zondag 24 april 2016

De hoeksteen van een oeuvre



Robbedoes en Kwabbbernoot door Franquin 1 en 2 (André Franquin e.a.)

Als je de verhalen van Robbedoes en Kwabbernoot van André Franquin nog niet in de boekenkast hebt staan, is dit het ideale moment om er mee te beginnen. Dit jaar verschijnen namelijk alle verhalen die Franquin tekende in een fraaie gebonden reeks, die elf delen van rond de 130 pagina's gaat tellen. Voor deze herdruk op groot formaat zijn alle verhalen opgefrist, zoals eerder al gebeurde met een reeks korte verhalen, en ieder verhaal heeft een korte, maar zeer gedegen en informatieve inleiding gekregen.
Robbedoes wordt voor het eerste nummer van het gelijknamige tijdschrift bedacht door Rob Velter (Rob-Vel). Jijé neemt de reeks in 1943 van hem over en hij bedenkt Kwabbernoot. In 1947 heeft Jijé het zo druk met diverse stripreeksen dat hij Robbedes op zijn beurt weer overdraagt aan de jonge André Franquin. Een historische beslissing. Franquin zet de lijn van Jijé een aantal jaren voort, maar de door hem getekende reeks verhalen gaat eigenlijk pas goed van start in 1950. De eerste jaren ging hij vooral improviserend te werk, maar voor Er is een tovenaar in Rommelgem, wordt eerst een volledig verhaal uitgewerkt, voordat hij eraan begint te werken. Niet voor niets opent de nieuwe reeks met een boek waarin dit verhaal (deel 2 in de reguliere reeks) en Robbedoes en de erfgenamen (deel 4) staan.
De samenstellers van de reeks hebben dus niet gekozen voor een heruitgave in chronologische volgorde, de oude verhalen komen aan bod in deel 9 en 10, maar die keus valt te verantwoorden. In Er is een tovenaar in Rommelgem begint Franquin namelijk te bouwen aan zijn eigen universum door de graaf van Rommelgem en het gelijknamige dorpje met zijn inwoners te introduceren. In de loop van de reeks wordt Rommelgem een soort thuisbasis voor de twee helden, die zich ontwikkelen tot globetrotters. De hoeksteen van het Robbedoes en Kwabbernootoeuvre van Franquin noemen inleiders Christelle en Bertrand  Pissavy-Yvernault het. Ze krijgen een soort familie. En die familie wordt nog verder uitgebreid in Robbedoes en de erfgenamen, waarin we kennismaken met Kwabbernoots slechte broer Wiebeling, maar het is ook het verhaal waarin hun meest geliefde 'familielid' voor het eerst opduikt: de marsupilami.
Oorspronkelijk was Franquin niet van plan om van de marsupilami een vast personage in de reeks te maken, maar "af en toe dringen personages zich op aan hun schepper." Tot groot genoegen van de lezers keerde de marsupilami terug in De roof van de marsupilami. Dierenliefhebber Franquin kon het niet over zijn hart verkrijgen om het diertje eenzaam achter te laten in de dierentuin. De marsupilami wordt ontvoerd en Robbedoes en Kwabbernoot gaan achter de ontvoerders aan. Het is een verhaal vol grappen, achtervolgingen, verbaal en non-verbaal geweld en kleurrijke mensen en dieren.
In De hoorn van de neushoorn is geen rol voor de marsupilami weggelegd. Onze helden reizen samen  naar het Midden-Oosten en Afrika, maar toch niet helemaal alleen. Franquin introduceert in dit verhaal de nieuwsgierige journaliste IJzerlijm, die constant in hun buurt is als ze zelf op onderzoek uitgaan. Wat Franquin deed was best revolutionair, in een tijd dat vrouwen zo goed als geen rol speelden in stripverhalen zet hij een jonge, zelfbewuste en ook  nog eens knappe vrouw neer met een job. Ook niet onbelangrijk is dat hij zijn passie voor designauto's helemaal kwijt kan in het ontwerp van de Tarbot, een spectaculaire auto, die Robbedoes en Kwabbernoot cadeau krijgen in De hoorn van de neushoorn.
In deze vier verhalen is een meesterlijke verteller en tekenaar aan het werk die bouwt aan een oeuvre dat klassiek geworden is. Nog altijd zijn ze heerlijk om te lezen.
Uitgeverij Dupuis 2016; ca. 130 pagina's per deel; hardcover, kleur; € 22,50 per deel
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie posten