vrijdag 30 december 2016

Een nukkige puber

ROBBEDOES: HET LICHT VAN BORNEO (Frank & Zidrou)
Frank (Pé) houdt van dieren en hij kan ze prachtig tekenen en schilderen. Dat er in zijn Robbedoesverhaal veel dieren staan was dus te verwachten. Robbedoes: Het licht van Borneo is het eerste stripverhaal van Frank in zeer lange tijd. Hij begon in de jaren tachtig voor het weekblad Robbedoes te werken en werd bekend met de serie Ragebol, over een dromerige jongen die dol is op de natuur en die de drempel overstapt naar de volwassenheid. Eerlijk gezegd lijkt deze Robbedoes wel een beetje op Ragebol. Geen toeval? Naarmate Ragebol veranderde, veranderde ook Franks tekenstijl van karikaturaal naar meer realistisch. Hierna maakt hij Zoo, waarvan kortgeleden  nog een integrale herdruk verscheen.
Franquin was ook dol op dieren, in de loop der jaren heeft hij er heel veel getekend. In een van zijn laatste Robbedoesverhalen Bravo Brothers komt het mannetje Noë (ook dol op dieren) voor en Frank brengt hem opnieuw tot leven in Het licht van Borneo.
Robbedoes neemt na een conflict met zijn nieuwe hoofdredactrice ontslag bij Humo, het tijdschrift waar hij voor werkt, en besluit een tijdje vrijaf te nemen. Hij begint te schilderen en als hij in de stad (waarin duidelijk Brussel herkenbaar is) op zoek gaat naar materialen ziet hij een poster hangen van Circus Mondo en daarop herkent hij Noë, die als dompteur voor dit circus werkt. Hij blijkt een dochter te hebben en deze nukkige puber komt tijdelijk bij Robbedoes en Kwabbernoot te logeren. Intussen duiken overal op de wereld zwarte champignons op die zich in een razend tempo vermeerderen en arriveert bij Galerie Bernard de ene na de andere zending met spectaculaire doeken van een anonieme kunstenaar. Hebben al deze gebeurtenissen met elkaar te maken?
Robbedoes in de versie van Frank lijkt wel een  beetje op zijn jongere alter ego, maar een warrige stripheld is één ding, een warrig stripverhaal is wat anders. Frank en Zidrou hebben iets te veel in hun verhaal willen stoppen, de zwarte champignons konden achterwege blijven want het verhaal van de mysterieuze schilderijen is al interessant genoeg.
Tegenover het onevenwichtige scenario staan wel 88 prachtig getekende pagina's die het lange wachten op nieuw werk van Frank weer goedmaken.
Dupuis 2016; 88 pagina's; softcover, kleur; € 9,50
☺☺☺☺
Kijk ook eens op http://hanspols.nl


woensdag 28 december 2016

Wat waren de beste strips en graphic novels van 2016?

Trends
 Het aantal boeken dat in 2016 verscheen was weer enorm en het aanbod gevarieerd. Een trend die zich dit jaar doorzette  was de uitgave van integrale reeksen.  Sherpa en Arboris gingen door met de eerder gestarte reeksen Roodbaard, Tanguy en Laverdure, Guus Slim en De Beverpatroelje , Dargaud zette Blueberry voort en Scratch de uiterst verzorgde uitgaven van Jan Kordaat en Chrorphyl. Saga sprong op de rijdende wagen met integralen van Bruno Brazil, Bruce J. Hawker, en De Minimensjes.
Het zijn niet alleen de oude series die op deze manier worden herdrukt, ook 'moderne klassiekers' worden gebundeld zoals Magasin General, Koblenz of De heren van de gerst. Tot slot zijn er ook nog boeken die in de oorspronkelijke taal in meerdere delen verschenen en waarvan direct de integrale in vertaling verschijnt, zoals De hemelse Bibendum, De dood van Stalin en meerdere titels van uitgeverij Saga. Het leverde alles bij elkaar dikke en dure boeken op, waarmee ook die trend zich doorzet. Het dikste boek dat dit jaar aan mijn verzameling werd toegevoegd is La grande aventure du journal Tintin met maar liefst 770 pagina's.

Uitgevers
Over Saga gesproken, deze relatief kleine uitgeverij speelde zich in 2016 behoorlijk in de kijker met enerzijds de genoemde integralen en anderzijds nieuw werk met als belangrijkste 'sterren'  tekenaar en scenarist Jim en scenarist Laurent Galandon. Tussen die vaak dikke boeken zaten een paar mooie titels. Het grote nadeel van de boeken van deze uitgeverij is de slordige tekstredactie. In een boek was een complete pagina niet vertaald en sommige stukken vertaling zijn echt te Vlaams of te letterlijk uit het Frans vertaald. Dat moet beter.

Strip 2000 bleef veel en goed verzorgde boeken uitbrengen met soms een echte uitschieter zoals Het lijk en de bank van Tony Sandoval, De geest van Gaudi,  Tijl  of de voetbalserie Louca. Hetzelfde kan gezegd worden van de meeste andere uitgeverijen: de boeken zien er doorgaans goed verzorgd uit en zijn leuk om te lezen, maar naar echte uitschieters, vooral bij het vertaalde werk, was het dit jaar goed zoeken.

Net als vorige jaren heb ik de utgaven waar ik zelf het meeste plezier aan heb beleefd op een rijtje gezet voor je, verdeeld in vier categorieën: de beste oorspronkelijk Nederlandstalige boeken, de beste vertaalde boeken, de mooiste integralen en een aantal uitgaven die ik om de een of andere reden bijzonder vond. Dit zijn ze.

Beste oorspronkelijk Nederlandstalige boeken

1. Nel, een zot geweld van Lies Van Gasse en  Peter Teunynck (uitgeverij Wereldbibliotheek).
Het ontroerende verhaal van een jong gestorven kunstenaar en zijn muze.
2. Mikel van Judith Van Istendael en Michael Bellido (uitgeverij De Bezige Bij).
Van Istendael tekent prachtig en weet feilloos de juiste stijl en pagina-indeling te vinden bij elke scène van dit indrukwekkende boek.
3. In the Pines van Erik Kriek (uitgeverij Scratch).
Gruwelijk mooi verbeelde murder ballads.

4. Weegee van Wauter Mannaert en Max de Radigues (uitgeverij Blloan)
Knap gemaakt portret van een irritant, maar geniaal mannetje.
5. Vierenveertig na Ronny van Michaël Olbrechts  (uitgeverij Oogachtend)
Elke familie heeft zijn geheimen, maar er komt en dag waarop die onthuld worden. Michaël Olbrechts variatie op Festen.
6. Wol van Aart Taminiau  (utgeverij De Bezige Bij).
Mooi uitgevoerd boek met prachtig tekenwerk.

7. Narwal van Wiede Vercnocke (uitgeverij Bries).
Een zoektocht naar mannelijkheid en een ode aan het lichaam.
8. Spotters van Michiel van der Pol (uitgeverij Scratch).
Een gevoelige nerd leert de liefde en het leven kennen. Van der Pol maakt knap gebruik van de mogelijkheden om in een grafische roman te vertellen wat niet met woorden gezegd kan worden.
9. De tuin van Daubigny van Luc Cromheecke & Bruno de Roover (uitgeverij Blloan).
Een ode aan het leven en de schilderlunst.
10. De man van nu van Hanco Kolk en  Kim Duchateau (uitgeverij De Harmonie / Blloan).
Op een knappe manier versmelten twee verhalen twee tekenstijlen met elkaar.

Beste vertaalde boeken




1. Irmina van Barbara Yelin (uitgeverij Soul Food Comics).
Confronterend verhaal over een vrouw die ten tijde van de nazi's bewust de andere kant opkijkt.
2. Zandkasteel van Frederik Peeters en Pierre Oscar Levy (uitgeverij Sherpa).
Wrang verhaal over een plek waar de tijd razendsnel verstrijkt, een parabel voor de manier waarom onze planeet razendsnel verouderd door hoe wij er mee omgaan.
3. De hemelse Bibendum van Nicolas de Crecy (uitgeverij Scratch).
Eindelijk verscheen de Crecy's  bizarre meesterwerk in vertaling.


4. Waar zijn de gelukige dagen? van Tefenkgi en Jim (uitgeverij Saga).
Ontroerend verhaal over vriendschap en verlies.
5. Patience van Daniel Clowes (uitgeverij Scratch).
Geniale variatie op het aloude tijdreisthema.
6. Beeld van een jongen van Frederik Peeters en Loo Hang Phui (uitgeverij Casterman).
Liefde kan verwarrend zijn.
7. Het lijk en de bank van Tony Sandoval (uitgeverij Strip 2000 / Gorilla).
Een genot om te vertalen. Een volstrekt origineel verhaal van een volstrekt originele stripmaker. Ander werk van hem is ook de moeite waard, maar dit is zijn beste.
8. Mooi duister van Kerascoët (uitgeverij Hum).
Gruwelijk goed sprookje.
9. Eenzame harten van Cyril Pedrosa (uitgeverij Dupuis).
Een erg leuk verhaal over knellende familiebanden en de drang om je daarvan te bevrijden.
10. In de geest van Gaudi van Jesus Alonso en El Torres (uitgeverij Strip 2000 / Gorilla).
Thriller die zich afspeelt op plaatsen in Barcelona die door Gaudi werden ontworpen. Er vinden gruwelijke moorden plaats.


De mooiste integralen


1. Jan Kordaat integraal 1946 - 1950 van Eddy Paape(uitgeverij Scratch).
Meer dan tweehonderd pagina's strip uit Eddy Paapes beginjaren verschijnen voor het eerst in boekvorm, ingekaderd in een uitstekend achtergrondverhaal.
2. Robbedoes en Kwabbernoot (11 delen) van Franquin (uitgeverij Dupuis)
Fraaie heruitgave van alles Robbedoesverhalen van Franquin met korte, maar zeer gedegen inleidingen.
3. Simon van de rivier boek 2 en 3  van Claude Auclair (uitgeverij Sherpa).

Wie al deze verhalen na elkaar weer terugleest komt er achter dat ze veel vertellen over Auclair zelf, wie hij was en wat hij dacht.
4. Bruno Brazil (3 delen) van William Vance en Greg  (uitgeverij Lombard).
Ooit een van de topreeksen van Kuifje en nog altijd erg goed.
5. Comanche: Het brandmerk van Dobbs van Hermann en Greg (uitgeverij Sherpa).
De delen 3 tot en met 5 van Comanche in een ultieme uitgave. Het brute geweld gaf de verhalen een legendarische status. Wat me bij het vertalen vooral opviel waren de uitstekende teksten van Greg, waar destijds veel van verloren ging in de oorspronkelijke albums.

Bijzondere boeken



Een prachtig eerbetoon aan de bekendste onbekende stripmaker van Nederland.
2. Het gele teken (uitgeverij Fantagraphics).
Perfecte herdruk van een van de allerbeste Europese stripverhalen aller tijden.
3. La grande aventure du journal Tintin.
Mooi chronologisch overzicht van de geschiedenis van het tijdschrift Kuifje met veel zelden of nooit herdrukt materiaal, vooral korte verhalen van bekende striphelden uit het tijdschrift.
4. The Complete Crepax vol. 1: Horror.
Eerste deel van een ambitieuze tiendelige reeks met het verzamelde werk van Guido Crepax in het Engels. In dit eerste deel staan een paar van de oudste Valentina-verhalen en bewerkingen van de romans Frankenstein en Dracula.
5. Absolute Watchmen .
De ultieme uitgave van deze stripklassieker.

Wat brengt 2017?


Beleeft het striptijdschrift een nieuwe opleving en zouden er na de Stripglossy, Scratches en Hollands Metaal nog meer striptijdschriften bijkomen? Wie weet? We kunnen in ieder geval de eerste boeken tegemoet zien van een paar nieuwe uitgeverijen. Er zullen ook in 2017 weer volop integralen gaan verschijnen: Schemerwoude van Hermann, Attila van Derib en Ravian worden al aangekondigd. Goed nieuws is dat ook een aantal Nederlandse stripklassiekers als integrale weer onder het stof vandaan gehaald worden. Professor Palmboom van Dick Briel, Elno van Jan Vervoort, wie volgt? Boeken waar ik naar uitkijk zijn Familieziek van Peter van Dongen en Adriaan van Dis, de 'Canciones' van Garcia Lorca in een bewerking van Tobias Tak en de heruitgave van Iris van Thé Tjong Khing. Het jaar gaat in ieder geval al mooi beginnen met De hemel boven het Louvre van Hislaire.


Oprukkende duisternis

WOL (Aart Taminiau)
Wol is de eerste graphic novel van tekenaar Aart Taminiau. Hij vertelt hierin over de ondergang van de Van Mergaerts, een Brabantse familie die rijk is geworden van de handel in wol. Aan hun welvaart komt een einde met de opkomst van de industrialisering. De aanschaf van een 'totaalmachine' moet het tij keren, maar het effect is volkomen tegenovergesteld.
De familie ziet zijn vermogen afbrokkelen en kan maar moeilijk met de nieuwe situatie omgaan. Centraal in het verhaal staat Alphons, die gedwongen is om bij de familie in te trekken nadat zijn oom, de directeur van de fabriek, met de noorderzon is vertrokken. Hij komt terecht in een sombere omgeving die niets meer heeft van zijn oude glorie.
In krachtig zwart-wit schetst Taminiau de ondergang van de Brabantse wolindustrie aan de hand van het lot van de Van Mergaerts. Hij experimenteert met de vorm van de grafische roman en gebruikt dat om te laten zien hoe de duisternis aan terrein wint en het licht steeds verder verdrongen wordt.

Een heel geslaagd debuut met prachtige tekeningen in een al even mooi vormgegeven boek.
De Bezige Bij 2016; 176 pagina's; gebonden; € 24,99

☺☺☺☺

dinsdag 27 december 2016

Onbeantwoorde liefdes en sombere buien

PIET PAALTJENS IN BEELD (Marc Weikamp)
De Friese predikant François Haverschmidt publiceerde in 1876 Snikken en grimlachjens, een bundel sombere romantische gedichten van de in 1853 verdwenen student Piet Paaltjens. In werkelijkheid was het Haverschmidt zelf die de gedichten schreef en zich achter het pseudoniem verschool om zijn eigen depressieve en sentimentele aard te maskeren met cynisme en ironie. Hij beschrijft de diepe dalen waar een sentimentele student doorheen moet in wrange, melancholische gedichten.
Het werk van Piet Paaltjens, laten we hem zo maar blijven noemen wordt beschouwd als het hoogtepunt van de Nederlandse Romantiek. De belangrijkste thema's, onbeantwoorde liefdes, sombere buien zijn tijdloos. Paaltjes beschreef ze, maar stak er ook de draak mee.
Marc Weikamp koos negen van Paaltjens gedichten uit en maakte er illustraties bij. Hij plaatste de negentiende-eeuwse teksten in een eigentijds decor en dan blijkt hoe tijdloos de gedichten eigenlijk zijn. Door de liefdesgedichten af te wisselen met de sombere bespiegelende ontstaat er een gevarieerd geheel en Weikamp kiest er mooie beelden bij. Dat levert een aangename (hernieuwde) kennismaking op met het werk van de predikant-dichter.
Strip 2000 / Syndicaat 2016; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 14,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

vrijdag 23 december 2016

Een tand als metafoor

NARWAL (Wide Vercnocke)
Narwal is na Wild Vlees Wide Vercnockes derde stripalbum en vormt samen met dit boek een tweeluik over transformatie.
De hoofdpersoon in Narwal is een jonge, introverte man. Hij werkt als materiaalmeester bij een atletiekclub, maar door een blessure aan zijn been is er aan zijn eigen succes als speerwerper een einde gekomen.  Hij aanbidt een hordenloopster, die lid is van de club. Via haar komt hij in contact met een sjamaan, die hem kan helpen om opnieuw te presteren als sportman. Hij ondergaat bij deze man zeven sessies, die uiteindelijk leiden naar de Noordelijke IJszee, waar de narwal leeft, een walvissoort met een lange vooruitstekende tand, die als hoorn wordt gezien.
Narwal is prachtig getekend in Vercknockes inmiddels gekende stijl en er zitten mooie stilistische vondsten in het boek, alleen al het omslag is hiervan een mooi voorbeeld.. Hij gebruikt weinig tekst, maar voldoende om wat aanknopingspunten te hebben bij het interpreteren van zijn werk. Net als in Wild Vlees speelt Vercnocke met het menselijk lichaam, dat in beide boeken zich versmelt met dat van een dier. Narwal is ook een ode aan het mannelijk lichaam, zijn kracht, zijn zwakheid en een zoektocht naar wat mannelijkheid is. Aan symbolieken ontbreekt het evenmin. De hoorn van de narwal verwijst naar de speer van de speerwerper en de freudianen onder ons zullen nog een stapje verder doorredeneren.
Met Narwal laat Wide Vercnocke zich weer kennen als een inventieve stripmaker die het experiment niet schuwt en die behoort tot de besten van zijn generatie.
Bries 2016; 96 pagina's; softcover, kleur; € 20,00
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

maandag 19 december 2016

Onwaarschijnlijke gebeurtenissen

Jan Kordaat Integraal 2: 1946 -1950 (Eddy Paape, Jean Doisy & Yvan Delporte)
Joseph Gillain (Jijé) is halverwege de jaren veertig van de vorige eeuw vrijwel onmisbaar voor het Robbedoes. Het tijdschrift publiceert dan vooral vertalingen van Amerikaanse strips, maar hij is verantwoordelijk voor twee van de belangrijkste eigen producties: Robbedoes en Jan Kordaat. Als hij besluit om met beide reeksen te stoppen moeten er opvolgers gezocht worden om ervoor te zorgen dat de series bleven verschijnen. André Franquin krijgt Robbedoes (en de rest is geschiedenis) en Eddy Paape neemt Jan Kordaat over.
Eddy Paape heeft op dat moment nog geen enkel stripverhaal getekend. Zijn debuutwerk verschijnt in december 1946 in de Robbedoes Almanak 1947: De treinramp. Tegelijkertijd loopt in Robbedoes Jan Kordaat en de gestolen Rubens. Beide verhalen werden geschreven door Jean Doisy, die ook voor Jijé de verhalen van Jan Kordaat al schreef. Na 'Diamanten', het derde door Paape getekende verhaal houdt Doisy er mee op om zich toe te leggen op het schrijven van proza en artikelen voor weekbladen. Paape gaat alleen verder en blijft pagina's publiceren terwijl hij per week bedenkt hoe het verhaal verder zal gaan. De ruim tachtig pagina's die in deze integrale zijn opgenomen als Jan Kordaat, speurder, maken daardoor een wat stuurloze indruk. Vanaf 1949 werkt Paape samen met Yvan Delporte, die debuteert als scenarist. De twee laatste verhalen in dit boek komen voort uit die samenwerking: De Duivelsrots en Jan Kordaat en Jefke tegen Cor Aasgier.
In Jan Kordaat integraal 2 staan de ruim tweehonderd pagina's die Eddy Paape van 1946 tot 1950 tekende. In de loop der jaren hebben die een legendarische status gekregen, ze verschenen uitsluitend als vervolgverhalen in Robbedoes. Het is voor het eerst dat ze in boekvorm verschijnen. Aangezien er vrijwel geen originelen bewaard zijn gebleven zijn de pagina's zorgvuldig gereproduceerd vanaf de tijdschriftpagina's en gerestaureerd voor deze uitgave.
Kenners beschouwen de Jan Kordaat-verhalen die Paape maakte niet als de beste van de reeks, met uitzondering van het door Charlier geschreven verhaal: Het geheim van de Donkerburcht. Is dat terecht? Zeker, de verhalen zijn verouderd, gebeurtenissen zijn soms zeer onwaarschijnlijk en het brave padvindersgevoel is in de Doisy-verhalen nog nadrukkelijk aanwezig. Het is ook een gegeven dat er in die jaren nog in de eerste plaats werd getekend voor het tijdschrift en het verhaal per week werd bedacht (er werd geen scenario vooraf geschreven) zodat er nogal eens gegrepen wordt naar een Deus ex machina. Je moet ook niet vergeten dat hier een debutant aan het werk is die al publicerende het vak leert.
Als je er op die manier naar kijkt is dit een heel interessante uitgave. Voor het eerst is te zien hoe Eddy Paapes talent als striptekenaar zich in een paar jaar tijd snel ontwikkelt. Hij schudt de invloed van Jijé van zich af, verwerkt meer invloeden uit de Amerikaanse strip en ontwikkelt een eigen dynamische tekenstijl die een voorbeeld is voor latere generaties.
In de verhalen die hij met Delporte maakt zie je ook dat hij gaat spelen met de pagina-indeling en dat levert heel mooie resultaten op. Gelijdelijk aan transformeert Jan Kordaat in de 'Paape-jaren' van een brave padvinder naar een avonturier die de wereld rondreist. Daarmee legt hij de basis voor de reeks verhalen die in de jaren vijftig een nieuwe bloeiperiode van de reeks inluiden.
Net als deel 1 van Jan Kordaat integraal is ook dit deel voorzien van een zeer gedegen inleiding en veel uniek illustratiemateriaal. In combinatie met de verhalen levert dat weer een prachtig tijdsbeeld op.
Scratch ; 288 pagina's; hardcover, kleur; € 39,90
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

vrijdag 16 december 2016

Een opportunistische zakenman met politieke ambities

DE KENNEDY FILES (Erik Varekamp & Mick Peet)
Ruim tien jaar werkten tekenaar Erik Varekamp en historicus Mick Peet aan Agent Orange, een biografie in stripvorm van Prins Bernhard. Aan ieder boek ging grondige research vooraf en met elk van de vijf verschenen delen wisten ze het nieuws te halen door onbekende feiten in het verhaal te verwerken. In dezelfde uitvoering, maar bij een andere uitgever verschijnt nu het eerste deel van De Kennedy Files, waarin de beroemde familie, die in de twintigste eeuw grote invloed had op de Amerikaanse politiek, onder de loep wordt genomen.
In De man die president wilde worden focussen Peet en Varekamp zich op Joe Kennedy, de stamvader van de Kennedyclan, zou je kunnen zeggen. Een opportunistische zakenman die president wil worden. Klinkt dat bekend? Deel 1 van De Kennedy Files kwam precies op het goede moment uit want er zijn de nodige overeenkomsten te ontdekken tussen pa Kennedy en Donald Trump. Het belangrijkste verschil is wel dat deze Kennedy het niet wist te brengen tot president, juist vanwege zijn racistische opvattingen.
Joe Patrick Kennedy is een geslaagde zakenman van Ierse afkomst met een groot gezin en politieke ambities. Hij weet het te schoppen tot senator en wordt in 1938 door president Roosevelt naar Londen gestuurd als ambassadeur. Zijn opdracht is ervoor te zorgen dat de Verenigde Staten buiten de dreigende oorlog blijven. Hij schrikt er niet voor terug om zijn politieke positie te combineren met de lucratieve handel in whisky (ten tijde van de drooglegging!). Maar het zijn niet deze dubieuze praktijken die er voor zorgden dat hij het Witte Huis misliep, dat waren zijn foute inschattingen waar het Hitler en de politieke situatie in Europa betrof en zijn bijna openlijke bewondering voor de Duitse dictator.
Net als de Prins Bernhardboeken zijn ook De Kennedy Files gebaseerd op feiten, alle gebeurtenissen hebben werkelijk plaatsgevonden, maar Mick Peet en Erik Varekamp hebben ze in een satirische context geplaatst. Dat het boek ondanks de vele feiten nooit saai wordt komt door die context, maar ook door het weer prachtige tekenwerk van Varekamp en de raak gekozen beelden.
Scratch 2016; 96 pagina's; soft/hardcover; € 16,90/21,90
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

maandag 12 december 2016

Schilderen op een bootje

DE TUIN VAN DAUBIGNY (Luc Cromheecke & Bruno de Roover)
Charles-François Daubigny (1817-1878) was een tijdgenoot van Vincent van Gogh, maar bijna niemand kent hem nog. Misschien omdat hij in tegenstelling tot de Hollandse meester een gelukkig leven had waarin weinig schokkends plaatsvond en al tijdens zijn leven succes had als kunstenaar. Waarom zou je daar een stripverhaal over maken? Luc Cromheecke deed het toch.
Cromheecke had hier persoonlijke motieven voor. Een paar jaar geleden besloot hij om er net als Daubigny opuit te trekken en in de buitenlucht te gaan schilderen. Nu kijkt niemand daar nog vreemd van op, maar in de achttiende eeuw was het bepaald niet gebruikelijk dat een kunstschilder zich buiten zijn atelier begaf om te tekenen naar de natuur. Daubigny was hierin een pionier. Hij had een bootje, waarmee hij over de Seine en de Oise voer en er het plattelandsleven vastlegde op zijn doeken. Onderweg schreef hij brieven aan zijn vrouw en kind.
Luc Cromheecke trad dus in Daubigny's voetsporen en hij kwam in het bezit van enkele van die brieven. Bruno de Roover bewerkte ze tot korte verhaaltjes, soms niet meer dan een schets en Cromheecke werkte die uit in prachtige strippagina's die vooral opvallen door de inkleuring. Het hele boek heeft hier iets lichts door gekregen. Daubigny is in de versie van Cromheecke een man die geniet van het leven en de kleine dingen die daarin gebeuren.
In De tuin van Daubigny staan 9 van zulke korte verhalen die als een soort raamvertelling zijn met  het schilderij dat Vincent van Gogh maakte van de tuin van Daubigny, waaraan dit boek zijn titel dankt, als kader. Een mooi boek.
Blloan 2016; 56 pagina's; hardcover, kleur: € 16,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zondag 11 december 2016

Lange, saaie werkdagen

MIKEL (Judith Vanistendael & Mark Bellido)
 Judith Vanistendael debuteerde in 2007 met het eerste deel van De maagd en de neger (deel 2 verscheen in 2009) en maakte in 2012 veel indruk met Toen David zijn stem verloor, waarmee ze ook internationaal doorbrak. Voor Mikel werkte ze samen met Mark Bellido, die eerder El Mesias schreef voor Wauter Mannaert.
Bellido baseerde Mikel op eigen ervaringen. Hij was net als de hoofdpersoon van het boek enige tijd lijfwacht van Baskische politici. Hij vertelde Judith Vanistendael over die ervaring en ze besloten er samen een boek over te maken. Het in beeld brengen van het scenario heeft Vanistendael veel tijd gekost, het was zoals ze in het nawoord schrijft 'een gedoe om dit boek te maken'.  Maar het is gelukt en het eindresultaat is heel geslaagd.
Miquel woont met zijn gezin in het zuiden van Spanje, waar hij de kost verdient als snoepverkoper. Eigenlijk is hij schrijver en hij heeft een roman gepubliceerd, maar het lukt hem niet om een tweede te schrijven want hij maakt niets mee dat als stof voor een boek kan dienen. Hij besluit om het roer radicaal om te gooien en wordt lijfwacht om Baskische politici te beschermen tegen de ETA. Dat moet stof voor een verhaal opleveren!
Hij vertrekt met zijn gezin naar Pamplona en meldt zich aan als lijfwacht van een oude burgemeester. De man die niet wilde dat zijn kinderen oorlogje spelen moet nu zelf een wapen dragen. Het leven van een lijfwacht is veel anders dan hij had verwacht. Het grootste deel van de tijd heeft hij niets te doen en zit hij met zijn vrouwelijke collega in de auto, op een terras of in een café. Daar staat tegenover dat hij 24 uur per dag, 7 dagen per week paraat moet staan. Hij maakt lange werkdagen en vaak is hij 's avonds ook niet thuis. Het lange wachten en de voortdurende angst dat hij op een dag helemaal niet meer terugkomt, leidt er uiteindelijk toe dat zijn vrouw hem met de kinderen verlaat. Het wordt voor Miquel (die in Baskenland Mikel is gaan heten) steeds moeilijker om dit leven, waarbij de angst voortdurend aanwezig is, je hem als het ware ademt en uitzweet, vol te houden.
Bellido en Vanistendael vertellen een vrij klein en eenvoudig verhaal, maar het leest als een trein. Dat is in belangrijke mate te danken aan het krachtige tekenwerk van Vanistendael. Ze weet feilloos de juiste pagina-indeling, sfeer en inkleuring te kiezen die bij elke scène past: de verveling van het groepje bewakers op pagina 168 en 169, de krachtige explosie en de chaos erna vanaf pagina 200, Mikels twijfels als zijn relatie op springen staat, het zijn slechts een paar voorbeelden van scènes waarin ze optimaal gebruik weet te maken van de mogelijkheden van het medium strip om een goed, pakkend verhaal te vertellen.
Want dat is Mikel toch in de eerste plaats: een goed verhaal dat nog lang bijblijft.
De Bezige Bij; 368 pagina's; hardcover, kleur; € 39,99
☺☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

donderdag 8 december 2016

Bewust de andere kant opkijken

IRMINA (Barbara Yelin)
Het einde van het jaar nadert en binnenkort zullen de jaarlijsten weer opduiken. Wat waren de beste strips van 2016? Een titel die zeker in mijn lijst zal staan (en waarschijnlijk ook in vele anderen) is Irmina van Barbara Yelin, een prachtig verhaal.
De jaren negentiendertig. Irmina is een jonge , zelfbewuste Duitse vrouw die in Londen een opleiding volgt voor secretaresse. Daar leert ze Howard kennen, een zwarte man die studeert aan de universiteit van Oxford. Ze beginnen een relatie met elkaar. Hoewel ze allebei uit een goed milieu komen, zijn en blijven ze in Groot-Brittannië allebei buitenstaanders, Howard door zijn kleur en Irmina door haar accent. Voor Irmina wordt de situatie lastig als in Duitsland het fascisme steeds meer voet aan de grond krijgt. Hoewel ze niets van de politieke situatie wil weten, wordt ze er voortdurend mee geconfronteerd door de mensen waarbij ze woont. Als ze ook geen geld meer toegestuurd krijgt van haar ouders omdat de valutahandel aan banden wordt gelegd is ze gedwongen om terug te keren naar Duitsland en de relatie met Howard te verbreken. Ze ziet haar droom om als zelfstandige, werkende vrouw te leven in rook opgaan.
Terug in Duitsland trouwt ze met een officier en krijgt van hem een kind. Het levert haar ook aanzien en welvaart op. Ze ziet dagelijks wat er om haar heen gebeurt, maar sluit er bewust haar ogen voor, verdedigt de nazi's zelfs en verloochent haar vriendin.
Barbara Yelin, waarvan eerder een grafische roman over een vrouwelijke seriemoordenaar verscheen in vertaling (Gif) baseerde haar grootste verhaal tot nu toe op de dagboeken van haar grootmoeder. Ze schreef geen biografie, maar wilde onderzoeken (zoals ze vertelt in een interview me De Boekenkrant, hoe het kan dat haar grootmoeder veranderde van een moderne, jonge vrouw in iemand die geen vragen stelt en de andere kant opkijkt. Irmina is een dik boek, Yelin neemt er de tijd voor om Irmina's verhaal te vertellen, zodat je haar goed leert kennen en haar beweegredenen gaat begrijpen. Dat doet ze in mooi ingekleurde, soms paginagrote tekeningen. De inkleuring, met veel grijstinten, geeft het verhaal een wat nostalgische, melancholieke sfeer. Die contrasteert soms met de rauwe werkelijkheid van de Jodenvervolging. Yelin wekt heel bewust met kleur, het verhaal heeft drie delen, die elk hun eigen sfeer hebben. Het blauw in deel 1 staat voor vrijheid, het rood voor bloed en schuld en het turquoise van deel 3 voor nieuwe hoop. Zo speelt ze ook met de paginaopbouw, het gevoel van vrijheid in het eerste deel wordt bijvoorbeeld versterkt doordat ze geen kaders om de tekeningen gebruikt.
Er zitten mooie grafische vondsten in het boek, zoals op pagina 211 en 212. Irmina hoort een vriendin vertellen dat ze heeft gezien hoe een jonge joodse man in dood is geslagen door soldaten en er even later een pot jam kapot valt. De jam aan Irmina's handen is als bloed dat daaraan kleeft.
Irmina is een wat ongemakkelijk verhaal. Het is confronterend en zet aan tot nadenken. Wat zou jezelf doen als je Irmina was? En dat is helemaal geen vreemde vraag in deze tijd van opkomende vreemdelingenhaat. 'Wees', zoals Yelin in hetzelfde interview zegt, 'je ervan bewust dat ieders persoonlijke verantwoordelijkheid groter is dan we denken.'
Soulfood Comics; 288 pagina's; hardcover; € 26,95
☺☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

maandag 5 december 2016

Gekonkel in het Kremlin

DE DOOD VAN STALIN (Thierry Robin & Fabien Nury) 
Zoals je in het nawoord bij deze uitgave kan lezen wilde Thierry Robin (Koblenz, Chinees Rood) ooit een biografie van Stalin maken in stripvorm. Het project stierf een vroege dood, maar gelukkig ontmoette hij Fabien Nury en kon hij toch aan een verhaal over Stalin gaan werken. Hoewel… over Stalin? Die is zelf al vanaf pagina 21 stervende. Nee, De dood van Stalin gaat eerder over de omstandigheden rond zijn dood en de machtsspelletjes die worden gespeeld door zijn entourage.
Voordat de lezer aan het boek begint wordt hij gewaarschuwd dat dit verhaal weliswaar is gebaseerd op feiten, maar fictie is. Dat is niet zo vreemd want we weten niet precies hoe Stalin gestorven is en wat er zich rond zijn sterfdatum heeft afgespeeld in het Kremlin. Nury heeft daar zijn interpretatie op losgelaten en eerlijk gezegd kan het best zo zijn gebeurd als hij vertelt.
Er wordt volop gekonkeld, er worden complotten gesmeed en moorden gepleegd bij de strijd om Stalins opvolging. Het tekenwerk van Thierry Robin is heel sterk, teen een realistisch decor maakt hij prachtige karikaturen van de hoofdrolspelers in dit koningsdrama, waarvan de eindscène het lot van de wereld zou bepalen. En hoewel we de afloop kennen leest De dood van Stalin toch als een spannende thriller. 
Dargaud 2016; 144 pagina's; hardcover, kleur: € 24,95

☺☺☺☺

vrijdag 2 december 2016

Een prachtig tijdsbeeld

GELUKKIGE TIJDEN (Warnauts & Raives)
Met Gelukkige tijden zetten Warnauts en Raives hun kroniek van de twintigste eeuw voort, verteld aan de hand van de geschiedenis van de Belgische familie Deschamps. Eerder verschenen Nieuwe tijden (2013) en Na de oorlog (2014). Er zijn tien jaar voorbijgegaan.
Gelukkige tijden speelt zich af in de periode 1958-1962. Gelukkige tijden? De titel van het boek is misschien ironisch bedoeld, want er heerst optimisme, geloof in vooruitgang, met als hoogtepunt de Expo 58, maar het is ook de tijd dat Europa zijn koloniën kwijtraakt en dat gaat niet zonder bloedvergieten gepaard in bijvoorbeeld Kongo en Algerije. De Algerijnse vrijheidsstrijd wordt uitgevochten tot in de straten van Parijs, waar bloedige aanslagen worden gepleegd. In Berlijn wordt de Muur opgetrokken. Bij al deze gebeurtenissen raakt ook de familie Deschamps betrokken.
Vergeleken bij de vorige twee delen leest Gelukkige tijden minder makkelijk. Meerdere verhaallijnen lopen door elkaar heen en de handeling verplaatst zich voortdurend. Van Kongo naar Luik, naar Algerije, Parijs, Brussel enzovoort. Het scheelt wel als je Nieuwe tijden en Na de oorlog eerst nog eens herleest en in ieder geval weer weet wie wie ook alweer was. Anders ben je al snel de draad kwijt.
De auteurs wilden iets teveel in dit boek stoppen. Het zou jammer zijn als lezers hierdoor afhaken want het tekenwerk is mooi en Gelukkige tijden schetst een prachtig tijdsbeeld van de jaren vijftig van de vorige eeuw.
Lombard 2016; 120 pagina's; hardcover, kleur; € 24,95
☺☺☺
Kijk ook eens op http://hanspols.nl