopend. Dat komt goed uit want Scott is een stripliefhebber die het niet kan laten om regelmatig de vaart uit het verhaal te halen en aan theoretische verhandelingen over het stripverhaal te beginnen. En zo heeft dit absurde verhaal in vier hoofdstukken toch een serieus kantje.
Met Het 9e eiland grijpt Marcel weer terug op de undergroundstrips die hij maakte ten tijde van Dr. Molotov. Het lijkt erop dat Jheronimus een eenmalig uitstapje was en Marcel Ruijters na alle aandacht van een paar jaar terug weer is wat hij daarvoor ook was: een interessante en eigenzinnige kunstenaar die strips tekent voor een kleine groep liefhebbers.
Sherpa 2017; 208 pagina's; paperback, zwart-wit; € 19,95

☺☺☺☺

woensdag 29 november 2017

Homoseksuele ridders met een kinderwens

PAPA ZOGLU (Simon Spruyt) 
Met Simon Spruyt weet je het nooit. Met ieder nieuw boek weet hij weer te verrassen, maar dit keer overtreft hij zichzelf. Hij oogstte veel lof voor de geslaagde graphic novel Junker maar hij bouwde niet voort op het succes, en sloeg weer een nieuwe weg in met als resultaat Papa Zoglu. een kleurrijk album (in veel opzichten) met een aantal verhalen die een samenhangend geheel vormen. Je zou het kunnen omschrijven als een bizarre combinatie van scheppingsverhaal, middeleeuwse heiligenlegende en sprookje.
Papa Zoglu, de hoofdpersoon in de verhalen wordt gebaard door een koe en opgevoed door een oude heks die woont in een huisje op poten. Een verwijzing naar de Russische sprookjesfiguur Baba Yaga? Als hij zeven jaar oud is trekt Papa Zoglu er op uit en hij heeft een aantal ontmoetingen met een homoseksueel ridderkoppel met een kinderwens, een jonkvrouw met een kuisheidsgordel zonder sleutel en een schoorsteenveger. Hij verliest ze alle drie uit het oog, maar zal ze aan het slot van dit boek weerzien en er achter komen dat hij grote invloed heeft gehad op hun leven en dat van hun nakomelingen.
Een vreemd verhaal? Dat wel, maar schitterend in beeld gebracht in een stijl die wat middeleeuws aandoet, maar het geheel geeft ook iets van een prentenboek. Die indruk wordt versterkt door de tekeningen van een of twee volledige pagina's tussen de strippagina's door. Opvallend is ook het ontbreken van zwarte lijnen om de platen en plaatjes heen.
Het plezier waarmee dit boek duidelijk gemaakt is aanstekelijk. Het boek staat vol met knipoogjes naar ons cultureel erfgoed en een soort humor die je als je er gevoelig voor bent, regelmatig luid lachend het boek even opzij laat leggen.,
Papa Zoglu is een van de origineelste en mooist gemaakte stripverhalen die dit jaar verscheen.
Uitgeverij Bries 2017; 96 pagina's; gebonden, kleur; € 22,00
☺☺☺☺☺


zaterdag 25 november 2017

... Was hij maar als paard geboren...

FAMILIEZIEK (Peter van Dingen & Adriaan van Dis)
De makers van Familieziek hoeven eigenlijk niet geïntroduceerd te worden. Peter van Dongen debuteerde in 1990 met de striproman Muizentheater  en maakte daarna het tweedelige Rampokan (1998, 2004), waarvan in de afgelopen jaren ook een Duitse, Franse, Engelse en Indonesische vertaling verschenen. In 2008 begon hij aan deze stripbewerking van Familieziek.
Adriaan van Dis (1946) is een van de belangrijkste schrijvers van Nederland. Hij debuteerde in 1983 met de ontroerende novelle Nathan Sid en brak door bij het grote publiek met de roman Indische Duinen (1993). Adriaan van Dis en Peter van Dongen schelen 20 jaar in leeftijd met elkaar, maar hebben hun 'wortels' met elkaar gemeen. Zijn Indonesische afkomst is een belangrijk thema in het werk van van Dis. We zien het onder andere terug in Nathan Sid, Indische duinen en Familieziek.
In Familieziek portretteert van Dis een gezin dat afkomstig is uit een door oorlog verwoeste Nederlandse kolonie en probeert een nieuw leven op te bouwen in het Nederland van de jaren vijftig. Ze wonen met andere gezinnen uit Indonesië in een voormalig koloniehuis voor bleekneusjes in de duinen bij Bergen aan Zee.
Er zijn een moeder en drie dochters, maar het verhaal gaat vooral over een vader en een zoon. De vader is een man die moeilijk kan omgaan met de nieuwe situatie waarin hij terecht is gekomen. Medicijnen moeten hem op de been houden, maar kunnen zijn driftbuien niet voorkomen, waar vooral de jongen de dupe van is. Aan zijn zussen heeft hij weinig, die fluisteren tussen de gordijnen over geheimen uit het verleden, waar de jongen niets van mag weten. Alleen zijn levendige fantasie waarin hij avonturen beleeft met Schaduwbroer houdt de jongen overeind.
Het verhaal is prachtig in beeld gebracht door Peter van Dongen. In het in vier hoofdstukken verdeelde verhaal beschrijftt hij het leven van het gezin, waarbij hij de essentie van het verhaal raak weergeeft in scènes met net iets meer tekst of juist geen tekst zodat je er wat langer bij stilstaat. De spanning tussen de man en de jongen wordt steeds verder opgebouwd en komt tot een kookpunt in het hoofdstuk Pindaman als de jongen met zijn vader in de duinen is en merkt dat zijn vader meer lijkt te geven om de paarden die hij verzorgt dan om zijn zoon.
Peter van Dongen en Adriaan van Dis hebben lang aan dit boek gewerkt en ik keek er al lange tijd naar uit. Het was het wachten waard.
Scratch 2017; 128 pagina's; hardcover, kleur; € 29,90

☺☺☺☺☺

donderdag 9 november 2017

Een beer van een man in huis

MY BROTHER'S HUSBAND (Gengoroh Tagame)
De meeste mangalezers hadden nog nooit gehoord van Gengoroh Tagame toen in 2014 de eerste pagina's van het vertederende verhaal My brother's husband verschenen in het tijdschrift Monthly Action. Tagame was vooral bekend bij de liefhebbers van bara manga (menzu rabu), een genre erotische gay manga dat zich in tegenstelling tot de softere yaoi richt op homoseksuele mannen. Tagame is een van de meest prominente makers van dit soort strips, waarvan onlangs een uitstekend gedocumenteerde bloemlezing verscheen bij Fantagraphic books met de titel Massive. Tagames mannen zijn doorgaans zeer stevig, flink behaard en bebaard, hebben een stoer uiterlijk en bedrijven harde seks met elkaar.
My brother's husband is Tagames eerste strip voor een algemeen publiek. Er zit geen seks in, maar niettemin leidde het verhaal tot stevige discussies in Japan, want al zou je het niet denken als je de Japanse cultuur alleen kent uit manga, homoseksualiteit is er nog behoorlijk taboe. My brother's husband verscheen na de voorpublicatie als vierdelige serie boeken, waarvan de eerste twee inmiddels werden vertaald en gebundeld door Pantheon Books.
Yaichi is een gescheiden vader die in zijn eentje zorgt voor zijn dochtertje Kana. Zijn ouders leven niet meer en zijn homoseksuele broer Ryoji verloor hij negen jaar eerder uit het oog toen die emigreerde naar Canada. Op een dag staat er een beer van een man voor zijn deur; Mike Flanagan blijkt de echtgenoot te zijn van zijn  broer, die een maand eerder is overleden. Mike is naar Japan gegaan omdat hij het geboorteland van zijn man altijd al heeft willen zien en om met Yaichi, die uiterlijk veel op Ryoji lijkt, over hem te praten.
Er ontstaat een onwaarschijnlijke vriendschap tussen de twee, die vooral door Kana wordt gestimuleerd. Het meisje is vanaf de eerste dag weg van Mike, heeft er geen enkel probleem mee dat hij gay is, en wil het liefst dat hij altijd bij haar blijft.
Het verhaal is een tikkeltje voorspelbaar en dreigt hier en daar wat sentimenteel te worden, maar daar staan heel mooie scènes tegenover. Een van de meest ontroerende momenten vond ik zelf dat waarop een jongen uit de buurt war Yaichi woont zijn coming out heeft bij Mike. Dan moet je toch even slikken. My brother's husband is een hartverwarmend en soms hartbrekend verhaal over gescheiden ouders, homo-ouderschap, coming out en (volgens Tagame zelf) vooral over familie. Ik heb het in één keer uitgelezen en kijk uit naar het vervolg.
Pantheon 2017; 350 pagina's; gebonden, zwart-wit; $ 24,95

☺☺☺☺

maandag 6 november 2017

Observaties van een parkbankje

I. THE PARK BENCH (Christophe Chabouté)
II. ALONE (Christophe Chabouté)

Christophe Chabouté is een man van weinig woorden. Dat is in ieder geval de indruk die je krijgt na het lezen van twee recente uitgaven van zijn werk door een Engelse en een Amerikaanse uitgever. Voor het Nederlandse taalgebied is Chabouté nog een onbekende, er is nog niets van hem vertaald, maar in Frankrijk wordt hij beschouwd als een  belangrijke stripmaker. . Bij het grote (Franse) publiek is hij vooral bekend van zijn stripbewerking in twee delen van Herman Melvilles roman Moby Dick.  
Hij won diverse prijzen en werd in 2008 in Angoulême genomineerd voor Tout seul, waarvan Alone de vertaling is.

Alone gaat over een verlegen, misvormde man, die helemaal alleen woont in een vuurtoren op een eilandje voor de Bretonse kust. Hij is nooit van dit eiland af geweest en kent de wereld erbuiten niet. Een van zijn schaarse bezittingen is een woordenboek. Om zichzelf te amuseren zoekt hij hier een woord in op en probeert zich aan de hand van de omschrijving voor te stellen hoe het voorwerp dat hij heeft gekozen er uit ziet.
Af en toe wordt de eenzame man voorzien van voedsel en wat hij verder nodig geeft door vissers. Onderweg speculeren ze over de man die ze nooit gezien hebben en zijn leven. Een jonge visser wordt nieuwsgierig en stuurt de kluizenaar een briefje. Dan begint zijn leven te veranderen.
Het verhaal van Alone is klein en simpel, maar wordt meesterlijk verteld. Chabouté brengt de man tot leven in gedetailleerde zwart-wittekeningen die zijn dagelijkse routine weergeven. De hoofdstukken die steeds op elkaar lijken, net als de dagen van de kluizenaar, veranderen steeds op een subtiele manier als de dagelijkse sleur plaatsmaakt voor zijn innerlijke leven. Meesterlijk!

The park bench is recenter werk van Chabouté. Het boek met de fraaie titel Un peu de bois et d'acier verscheen oorspronkelijk in 2012. Het volledig tekstloze boek laat een parkbank zien waarop en waaromheen zich een jaar lang van alles afspeelt. In de loop van dat jaar keert een aantal personages steeds terug op de bank en het is alsof de bank zelf meekijkt naar de kleine veranderingen in hun levens. En de lezer met hem. Je leert ze kennen en gaat met ze meeleven.
Een origineel gegeven dat door Chabouté knap wordt uitgewerkt.
I. Faber and Faber 2017; 328 pagina's; paperback, zwart-wit; Prijs £ 14,99
II.Simon and Shuster 2017; 368 pagina's; paperback, zwart-wit; $ 25,00

I.☺☺☺☺ II. ☺☺☺☺☺

maandag 9 oktober 2017

Leven in een niemandsland tussen kindertijd en volwassen zijn

EEN ZUS (Bastien Vivès)
Zo'n acht jaar geleden verscheen De smaak van chloor van de toen nog piepjonge Bastien Vivès, een mooi verhaal dat zich bijna volledig afspeelt in een zwembad. In die periode maakte Vivès in rap tempo het ene na het andere prachtige boek, steeds wisselend van stijl en experimenterend met kleur en vorm. Wat niet veranderde was zijn thematiek. Al de verhalen gaan over jonge mensen die de uitdagingen van het leven aan moeten gaan. Na jarenlang andere dingen te hebben gemaakt pakt hij in Een zus dat thema weer op.
De hoofdpersoon in Een zus is Anthony, een jongen van dertien die jaarlijks met zijn ouders en jongere broer Tim in de zomervakantie twee maanden aan de kust van Bretagne op vakantie gaat. Hij brengt zijn tijd door met tekenen en rondzwerven aan het strand met Tim, op zoek naar schelpen en krabben. Tim is nog echt een kind, maar Anthony begint te veranderen en gaat die zomer een nieuwe levensfase in wanneer Hélène verschijnt. Zij is de dochter van een vriendin van zijn ouders. Hélènes moeder heeft net een miskraam gehad en Anthony's ouders nodigen moeder en dochter uit om bij hun tot rust te komen.
Een zus is een knap geconstrueerd verhaal over de stappen die een jongen zet op weg naar volwassenheid. Zijn jongere broer staat symbool voor de kindertijd die hij bezig is achter zich te laten en van wat de volwassenen doen krijg je nauwelijks iets te zien, waarmee duidelijk gemaakt wordt dat Anthony daar ook nog niet bij hoort. Anthony en Hélène  leven in een soort niemandsland tussen kind zijn en volwassenheid, waarin ze alleen elkaar hebben.
Hélène is een paar jaar ouder dan Anthony en ze is eerst als een soort beschermende oudere zus voor hem, maar die rol verandert. Hélène daagt hem die zomer op allerlei manieren uit. Ze krijgt de verlegen jongen zover dat hij voor het eerst rookt, flessen wijn steelt, meedrinkt met haar en andere tieners en ze kleedt zich zonder schaamte uit waar hij bij is. En Anthony laat zich verleiden. Die zomer heeft Anthony met Hélène zijn eerste seksuele ervaringen. Het is knap van Vivès dat hij bij het vertellen van dit verhaal ook de lichamelijke details niet uit de weg gaat.
Een zus was bij verschijnen in Frankrijk niet onomstreden. In het verhaal is er geen sprake van verliefdheid en heftige emoties, maar van twee jonge mensen die op elkaar zijn aangewezen en samen de seksualiteit ontdekken. Maar Een zus is niet ranzig of pornografisch. Integendeel, het is een gevoelig, integer en menselijk verhaal.
Casterman 2017; 212 pagina's; harde kaft, zwart-wit; € 24,95

☺☺☺☺☺

woensdag 20 september 2017

Op reis met een pratende geit

WAAR DE MIEREN HEEN GAAN (Michel Plessix & Frank Le Gall)
Kort voor zijn dood verscheen er na jaren weer nieuw werk van Michel Plessix in een Nederlandse vertaling: Waar de mieren heen gaan. Michel Plessix werd bekend met zijn bewerking in stripvorm van Kenneth Grahames boek De wind in de wilgen en zijn vervolg hierop: De wind in de woestijn.
Waar de mieren heen gaan borduurt hier in zekere zin op voort. Het is getekend in de zelfde stijl met tot in de kleinste grappige details uitgewerkte tekeningen, Voor het verhaal deed hij dit keer een beroep op Frank Le Gall, die de nostalgisch ingestelde stripliefhebbers nog kennen van de zeevaartreeks Theodoor Cleysters. Hun samenwerking leverde een prachtig boek op.
Waar de mieren heen gaan is een soort oosters sprookje met een wat mystieke inslag. Net als het tekenwerk is ook het verhaal rijk aan details en verwijzingen naar bijvoorbeeld andere sprookjes.
Het is, zoals dat bij sprookjes hoort, op het eerste gezicht een eenvoudig verhaal. De Marokkaanse Saïd is een wat dromerige jongen die graag filosofeert. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af waar de mieren die hij in colonne achter elkaar aan voort ziet kruipen heen gaan. Hij is er namelijk van overtuigd dat ze een doel hebben. Op een dag krijgt de jongen bezoek van zijn opa, die hem mee neemt naar het platteland. De oude man vindt dat hij lang genoeg geiten heeft gehoed, gaat op pelgrimstocht en laat Saïd achter bij de kudde. Onder de geiten bevindt zich er een die kan praten waarmee hij grappige gesprekken heeft. Het hoeden van de geiten boeit de jongen niet erg, veel liever gaat hij de mieren achterna om te zien waar ze heen gaan. Samen met de pratende geit begint hij aan zijn eigen bedevaart, een reis die een verrassende ontknoping heeft,
Waar de mieren heen gaan is een verhaal waarin terloops allerlei levenswijsheid en grote thema's zoals liefde, hebzucht, het doel van je leven voorbijkomen. Het doet met zijn pratende geit en oosterse setting wel wat denken aan De kat van de rabbijn van Sfarr, maar heeft zijn heel eigen sfeer. Een sprookje voor jong en oud dat een groot publiek verdient.
Casterman 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

☺☺☺☺

vrijdag 1 september 2017

Een huis vol herinneringen

LA CASA (Paco Roca)


In 2007 verscheen Rimpels van Paco Roca. Ondanks, of misschien wel dankzij het onalledaagse thema werd deze grafische roman over een dementerende, oude man een bestseller. Niet alleen in eigen land, maar tot ver buiten Spanje werd het boek verkocht en reageerden pers en publiek enthousiast. Een onbedoeld bijeffect van zijn succes is dat Roca tegenwoordig wordt gezien als een soort frontman van de nieuwe generatie Spaanse stripmakers. (zie mijn bespreking van Spanish fever).
Van Rimpels verscheen de Nederlandse vertaling bij Silvester, maar daarna bleef het lange tijd stil. Tot nu toe. Bij soul food comics verscheen La casa.
Het huis (la casa in het Spaans) waarnaar de titel van dit boek verwijst, staat ergens op het Spaanse platteland. Het werd met eigen handen gebouwd door Antonio als vakantiehuis voor hem, zijn vrouw en drie kinderen. De laatste jaren van zijn leven woont hij er na het uitzwermen van zijn kinderen en  de dood van zijn vrouw nog alleen. Nadat Antonio ook zelf is overleden besluiten zijn kinderen om het huis te verkopen en ze komen een weekend bij elkaar om het huis op te knappen voor de verkoop. Het spreekt bijna vanzelf dat daarbij allerlei herinneringen naar boven komen en er oude en nieuwe wederzijdse ergernissen en spanningen opkomen.
Hollywooddrama? Integendeel! Paco Roca pakt het onderwerp vakkundig aan en levert een gevoelig verhaal af dat nergens te sentimenteel wordt. Natuurlijk wordt er veel gepraat in dit boek, maar ook hier toont Roca zijn vakmanschap. Door een uitgekiende pagina-indeling en een slimme afwisseling van tijden met elk een eigen kleurenpalet wordt het ondanks de vele dialogen nooit saai en identificeer je je zonder moeite met overtuigende personages onder helaas voor velen herkenbare omstandigheden.
La casa is een geslaagd verhaal dat Paco Roca maakte als een eerbetoon aan zijn vader. Van Guus van Sonsbeek, de eerder dit jaar overleden oprichter van soul food comics, is het een geschenk aan zijn eigen zoon.
Roca liet al eerder zien dat hij moeilijke onderwerpen (zoals ouderdom) niet uit de weg gaat en levert met La casa een boek op dat we zonder overdrijven mogen rekenen tot het beste dat dit jaar verschijnt.
Soul food comics 2017; 132 pagina's;hardcover, kleur; € 22,50

☺☺☺☺☺

zondag 23 juli 2017

Een prima introductie op de nieuwe Spaanse strip

SPANISH FEVER (samenstelling Santiago Garcia)

Na de dood van dictator Franco beleefde het Spaanse stripverhaal een bloeiperiode. Striptijdschriften schoten als paddenstoelen uit de grond, Spanjaarden konden nu ook kennismaken met strips voor volwassenen die voorheen verboden waren en Spaanse stripmakers hoefden niet langer op zoek te gaan naar werk buiten de landsgrenzen.
Er werd veel vertaald, maar het was ook de tijd waarin een nieuwe generatie striptekenaars doorbrak en zelfs internationaal succes zou kennen: Ruben Pellejero, Daniel Torres, Manfred Sommer… Jordi Bernet, die tot dan toe vooral voor Franse en Belgische uitgevers tekende maakte zijn beste strip voor een Spaans stripblad: Torpedo.
Aan die bloeiperiode kwam abrupt een eind aan het einde van de jaren negentig. Net als in de rest van Europa verdween het ene na het andere striptijdschrift en de markt voor volwassen stripverhalen zakte ineen. Jonge stripmakers zagen zich opnieuw gedwongen om buiten Spanje naar uitgevers te zoeken. Er waren er die voor Marvel gingen werken en anderen klopten aan bij Franse uitgevers, in het geval van Juan Guarnido leverde dat een bestseller op: Blacksad. In Spanje zelf werden de stripschappen hoofdzakelijk gevuld met superheldenstrips en manga.
Het tij keerde zo'n tien jaar geleden met de opkomst van de graphic novel. Persepolis van Marjane Satrapi, Palestine van Joe Sacco en Fun Home van Alison Bechdel sloegen ook in Spanje aan. Dat inspireerde een nieuwe generatie stripmakers om ook graphic novels te maken. Het eerste succes kwam in 2007 met Maria y yo van Gallardo en Rimpels van Paco Roca. Van Rimpels werden meer dan 70.000 exemplaren verkocht, het werd in vele talen vertaald en er werd een tekenfilm van gemaakt. Roca werd de voorman van de nieuwe Spaans strip. Het leverde een hoop nieuwe namen op, maar ook een aantal oudgedienden zoals Max (Bardin de surrealist), Miguel Gallardo of Pere Joan zagen nieuwe mogelijkheden in het format van de graphic novel.
Het leverde nu al een aantal klassiekers op zoals El arte de volar van Altarriba en Kim. Er is tot nu toe erg weinig vertaald in het Nederlands, dus het loont de moeite om eens een stripwinkel of de stripafdeling van de FNAC binnen te stappen als je een keer in bijvoorbeeld Barcelona bent, om te zien wat er tegenwoordig aan oorspronkelijk Spaanse graphic novels gemaakt wordt, maar Spanish Fever is alvast een prima introductie. Deze bloemlezing verscheen oorspronkelijk vijf jaar geleden als Panorama in Spanje en werd opgepikt door Fantagraphics in Amerika, dat er een Engelstalige versie van uitbracht. Het is een dikke en kleurrijke bundel verhalen die laat zien dat er in Spanje momenteel erg goede stripverhalen gemaakt woorden met een enorme variatie aan stijlen en thema's.
Fantagraphics 2017; 300 pagina's; paperback, kleur; Prijs $29,99

☺☺☺☺

donderdag 6 juli 2017

Zwart-wit met bloedrode accenten

IK, MOORDENAAR (Keko & Antonio Altarriba)
Altarriba en Keko (José Antonio Godoy) zijn twee van de auteurs die het Spaanse stripverhaal de laatste jaren nieuw leven hebben ingeblazen. Keko brak als tekenaar door in 2011 met La protectora, een bewerking van Henry James' The taming of the shrew. Altarriba schrijft romans en scenario's. Hij oogstte veel lof voor El arte de voler, getekend door Kim (Joaquim Aubert Puigarnau),waarin hij een halve eeuw Spaanse geschiedenis vertelt aan de hand van het leven van zijn vader. Een verhaal van Kim en Altarriba is opgenomen in Spanish Fever.
In het dagelijks leven is Altarriba docent aan een universiteit. Wellicht inspireerde deze omgeving hem tot het schrijven van Ik, moordenaar. De hoofdpersoon van dit boek, Enrigue Rodriguez Ramirez is professor kunstgeschiedenis aan de universiteit van Baskenland. Zijn specialiteit is pijn, lijden en marteling in de westerse schilderkunst, een thema dat hij in zijn colleges verkent aan de hand van het werk van mensen zoals Goya, Munch en Bacon.
Maar het blijft voor Rodriguez niet bij de theorie, hij is zelf ook kunstenaar, een performancekunstenaar zonder publiek. Rodriguez beschouwt het vermoorden van mensen als de puurste vorm van kunst en begaat onopgemerkt de ene na de andere moord. Hij bereidt zijn acties zorgvuldig voor en doodt nooit twee keer op dezelfde manier. Hij werkt zijn moorden zo geraffineerd uit dat hij ongemerkt zijn gang kan blijven gaan. Totdat een collega en rivaal van hem wordt vermoord en hij de eerste verdachte is.
Ik, moordenaar is dus geen whodunit, vanaf de eerste pagina is duidelijk wie de moordenaar is, maar de lezer krijgt in dit in de ik-vorm vertelde verhaal een kijkje in zijn geest, waar gek en geniaal heel dicht bij elkaar liggen. Toch is Ik, moordenaar een spannend verhaal want ontdekking ligt natuurlijk voortdurend op de loer en hoe blijft Rodriguez, hoe geniaal hij ook is, uit handen van de politie? Maar het is niet alleen spannend, het bevat ook schitterende dialogen en mooi tekenwerk. Keka heeft goed gekeken naar de meesters van de zwart-wittekening zoals Will Eisner en Alberto Breccia en bewijst zijn talent met deze gruwelijke graphic novel in zwart-wit met bloedrode accenten.
Scratch 2017; 136 pagina's; hardcover, zwart-wit met rood; € 24,90

☺☺☺☺

zaterdag 24 juni 2017

Een gril van het lot

HIBAKUSHA (Olivier Cinna & Thilde Barboni)
De titel van dit boek verwijst naar een Japans woord voor 'de overlevende van de bom'. Met deze bom wordt de atoombom bedoeld die in 1945 Hiroshima en Nagasaki verwoestte. Deze historische gebeurtenis vormt de achtergrond waartegen Hibakusha zich afspeelt.
Ludwig Mueller is een jonge Duitse vertaler ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.  Hij staat op een unt in zijn leven dat hij zijn huwelijk en zijn rol als vader beu is. Dan wordt hij door de nazi's naar Japan gestuurd om er militaire teksten te vertalen. Zijn komst naar Japan betekent een terugkeer naar het verleden, een liefde in het heden en een schaduw naar de toekomst.
Ludwig leert een Japanse vrouw kennen met wie hij een gepassioneerde verhouding begint en waar door de val van de bom een einde aan komt. Maar door een gril van het lot zal het beeld van hem voor altijd in steen gevangen blijven.
Het eerste dat opvalt aan Hibakusha zijn de mooie, krachtige penseeltekeningen van Olivier Cinna, voor wie dit zijn eerste Nederlandse vertaling is. Het is een aangename kennismaking. Het scenario van Hibakusha werd geschreven door Thilde Barboni op basis van haar eigen novelle Hiroshia, fin de transmission. Het is haar eerste stripscenario en het hoogdravende taalgebruik nemen we voor lief, maar haar onervarenheid blijkt vooral uit het feit dat ze erg veel in maar 64 pagina's heeft willen stoppen. Een liefdesverhaal, een verhaal over een man die worstelt met zijn geweten, het verlangen van een vader naar zijn kind, de wreedheid van het militaire apparaat, het is nogal veel voor zo'n beperk aantal pagina's.
Dat het verhaal desondanks overeind blijft en indruk weet te maken is vooral te danken aan het mooie tekenwerk van Cinna.
Dupuis 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

☺☺☺

zondag 18 juni 2017

Een eerbetoon aan de schilderkunst

VERSTILD LEVEN (Oriol & Zidrou)
In Verstild leven voeren Zidrou en Oriol de kunstschilder Vidal Balaguer (1873-1899) ten tonele, een tijdgenoot van onder andere Picasso, die einde negentiende eeuw in Barcelona actief was. Hij maakte een stormachtige carrière waar plotseling een einde aan kwam. Balaguer weigerde vaak om zijn werk te verkopen en daarom is er niets van hem terug te vinden in musea. Hijzelf verdween zonder een spoor achter te laten in 1899.
Voor die plotselinge verdwijning geeft Zidrou een magisch-realistische verklaring. Met zijn penseel laat Balanguer verdwijnen wat hij heeft geschilderd. Daar komt hij achter als een van zijn modellen verdwijnt en de politie een onderzoek instelt.
Zidrou en Oriol schetsen een mooi beeld van het artistieke milieu in Barcelona rond de eeuwwisseling dat zich grotendeels afspeelt in Els Quatre Gats, de kunstenaarssociëteit waar de modernisten samenkomen. Oriol (De huid van de beer, Drie vruchten) heeft zich helemaal uitgeleefd op het artwork dat een eerbetoon is aan de schilderkunst. Het levert een prachtig boek op.
Maar dat niet alleen. Het is ook een geslaagde grap. Wie op zoek gaat naar Balaguer via Google komt al snel terecht op een fakepagina van Wikipedia. Balaguer heeft nooit bestaan, maar werd bedacht door Zidrou en Oriol. Dan blijkt Verstild leven de biografie te zijn van een fictief personage. Maar wel een mooie. Knap gedaan.

64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

maandag 12 juni 2017

Een uitvreter in huis

DE ZWERVER (Maarten de Saeger)
In mei 2015 debuteerde Maarten de Saeger met Mijn begrafenis, een knap gemaakte graphic novel met een verrassende plot. Krap twee jaar later is er zijn tweede boek De zwerver. Verwacht net als in Mijn Begrafenis geen sympathieke hoofdpersonen. Het verhaal draait om Ines, een neurotische vrouw die ieder uur van haar leven inplant en voor wie alles op de juiste plaats moet staan. Hannes is een slome sul zonder een greintje eigen initiatief. En tot slot is er de zwerver, een uitvreter.
Tot grote verrassing van hun kennissenkring worden Ines en Hannes een stel en gaan ze samenwonen. Maar al na korte tijd komt Ines erachter dat ze niets meer om Hannes geeft. Dat vertelt ze hem en vervolgens kan Hannes vertrekken. Hannes probeert elders een eigen leven op te bouwen net als zijn ex, maar hij kan haar niet vergeten en zoekt troos bij een opblaaspop. Ines is intussen in een klein huis buiten de stad gaan wonen. Alleen. Tot ze op een dag de zwerver ontmoet. Hij is behulpzaam, klust voor Ines in haar huis, strooit met mystieke wijsheden en is niet van plan om het huis van Ines nog te  verlaten. Hij dringt zich aan haar op en als de situatie haar steeds meer gaat benauwen belt Ines haar ex en vraagt hem om hulp. Maar kan deze slappeling wel op tegen de zwerver of valt hij ook aan hem ten prooi?
Met De zwerver heeft Maarten de Saeger opnieuw een knap verhaal gemaakt over elkaar wederzijds  aantrekken en afstoten. Serieus en ook licht absurdistisch. Hij gebruikt een eenvoudige tekenstijl met minimale decors en zonder overbodige details zodat niets de aandacht afleidt van het verhaal.
Uitgeverij Bries; 176 pagina's; paperback, zwart/wit; € 20,00

☺☺☺☺

donderdag 1 juni 2017

Op zoek naar het hart van een trol

KLEINE BROER (Øyvind Torseter)


Twee jaar geleden verraste de Noorse illustrator Øyvind Torseter met Het Gat, een boek met een gat erin, waaromheen hij een verhaal opbouwde. Het grappige mannetje dat in dit verhaal de hoofdrol speelde keert terug in Kleine Broer.
Torseter baseerde zijn verhaal op een Noors sprookje van Asbjørnsen en Moe, de Noorse gebroeders Grimm, zeg maar. Kleine Broer is de zevende van vier kinderen. Zijn zes oudere broers zijn gevangen door een trol en in steen veranderd. Om zijn broers te redden moet hij het hart van de trol vernietigen. Er is echter een probleem: het hart van de trol bevindt zich niet in diens lichaam. Maar waar het dan wel is? Kleine Broer gaat op zoek naar het hart en krijgt bij zijn speurtocht gelukkig hulp van een prinses.
Kleine Broer is een heerlijk boek voor jong en oud dat vol staat met humoristische tekeningen, veel details, mooie vondsten en geestige dialogen. Het artwork is minder sober dan in Het gat. Sterker nog, Torseter heeft alle registers opengetrokken om van elke pagina een kunstwerkje te maken. Het boek is bovendien heel mooi uitgevoerd.
De Harmonie 2017;120 pagina's; ugebonden, kleur; € 24,90
☺☺☺☺


maandag 29 mei 2017

Een dagje naar het strand

LEVE DE BRANDING! (David Prudhomme & Pascal Rabaté)
Ieder jaar als de zon begint te schijnen en de temperatuur stijgt doet zich een merkwaardig verschijnsel voor: de trektocht naar het strand en de zee. Massaal trekken de mensen naar de kust in volgepakte auto's, die stilstaan of vooruit kruipen in de file. Of ze reizen dicht opeengepakt in stampvolle treinen. Allemaal met één doel: een paar uur genieten van warm zand, zout zeewater en een brandende zon. Bizar gedrag dat zich voordoet in  Nederland en België, maar ook in Frankrijk.
Als twee striptekenende cultureel antropologen beschrijven David Prudhomme en Pascal in Leve de Branding! zo'n dag aan het strand van het fictieve Franse kustplaatsje Poloyas. Het begint met de reis er naar toe. Een lange stroom auto's gaat op weg… en komt even later tot stilstand. Maar eindelijk is er dan het strand. Moeder vraagt zich af of ze topless gaat en vader houdt zijn buik in als hij langs het naaktstrand loopt. Er wordt gezwommen, gespeeld, geflirt, er worden zandkastelen gebouwd…
Met veel liefde en humor tonen Prudhomme en Rabaté een mooie dag in het leven van een willekeurige groep mensen. Het verhaal is knap gecomponeerd als een soort collage. Verschillende mensen gaan los van elkaar naar het strand en hun belevenissen worden gevolgd, maar soms raken al de verschillende verhaallijnen die ze meenemen elkaar en dan ontstaat er iets moois.
Leve de branding! is een kostelijk boek dat een kijkje biedt in een kleine badplaats en alle types die je daar tegenkomt. Ze drijven er de spot mee, maar doen dat met zoveel liefde dat het verhaal tegelijk ook een soort hommage is aan de strandvakantie. Een erg leuk boek.
 Scratch 2017; 120 pagina's; hardcover, kleur; € 24,90

☺☺☺☺

woensdag 24 mei 2017

Het huis waarin David Jones Bowie werd

HADDON HALL (Nejib)
Als huizen konden praten zouden ze heel wat te vertellen hebben. Neem nu Haddon Hall. Deze villa in een buitenwijk van Londen bood in de jaren zestig onderdak aan een kleurrijk gezelschap van artiesten en muzikanten met als spilfiguur David Jones, die in dit huis zichzelf zou uitvinden als David Bowie.

In de naar Haddon Hall genoemde graphic novel wordt het verhaal van de jaren die hij er doorbracht verteld door het huis zelf. Het verhaal begint aan het eind van de jaren zestig. Angie en David hebben het huis gekocht en organiseren een groot feest voor de Londense scene. Iedereen is er en het is al heel druk als Marc Bolan er arriveert en een rondleiding door het huis krijgt van David. In de daarop volgende maakt het huis van alles mee: er wordt geblowt, geneukt, geslapen en vooral veel gejamd.
David Bowie heeft enige bekendheid als popmuzikant en wat hitsucces gehad, maar het lukt niet om het succes te bestendigen. Uiteindelijk slaagt Marc Bolan er als eerste in om een platencontract in de wacht te slepen. Intussen slaat Bowie het aanbod af om een Engelse versie van Claude Francois' Comme d'habitude op te nemen onder de titel My way en gaat stug door met het ontwikkelen van zijn eigen stijl.
Uiteindelijk leiden al zijn inspanningen tot de creatie van Ziggy Stardust and the spiders from Mars en David wordt Bowie. De rest is geschiedenis. Het hele verhaal wordt in Haddon Hall verteld in lijntekeningen die vaak, maar niet altijd opvallend basic zijn ingekleurd. Af en toe slaat de psychedelica toe en spatten de kleuren van een pagina. Het past heel mooi bij het verhaal dat met veel humor verteld wordt.
Ongetwijfeld heeft de dood van Bowie een rol gespeeld bij de beslissing van de Engels uitgeverij om dit boek, dat oorspronkelijk in 2012 onopgemerkt bij Gallimard verscheen, te vertalen. Maar het was een goed idee.

Selfmade hero; 144 pagina's; hardcover, kleur; ₤ 14,99 

maandag 15 mei 2017

Op zoek naar de steenpatrijs

DE TRIOMF VAN MIJN VADER (Serge Scotto, Eric Stoffel & Morgann Tanco)
Marcel Pagnol (1895 - 1974) is een populaire auteur in Frankrijk. Hij debuteerde als toneelschrijver in 1925, schreef en regisseerde talloze films en toneelstukken en werkte vanaf 1957 aan Souvenirs d'enfance, een vierdelige serie romans met jeugdherinneringen.
La Gloire de mon Père is hiervan het eerste boek. Het verhaal speelt zich af aan het begin van de twintigste eeuw en beschrijft grotendeels een vakantie die de jonge Marcel met zijn ouders, jongere broer en zus, tante en 'oom' Jules doorbrengen in een villa tussen Aubagne en Aix in de Garrigue, een schitterende, rotsachtige omgeving. Marcel brengt er veel tijd door met zijn broertje in de natuur waar ze beide vaak verkleed als indianen op avontuur gaan. Marcels vader, een bescheiden onderwijzer en atheïst, heeft er heftige discussies met de katholieke snoever Jules. Op een dag besluit Jules om met Marcels vader te gaan jagen. Jules hoont de man die nauwelijks een deugdelijk geweer heeft, terwijl hij met een prachtig vuurwapen en een briljante techniek vrijwel nooit een prooi mist. Het is hun grote uitdaging om een steenpatrijs, de koning onder de patrijzen, te schieten. Ze beloven Marcel dat hij   met de jacht, maar breken hun belofte. De jongen volgt hen van een afstand en dankzij hem beleeft zijn vader de triomf waarnaar de titel van het boek verwijst.
De Franse stripuitgeverij Bamboo geeft sinds kort de jeugdherinneringen en toneelstukken van Pagnol, in samenwerking met zijn kleinzoon, uit als stripalbum en die reeks verschijnt nu ook in het Nederlands. De triomf van mijn vader is een heel fraaie stripversie van het boek (dat als roman niet in het Nederlands verkrijgbaar is) geworden. Morgann Tanco heeft een heel prettige tekenstijl waarin ze realistische decors combineert met half realistisch getekende personages. De sfeer van het boek is goed getroffen met overtuigende personages, mooie beschrijvingen, waarin de dichterlijke stijl van Pagnol zo veel mogelijk bewaard is gebleven en indrukwekkende decors. En hoewel die decors heel Frans zijn, zijn de thema;s die worden aangesneden universeel: de kindertijd, familieleven, respect voor de natuur en voor je medemensen.
Saga 2017; 104 pagina's; hardcover, kleur; € 24,95
☺☺☺

Deze bespreking verscheen in een iets andere vorm ook in De Boekenkrant van april 2017

woensdag 3 mei 2017

Leven in totale onzekerheid

GEGIJZELD (Guy Delisle)
Hoe voelt het om gegijzeld te zijn? Dat maakt Guy Delisle op indringende wijze duidelijk in Gegijzeld. Delisle maakte tot nu toe vooral reisverslagen. Hij leefde en werkte in verschillende delen van de wereld en maakte daar een paar mooie boeken over: Shenzen, Pyongyan, Birma en Jeruzalem.

In Gegijzeld beschrijft Guy Delisle 111 dagen uit het leven van Christophe André, een medewerker van een medische NGO die bij zijn eerste missie in de Kaukasus wordt ontvoerd. Hij wordt opgesloten en leeft wekenlang op groentesoep, brood en thee. Het grootste deel van de tijd verblijft hij geketend in totale eenzaamheid in zijn cel. Het is volkomen onduidelijk waarom hij ontvoerd is, hoe lang zijn gevangenschap zal duren en of hij het sowieso zal overleven.
Nadat Delisle  Christophe André  een paar keer had ontmoet en gesproken besloot hij om dit verhaal te vertellen. Gegijzeld is een dik boek geworden waarin bijna niets gebeurd. Dat is niet negatief bedoeld, het is een bewuste en heel goede keuze. De pagina's gaan aan je voorbij zoals de dagen aan André voorbijgingen tijdens zijn gevangenschap, eentonig en bijna zonder dat er iets gebeurt. Elke dag lijkt hetzelfde en door op een subiele manier te spelen met kleur, licht en schaduw geeft Delisle Christophes wisselende stemmingen weer van hoop naar wanhoop en totale doodsangst. Door op deze manier te werk te gaan kunnen we ons verplaatsen in zijn situatie.
En die grijpt je naar de keel. Gegijzeld is een indringend boek en het is moeilijk om het in een keer uit lezen. Guy Delisle is erin geslaagd om een meeslepend verhaal te maken dat je er als  lezer bijna tastbaar bewust van maakt hoe het voelt om in een situatie van totale onzekerheid te verkeren. Een knappe prestatie.
Scratch 2017; 432 pagina's; paperback, kleur; € 29,90

☺☺☺☺☺

zondag 30 april 2017

Er zijn grenzen aan wat een moeder kan verdragen

HAD MENEER NOG IETS GEWENST? (Virginie Augustin & Hubert)
Edward is een jonge edelman die leeft in het Victoriaanse tijdperk. Sir Edward is een losbol. Ondanks zijn jonge leeftijd heeft hij al zo ongeveer alles gedaan wat er op erotisch gebied mogelijk is. En met bijna iedereen. Zijn indrukwekkende lid is haast beroemder in Londen dan Edward zelf. Maar zijn liefhebberij begint uit de hand te lopen. Steeds vaker wordt hij 's nachts  knock-out met de koets vervoerd naar zijn imposante woning. Een huis waarin twintig bedienden altijd voor hem klaar staan.
Op een dag voegt Lisbeth zich bij Edwards huishouding. Als zij een keer 's nachts moet werken wordt Edward dronken en in elkaar geslagen thuisgebracht. Ze kleedt hem uit, legt hem in bed en verzorgt zijn wonden. Ze blijft bij hem waken terwijl Edward zijn roes uitslaapt. Ze houd zich niet aan de regels van het personeel en begint een gesprek met hem. Edward is verbaasd dat het lelijke meisje niet onder de indruk is van zijn grote reputatie. Er groeit een band tussen de twee en Lisbeth wordt Edwards vertrouweling. Ze hoort zijn verhalen aan over zijn liederlijke uitspattingen zonder een spier te vertrekken. Bij haar kan hij alles kwijt. En hij gaat van haar houden.
De rest van het personeel is er niet gelukkig mee dat sir Edward een eenvoudig dienstmeisje in vertrouwen neemt en wijst haar op haar plaats. Ook de moeder van Edward is ongelukkig met de situatie. Zijn losbandige leven is nog tot daar en toe maar er zijn grenzen aan wat een moeder kan verdragen.
Had meneer nog iets gewenst? is in veel opzichten een perfect stripverhaal. Virginie Augustin maakt van iedere pagina op zich een kunstwerkje in een wat schetsmatige stijl, waarbij ze telkens een beperkt aantal kleuren gebruikt dat bij de personages en bij de situatie past. De dalogen zijn heel sterk en met zijn uitspraken steekt Edward Oscar Wilde regelmatig naar de kroon.
Had meneer nog iets gewenst? is een mooi, gelaagd sprookje voor volwassenen waarin grote thema's worden aangekaart en met een hartverscheurend einde.
Blloan 2017; 96 pagina's; uitvoering; € 19,95

☺☺☺☺☺

donderdag 27 april 2017

Moord op het Franse platteland

HET VERSLAG VAN BRODECK (Manu Larcenet, naar Philippe Claudel)
Sinds hij De dagelijkse worsteling publiceerde, wordt Manu Larcenet gerekend tot de belangrijkste Franse stripmakers van deze tijd. Hij blijft continu vernieuwen en verrassen. Na De dagelijkse worsteling maakte hij de vierdelige striproman Blast, die alom werd geprezen. Veel lof was er ook voor het daarop volgende werk, Het verslag van Brodeck, dat na wat omzwervingen bij verschillende uitgevers uiteindelijk bij Dargaud in een Nederlandse vertaling verschijnt.
Het verslag van Brodeck bestaat uit twee delen, het tweede verschijnt dit najaar in vertaling, en is gebaseerd op de gelijknamige roman van Philippe Claudel. Het is het verhaal van een man die door zichzelf te laten vernederen de oorlog en het verblijf in een kamp heeft overleefd. Na de oorlog keert hij terug naar zijn dorp. De wat zonderlinge Brodeck woont hier aan de rand samen met zijn dochter en echtgenote, die net als hij getekend is door de oorlog.
Op een dag belandt er een vreemdeling in het dorp, die al snel door de dorpsgenoten 'de anderer' genoemd wordt. Een paar dagen later is hij dood, vermoord. De dorpsbewoners benaderen Brodeck om een verslag te schrijven van de gebeurtenissen die tot de dood van de anderer geleid hebben. Brodeck aanvaardt de opdracht, maar besluit om twee verslagen tre schrijven, een voor de dorpsgenoten, het officiële en een voor zichzelf en dat is het verhaal dat we nu lezen.
Het tekenwerk van Larcenet in dit boek is magistraal. Hij kiest ervoor om het verhaal te vertellen op verticale (liggende) pagina's. Een film-achtige aanpak die hem de gelegenheid geeft om het landschap in panoramische beelden voorbij te laten trekken, maar ook om in te zoomen op de lelijke koppen van de dorpsbewoners en allerlei details. Zijn krasserige pentekeningen doen wat denken aan het werk van Alberto Breccia (Mort Cinder).
Het verslag van Brodeck is rijk aan details, de tekeningen nodigen uit om ze heel goed te bekijken en tot je door te laten dringen. Wat je hier voorgezet wordt is geen gemakkelijke kost, het verhaal wordt traag verteld, is somber en complex, aangrijpend. Maar o, wat is het mooi en meeslepend.

 Uitgeverij Dargaud 2017; 160 pagina's; hardcover met slipcase, zwart/wit ;  € 24,95