maandag 19 december 2016

Onwaarschijnlijke gebeurtenissen

Jan Kordaat Integraal 2: 1946 -1950 (Eddy Paape, Jean Doisy & Yvan Delporte)
Joseph Gillain (Jijé) is halverwege de jaren veertig van de vorige eeuw vrijwel onmisbaar voor het Robbedoes. Het tijdschrift publiceert dan vooral vertalingen van Amerikaanse strips, maar hij is verantwoordelijk voor twee van de belangrijkste eigen producties: Robbedoes en Jan Kordaat. Als hij besluit om met beide reeksen te stoppen moeten er opvolgers gezocht worden om ervoor te zorgen dat de series bleven verschijnen. André Franquin krijgt Robbedoes (en de rest is geschiedenis) en Eddy Paape neemt Jan Kordaat over.
Eddy Paape heeft op dat moment nog geen enkel stripverhaal getekend. Zijn debuutwerk verschijnt in december 1946 in de Robbedoes Almanak 1947: De treinramp. Tegelijkertijd loopt in Robbedoes Jan Kordaat en de gestolen Rubens. Beide verhalen werden geschreven door Jean Doisy, die ook voor Jijé de verhalen van Jan Kordaat al schreef. Na 'Diamanten', het derde door Paape getekende verhaal houdt Doisy er mee op om zich toe te leggen op het schrijven van proza en artikelen voor weekbladen. Paape gaat alleen verder en blijft pagina's publiceren terwijl hij per week bedenkt hoe het verhaal verder zal gaan. De ruim tachtig pagina's die in deze integrale zijn opgenomen als Jan Kordaat, speurder, maken daardoor een wat stuurloze indruk. Vanaf 1949 werkt Paape samen met Yvan Delporte, die debuteert als scenarist. De twee laatste verhalen in dit boek komen voort uit die samenwerking: De Duivelsrots en Jan Kordaat en Jefke tegen Cor Aasgier.
In Jan Kordaat integraal 2 staan de ruim tweehonderd pagina's die Eddy Paape van 1946 tot 1950 tekende. In de loop der jaren hebben die een legendarische status gekregen, ze verschenen uitsluitend als vervolgverhalen in Robbedoes. Het is voor het eerst dat ze in boekvorm verschijnen. Aangezien er vrijwel geen originelen bewaard zijn gebleven zijn de pagina's zorgvuldig gereproduceerd vanaf de tijdschriftpagina's en gerestaureerd voor deze uitgave.
Kenners beschouwen de Jan Kordaat-verhalen die Paape maakte niet als de beste van de reeks, met uitzondering van het door Charlier geschreven verhaal: Het geheim van de Donkerburcht. Is dat terecht? Zeker, de verhalen zijn verouderd, gebeurtenissen zijn soms zeer onwaarschijnlijk en het brave padvindersgevoel is in de Doisy-verhalen nog nadrukkelijk aanwezig. Het is ook een gegeven dat er in die jaren nog in de eerste plaats werd getekend voor het tijdschrift en het verhaal per week werd bedacht (er werd geen scenario vooraf geschreven) zodat er nogal eens gegrepen wordt naar een Deus ex machina. Je moet ook niet vergeten dat hier een debutant aan het werk is die al publicerende het vak leert.
Als je er op die manier naar kijkt is dit een heel interessante uitgave. Voor het eerst is te zien hoe Eddy Paapes talent als striptekenaar zich in een paar jaar tijd snel ontwikkelt. Hij schudt de invloed van Jijé van zich af, verwerkt meer invloeden uit de Amerikaanse strip en ontwikkelt een eigen dynamische tekenstijl die een voorbeeld is voor latere generaties.
In de verhalen die hij met Delporte maakt zie je ook dat hij gaat spelen met de pagina-indeling en dat levert heel mooie resultaten op. Gelijdelijk aan transformeert Jan Kordaat in de 'Paape-jaren' van een brave padvinder naar een avonturier die de wereld rondreist. Daarmee legt hij de basis voor de reeks verhalen die in de jaren vijftig een nieuwe bloeiperiode van de reeks inluiden.
Net als deel 1 van Jan Kordaat integraal is ook dit deel voorzien van een zeer gedegen inleiding en veel uniek illustratiemateriaal. In combinatie met de verhalen levert dat weer een prachtig tijdsbeeld op.
Scratch ; 288 pagina's; hardcover, kleur; € 39,90
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie posten