maandag 29 augustus 2016

Het moet af zijn voor het te laat is

NEL EEN ZOT GEWELD (Lien Van Gasse & Peter Theunynck)

Lies van Gasse maakte een aantal bundels met stripgedichten (onder andere Zand op een zeebed) die opvallen door de knappe manier waarop ze beeld en tekst laat samenvloeien. Nel, een zot geweld is haar eerste grafische roman.
De titel van het boek verwijst naar een van de bekendste werken van Rik Wouters (1882 - 1916), een van de belangrijkste Belgische kunstenaars van de vorige eeuw. Hel beeld, ook wel bekend als De dwaze maagd is te zien in openluchtmuseum Middelheim. Dit beeld inspireerde Joris Vermassen ook tot het maken van de ontroerende grafische roman Het zotte geweld. Maar terug naar Nel.
Nel (voluit Hélène Philomène Lionardine Duerinckx.) was de echtgenote van Wouters en een belangrijke inspiratiebron voor hem. Maar, zo maken Theunynck en Van Gasse duidelijk, Nel was net zo belangrijk voor hem als hij voor haar, hij was haar reden om te leven. Theunincx baseerde Nel een zot geweld op haar levensverhaal, van haar  eerste ontmoeting met Rik Wouters tot aan zijn tragische dood. Is dit een biografie? In zekere zin wel, de data kloppen, maar of elke gebeurtenis ook werkelijk heeft plaatsgevonden en of het zo is gebeurd als in dit boek wordt beschreven is nog maar de vraag. Van Gasse en Theunynck zijn geen biografen, maar vertellers. En vertellen kunnen ze. Hoewel de teksten soms kriskras over de pagina verspreid zijn hebben we hier een vlot leesbaar en pakkend verhaal in handen. Het artwork van Van Gasse is ronduit fantastisch.
Zij experimenteert naar hartenlust met kleur en vorm in een teken- en schilderstijl die raakt aan die van Edmond Baudoin. Ze is een grafische dialoog aangegaan met Rik Wouters en zijn model en heeft ieder stukje papier gebruikt dat voorhanden was, ook al was het verkreukeld of gelinieerd, zo lijkt het, waardoor het verhaal iets urgents krijgt, het moet af zijn voordat het te laat is. Dat is heel knap gedaan, want daarmee maakt lies Van Gasse voelbaar hoe Nels leven moet zijn geweest naast de steeds zieker wordende kunstenaar, na nog geen dertig jaar was het afgelopen.
Wereldbibliotheek 2016; 220 pagina's; hardcover, kleur; € 29,50
☺☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

donderdag 25 augustus 2016

De beste onbekende striptekenaar van Nederland

Mark Smeets. De triomf van het tekenen (Piet Schreuders e.a.)
Mark Smeets was een heel getalenteerde striptekenaar, maar hij heeft tijdens zijn leven (1942 - 1999) geen enkel album gepubliceerd. Logisch dus dat zijn naam en zijn werk tot voor kort slechts bekend was bij een kleine kring van ingewijden. Daar komt verandering in met de publicatie van een schitterend uitgevoerd overzicht van zijn werk: De triomf van het tekenen. Piet Schreuders, Fake Booij, Luuk Smeets en Rene Windig deden uitgebreid onderzoek naar leven en werk van Mark Smeets. Het resultaat van dat werk is een dik boek van ruim 360 pagina's met een gedegen biografie en een uitgebreide selectie uit dertig jaar tekenwerk.
Mark Smeets was een natuurtalent. Als kind was hij verslingerd aan stripverhalen en hij begon geïnspireerd door zijn voorbeelden Hergé, Franquin, Herriman en Crumb zelf te tekenen, waarbij hij een eigen herkenbare stijl ontwikkelde. Twee van zijn inspirators, Hergéen Franquin erkenden zijn talent. Ze vroegen hem zelfs beiden om een stripverhaal te maken voor de tijdschriften waar ze op dat moment in de jaren zestig aan verbonden waren, zo blijkt uit de tekst in dit boek. Het had dus niet veel gescheeld of Smeets was voor Kuifje of Robbedoes gaan tekenen. Maar het liep anders.
Mark Smeets slaagde er niet in om de verhalen waaraan hij begon af te ronden. Zijn verzamelde werk bestaat zodoende behalve uit vele illustraties vooral ook uit talloze aanzetten tot nooit voltooide stripverhalen. Dat onvoltooide zou uiteindelijk kenmerkend worden voor zijn oeuvre.
Mark Smeets publiceerde zijn eerste tekeningen in Hitweek. Evert Geradts, die hier ook voor werkte, wilde Smeets per sé in zijn eigen undergroundblad Tante Leny presenteert… hebben. Smeets leverde vanaf het eerste nummer bijdragen aan Tante Leny. Vanaf de jaren zeventig ging hij in  zijn kenmerkende klare lijnstijl voor talloze kranten en tijdschriften illustraties maken. Het langst, ruim twintig jaar, werkte hij voor NRC Handelsblad, Voor deze krant tekende hij zelfs korte tijd een stripverhaal, waarvan zo'n dertig afleveringen verschenen. Ook in stripbladen bleef werk van Mark Smeets verschijnen, maar zijn belangrijkste werk bleef ongezien. Jarenlang tekende hij hele schetsboeken vol, soms als voorbereidding voor een illustratieopdracht, maar veel vaker puur om het plezier van het tekenen zelf. Veel werk uit deze boeken, die na zijn dood werden gevonden, is terug te zien in De triomf van het tekenen, maar tegelijk met dit overzichtswerk bracht Scratch ook een facscimile uit van een van de schetsboeken uit 1993 (184 pagina's, kleur, softcover met stofomslag, € 39,90) Het is fascinerend werk van hoge kwaliteit.
Je kan er alleen maar over fantaseren hoe zijn boeken er uit zouden hebben gezien als Mark Smeets wel complete stripalbums had gemaakt. Was het een bewuste keuze om nooit uit de schaduw te stappen of kon hij gewoon niet anders dan zijn werk onvoltooid laten? Uit faalangst of omdat een uitgewerkte en geïnkte tekening altijd afbreuk doet aan de oorspronkelijke schets?
Het doet er niet meer toe. Smeets stierf in 1999 veel te jong, aan leukemie. Hij liet een prachtige artistieke erfenis na, die dankzij de inspanning van Schreuders en co nu toegankelijk is gemaakt voor iedereen die van mooie tekeningen houdt. En wie doet dat nou niet?
Scratch books 2016; 360 pagina's; hardcover, kleur; € 49,90
☺☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

maandag 22 augustus 2016

Zingen in een vreemde taal

HET SLAPENDE WOUD (Nicolas Bara & Pierre Boisserie)


Ergens middenin de bossen staat een kinderziekenhuis. Daar spelen zich rond middernacht vreemde zaken af. De kinderen verlaten hun bed, gaan nar het dak van het ziekenhuis, gaan in een kring staan en zingen met hun handen geheven in een vreemde taal.
Om uit te zoeken wat er aan de hand is stuurt het Openbaar Ministerie twee agenten naar het ziekenhuis toe die zijn gespecialiseerd in paranormale zaken: Casimir Dupré en de aantrekkelijke Artemis d'Harcourt. Het tweetal gaat op pad, spreekt met het personeel van het ziekenhuis en verkent de omgeving, maar word bij het onderzoek flink tegengewerkt. Wat proberen de mensen te verbergen?
Het slapende woud is sfeervolle fantasy in een gothic, Victoriaanse setting met voldoende diepgang, subplotjes  en mysterie om tot de laatste pagina te blijven boeien. De nog vrij onbekende stripmaker  Nicolas Bara brengt het verhaal levendig in beeld in een stijl die mij vooral doet denken aan het werk van Xavier Fourquemin (De wezentrein, Wisselkind), maar ook wel wat aan Regis Loisel. De inkleuring van Bara zelf en de grimmige decors verraden zijn ervaring als tekenaar voor videogames. Qua sfeer moet je denken aan Tim Burton. Liefhebbers van enigszins overdreven horror en fantasy zullen van dit boek genieten.
Dargaud 2016; 64  pagina's; hardcover, kleur; € 16,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zaterdag 20 augustus 2016

De rugpijn van een nazi-kopstuk

KERSTEN, DE LIJFARTS VAN HIMMNER (Fabien Benouel & Patrick Pema)
De wat droge titel van het boek geeft al aan dat we hier te maken hebben met een  biografie en een verhaal gebaseerd op historische feiten.
Felix Kersten, een Finse arts, slaagt erin om Heinrich Himmler, een van de topmannen naast Hitler voor en tijdens de Tweede wereldoorlog, met massages van zijn steeds terugkerende rugpijn af te helpen. Himmler besluit hem daarom in dienst te nemen als zijn lijfarts. Na verloop van tijd is Kersten niet alleen  meer zijn arts, maar wordt hij de vertrouweling van Himmler. Himmler vertrouwt Kersten volledig, maar niet iedereen in zijn omgeving is even blij met de vriendschap en Kersten wordt er van verdacht te spioneren en geheime informatie door te spelen.
Het lukt Kersten goed om verborgen te houden dat hij inderdaad informatie doorspeelde en dat hij dankzij zijn invloed op Himmler vele levens heeft weten te redden. Ondanks dat is zijn naam veel minder bekend geworden dan die van Wallenberg of Schindler. Na de oorlog wordt hij opgepakt als nazi-collaborateur en het kost grootste  moeite om hem te rehabiliteren.
De tekeningen, het sobere en sombere kleurgebruik en pagina's vol pratende hoofden nodigen niet direct uit om dit stripalbum op te pakken, maar als je er eenmaal in begint te lezen leg je het niet snel meer weg en merk je dat die tekenstijl prima past bij het bijzondere verhaal dat hier als een spannende thriller wordt verteld.
Uitgeverij Glenat 2016; 96 pagina's; hardcover, kleur; € 19,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

woensdag 17 augustus 2016

Een geslaagde hommage

CORENTIN: DE DRIE PARELS VAN SAS-KYA (Christophe Simon & Jean Van Hamme)
In 2016 is het zeventig jaar geleden dat het eerste nummer van Kuifje verscheen. Hier stonden vier stripverhalen in: Kuifje en de zonnetempel van Hergé, Het geheim van de Zwaardvis (Blake en Mortimer) van Edgar P. Jacobs, De legende der vier heemskinderen van de zo goed als vergeten tekenaar Jacques Laudy en De fantastische avonturen van Corentin Feldoë. Corentin is een Bretonse jongen die het avontuur zoekt en met een aap en een tijger als gezelschap door verre exotische oorden trekt. De vrij jonge tekenaar Paul Cuvelier baseert het op de verhalen die hij als kind verzon en aan zijn familieleden vertelde.
Het verhaal heeft succes en wordt een van de populairste reeksen van Kuifje, maar na vijf jaar houdt Cuvelier er mee op om zich volledig te kunnen wijden aan de beeldende kunst. Dat avontuur mislukt en hij keert terug naar Kuifje, waarvoor hij in de jaren zestig meerdere reeksen tekent: Wapi, De kruisridder zonder naam, Dientje en… opnieuw Corentin. Uiteindelijk verschijnen er van Corentin in dertig jaar tijd slechts zeven verhalen. Cuvelier sterft in 1978 op 55-jarige leeftijd.
De laatste twee verhalen van Corentin (De prins van de woestijn en Het rijk van het zwarte water) worden geschreven door Jean Van Hamme. Van Hamme schrijft ook een novelle die in een Kuifje pocket verschijnt. Dit tekstverhaal vormde de basis voor het stripverhaal dat nu in de winkel ligt.
De plot van De drie parels van Sas-kya is snel verteld.  De radja van Sompur biedt Corentin de hand van zijn dochter aan en drie enorm kostbare parels, maar Corentin weigert. Hij trekt liever de wereld in, het avontuur tegemoet. Als de parels worden gestolen is Corentin de eerste verdachte. Hij is immers een van de weinigen die ze heeft gezien en weet waar ze zich bevinden. Om zijn onschuld te bewijzen gaat Corentin op onderzoek uit.
Corentin was een serie die het ook eigenlijk niet zozeer van de briljante verhalen moest hebben, het was vooral een heel sfeervolle reeks met een eigen karakter.
De keuze voor Christophe Simon als tekenaar van De drie parels van Sas-kya, die je misschien kent van zijn eigen reeks Sparta. is niet verrassend. Simon werkte eerder met Jacques Martin samen aan Alex en was zijn eerste opvolger. Net als Martin en Cuvelier heeft ook Simon een passie voor het tekenen van jonge mannen op de grens van volwassenheid. De sensualiteit, die zo typerend was voor de Corentin-verhalen van Cuvelier vind je ook in deze geslaagde hommage terug. Er is alles aan gedaan om dit verhaal de sfeer te geven van de Corentin-albums van pakweg vijftig jaar geleden: de inkleuring, de wat te lange en soms overbodige tekstblokken en de paginagrote tekeningen die het verhaal soms even onderbreken, maar het is vooral die zinnelijkheid die de serie Corentin zijn eigen karakter gaf en Simon weet die perfect te reconstrueren.
Lombard 2016;56 pagina's; hardcover, kleur; € 16,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

maandag 15 augustus 2016

Onderdrukte seksuele verlangens

EEN BEELD VAN EEN JONGEN (Frederik Peeters & Loo Hui Phang)
Liefhebbers van Frederik Peeters worden verwend. Later deze maand verschijnt Zandkasteel, een wrede fabel over ouder worden en het verstrijken van de tijd, en kort na het afronden van het magistrale sciencefictionverhaal Aāma verschijnt Een beeld van een jongen. Voor dit verhaal werkte hij samen met Loo Hui Phang. Deze in Laos geboren schrijfster werkte eerder samen met onder andere Philippe Dupuy en Hugues Micol (Een tweede huid). Samen maakten ze een western, maar wie het werk van Peeters een beetje kent, weet dat hij geen standaardverhaal hoeft te verwachten.
Een beeld van een jongen gaat over drie mensen die door Texas trekken door het gebied waar de Comanches wonen. Oscar is een van oorsprong Ierse fotograaf, die in de Verenigde Staten terecht is gekomen met zijn fotoapparatuur. Hij trekt door Texas om er foto's te maken van het gebied, samen met zijn opdrachtgever, Stingley, en Milton, een jonge knaap. Elk van hen heeft zijn geheimen en die worden in de loop van het verhaal onthuld.
De reis is niet ongevaarlijk, want het is nog maar de vraag hoe de indianen op hun aanwezigheid en vooral op de botte Stingley zullen reageren. Bovendien wordt het drietal gevolgd door een premiejager. Achter wie zit deze griezelige man die er als een lijk uitziet, eigenlijk aan? Oscar? Milton? Stingley? En wat is er in hun verleden gebeurd? Tot zover het klassieke westernscenario dat het verhaal draagt. Maar in Een beeld van een jongen gebeurt veel meer, het is ook een verhaal over onderdrukte seksuele verlangens.
Oscar is homoseksueel en valt als een blok voor Milton, een blondgelokte knaap met een prachtig kontje, die echter geen jongen blijkt te zijn. Wat tamelijk verwarrend is voor de van zijn geaardheid overtuigde dandy. Bovendien beschikt Milton over paranormale gaven.
Een beeld van een jongen past naadloos in het oeuvre van Peeters. Bekende thema's uit zijn andere werk keren terug in het verhaal. De verlaten Amerikaanse decors zijn heel mooi en het verhaal zindert van de (erotische) spanning die hij vooral voelbaar maakt met raak getroffen gezichtsuitdrukkingen. Bijna onvermijdelijk eindigt ook dit verhaal weer op een ander bewustzijnsniveau. Typisch Frederik Peeters, maar waar hij het je in Aāma bepaald niet makkelijk maakt, is Een beeld van een jongen toegankelijker en een prima eerste kennismaking voor wie het werk van een van de beste stripmakers van het moment nog niet ontdekt heeft.
Casterman 2016; 108 pagina's; hardcover, kleur; € 22,50
☺☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

woensdag 10 augustus 2016

Het andere Rio

RIO 1: GOD VOOOR ONS ALLEN (Corentin Rouge & Louise Garcia)
Geen Olympische sport, geen kleurrijk carnaval, maar wel het harde leven in de straten van de stad staat centraal in Rio, een nieuwe reeks waarvoor Rouge de tekeningen maakt en Louise Garcia, die zelf in Rio heeft gewoond, het verhaal schrijft. Ze schetst een indringend beeld van het leven van een groep straatkinderen te midden van criminelen, travestieten en corrupte politieagenten.
De twee belangrijkste personages in het boek zijn Rubeus, een jongen van negen en zijn vijf jaar jongere zus Nina. Hun moeder heeft een relatie met een politieagent waarvan ze zwanger is geraakt. Ze probeert hem hiermee te chanteren en dat kost haar het leven. Rubeus en Nina komen op straat te staan en proberen te overleven. Via een andere jonge zwerver, Bakar, sluiten ze zich aan bij een jeugdbende. Nadat de bende geprobeerd heeft om toeristen te beroven in een hotel besluit de politie dat de straten van Rio moeten worden schoongeveegd. Kinderen worden opgepakt en Rubeus en Nina raken van elkaar gescheiden.
Dit eerste deel van Rio is hard, gewelddadig en realistisch, maar kent ook tedere kanten, zoals de liefde van Rubeus voor zijn zusje dat hij door de ellende probeert heen te slepen. Je kan niet anders dan genegenheid voelen voor het joch dat door de erbarmelijke omstandigheden waarin hij opgroeit terecht komt in een schijnbaar uitzichtloze situatie. Voor Nina gloort er even een sprankje hoop als een Amerikaans echtpaar probeert haar te adopteren.
Het tekenwerk van Rouge is erg goed, het geweld en de emoties brengt hij overtuigend in beeld en het scenario heeft voldoende diepte om te blijven boeien en nieuwsgierig te maken naar het vervolg.
Glénat 2016; 48 pagina's; softcover, kleur; € 7,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

maandag 8 augustus 2016

Een verloederde eend

BETTY BLUES (Renaud Dillies)
Het genre van de dierenstrip is al stokoud, maar nog springlevend. Steeds weer zijn er stripmakers die er in slagen om binnen het genre met iets nieuws te komen, zoals Renaud Dillies, waarvan eerder twee prachtige albums verschenen (Abeltje, Dromen en Muizenissen) van wat recentere datum. Onlangs verscheen ook Betty Blues in vertaling, de strip waarmee Dillies in 2003 debuteerde. En dat is (bijna) even goed als de twee hiervoor genoemde titels.
De hoofdpersoon in Betty Blues is een eend, Little Rice Duck, die de kost verdient als jazztrompettist in kroegen en clubs. Als op een dag zijn vriendin Betty, Lady Jazz zich laat verleiden door een rijke kater met een fles champagne en Little Rice voor hem verlaat beginnen de blues. Het eendje verloedert. Hij zuipt zich te pletter en in een dronken bui verliest hij zijn trompet. Nou ja, hij wil toch nooit meer spelen en hij trekt de wijde wereld in.
Zal hij echt nooit meer spelen? Zal hij ooit nog gelukkig worden? Betty Blues is een mooi, weemoedig verhaal met een kklassiek thema: de muzikant die vergroeid is met zijn instrument. Dillies vertelt het emotionele verhaal op strak ingedeelde pagina's in krasserige tekeningen vol emoties. En dat is bijna tachtig pagina's lang genieten.
Gorilla 2016; 78 pagina's; hardcover, kleur; € 14,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

donderdag 4 augustus 2016

Eerbetoon aan een iconische stripfiguur

DE MOORDENAAR VAN LUCKY LUKE (Matthieu Bonhomme)
In 2016 is het zeventig jaar geleden dat Lucky Luke van  Morris voor het eerst verscheen. Het werd een van de klassiekers van de Europese strip. Vooral in de jaren zestig en zeventig, toen Goscinny de verhalen schreef was de serie op zijn best: gelaagde humor, optredens van historische figuren, cameo's, maar ook (niet te vergeten) goed gedocumenteerde verhalen.
Bonhomme heeft zijn huiswerk goed gedaan. Hij blijft zijn eigen tekenstijl trouw, maar hij kent het werk van Moris goed, dat zie je bijvoorbeeld aan de hoofden van de personages en aan de inkleuring. Hij schreef zelf het uitstekende scenario. Lucky Luke belandt in het stadje Froggy Town, de bevolking staart hem, de levende legende, bewonderend aan als hij drijfnat na drie dagen achtereen regen het stadje binnenrijdt. De bewoners van Froggy Town roepen zijn hulp in om het van hun gestolen goud terug te vinden. Achter de diefstal hiervan zitten de Bones, een plaatselijke bende. Lucky Luke hoeft niet op veel hulp te rekenen, behalve van de eenzaat Doc Wednesday.
Het verhaal zit zoals gezegd goed in elkaar, het is spannend, bevat alle elementen van een geslaagde western en er zit, zoals dat hoort bij Lucky Luke veel humor in. Heel grappig is Lukes speurtocht naar een laatste restje droog gebleven tabak.
Helemaal nieuw is het westerngenre niet voor Bonhomme.  Hij maakte twee delen van de westernsatire Texas Cowboys met Lewis Trondheim, maar De moordenaar van Lucky Luke is geen parodie, het is een geslaagd eerbetoon aan een groot stripmaker en een iconische stripfiguur.
Lucky 2016; 64 pagina's; softcover; € 7,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

dinsdag 2 augustus 2016

Kleurrijke personages en spectaculaire architectuur

ROBBEDOES EN KWABBERNOOT DOOR FRANQUIN 3 en 4
In 1953 is Franquin de belangrijkste tekenaar van het weekblad Robbedoes. Dankzij de vernieuwingen die hij vanaf Er is een tovenaar in Rommelgem doorvoert en zijn voortdurende aanwezigheid is de titelheld  uitgegroeid tot de populairste stripfiguur van het blad. Voor De dictator en de paddenstoel werkt Franquin samen met Maurice Rosy, een kleurrijke figuur, die dan net is aangenomen door uitgeverij Dupuis als ideeënman. Rosy leverde een verhaal dat perfect paste bij Franquins pacifistische gevoelens. De dictator en de paddenstoel gaat van start met een lang, hilarische scene, waarin de Marsupilami een uitvinding in handen krijgt van de graaf en daarmee Rommelgem op stelten zet. Robbedoes en Kwabbernoot besluiten dat het voor het beestje beter is dat hij terugkeert naar de jungle en brengen hem terug naar Palombië. Daar aangekomen blijkt Wiebeling, Kwabbernoots neef, als dictator aan de macht te zijn gekomen. Hij bereidt een invasie voor van zijn buurland en wil dat Robbedoes en Kwabbernoot hem daarbij helpen. De twee stemmen toe, maar met als doel om de plannen van Wiebeling te verijdelen. Daarbij komt de uitvinding van de graaf, een gas dat metalen week laat worden, goed van pas.
Franquin slaagt er met De dictator en de paddestoel in om een spannend, wat absurd  verhaal te maken wat gelezen kan worden als een aanklacht tegen militarisme en een pleidooi voor vredelievendheid.
Het volgende verhaal heeft een heel ander karakter, maar opnieuw verschuift Franquin de grenzen van het stripverhaal in die tijd door een nieuw element te introduceren: de emotie. Striphelden zijn dan nog vooral onverschrokken avonturiers, maar Franquin maakt zijn helden menselijker. Robbedoes en Kwabbernoot hebben op de eerste pagina's van het verhaal een stevige ruzie, hun vriendschap staat op springen,  en tegen het einde van het verhaal zien we een volkomen wanhopige Robbedoes, die er bijna het leven bij laat. Pas op, Robbedoes is een Hitchcock-achtige thriller over persoonsverwisseling met veel spanning en emotie. Het is ook het verhaal met de klassiek geworden scène, waarin Kwabbernoot in de Franse bergen bij een afdaling de controle verliest over zijn racefiets.
In Het schuilhol van het zeemonster komt de knutselaar in Franquin naar boven. Hij heeft een levendige belangstelling voor de wetenschap en leest met passie tijdschriften zoals Science et Vie en National Geographic. Zijn collectie boeken en tijdschriften over allerlei onderwerpen is een belangrijke inspiratiebron voor Franquins eigen uitvindingen zoals de Tarbotmotor en de Kwabberhefschroef. Het schuilhol van het zeemonster speelt zich voor een belangrijk deel onder water af en draait om een wedstrijd waarbij een toestel moet worden ontworpen om op grote diepte mee te kunnen duiken. Samen met de graaf gaan Robbedoes en Kwabbernoot de uitdaging aan. Het is een spannend verhaal, waarbij vooral de onderwaterscènes heel mooi zijn getekend en door de nieuwe, frisse inkleuring van deze versie komen ze helemaal tot hun recht.
Het schuilhol van het zeemonster is een mooi voorbeeld van de professionalisering die het stripverhaal in de jaren vijftig doormaakt en waar Franquin en Peyo een belangrijke bijdrage aan leverden. Franquin schrijft voor het eerst zijn verhaal volledig uit, voordat hij begint met tekenen, in die tijd nog tamelijk ongebruikelijk.
Voor Het masker der stilte werkt Franquin opnieuw samen met Rosy, die inmiddels ook de verhalen van Baard en Kale is gaan schrijven. Het verhaal heeft een schitterend uitgangspunt. Robbedoes en Kwabbernoot gaan een reportage maken over Incognito City, een stad waar alleen miljonairs wonen. Juist op dat moment besluit een dievenbende om met behulp van een uitvinding van de graaf om hier massaal te gaan inbreken.
Een van de opvallendste elementen in dit verhaal is de architectuur. Hiervoor schakelde Franquin een andere tekenaar in: Will. De moderne avant-gardistische villa's in Incognito City zien er zowel aan de buitenkant als qua interieur schitterend uit. Het tekenen ervan is echt iets voor Will, maar dat is niet de enige reden waarom Franquin een deel van het tekenwerk uitbesteedt.  Hij maakt een zeer drukke tijd door. Na een conflict met zijn uitgever stapt Franquin over naar Kuifje en zit vier jaar vast aan een contract voor Ton en Tineke. Het conflict wordt bijgelegd, maar dat betekent dat Franquin met wekelijks een strip in Kuifje en in Robbedoes en allerlei losse opdrachten een enorme wekelijkse productie moet maken. Daar komt nog bij dat Dupuis de Franse markt wil veroveren met Robbedoes en daar worden speciale verhalen voor gemaakt die niet in het weekblad verschijnen. Dat Franquin nooit van Het masker der stilte heeft gehouden, heeft niet zozeer te maken met het verhaal zelf, maar meer met de omstandigheden waaronder het gemaakt wordt en die ertoe zullen lijden dat hij ziek wordt.
Dit zijn opnieuw twee prachtig verzorgde boeken met klassieke verhalen van een heel goede stripmaker.
Dupuis 2016: 128 en 116 pagina's; hardcover, kleur; € 22,50
☺☺☺☺
Kijk ook eens op http://hanspols.nl