vrijdag 27 maart 2015

De schaduw van Blueberry

UNDERTAKER 1: DE GOUDVRETER (Ralph Meyer & Xavier Dorison)
Vanaf het moment dat de eerste pagina's van Undertaker werden voorgepubliceerd in Eppo doken de lofuitingen op: de nieuwe Blueberry, fantastisch getekend... zelden werd het eerste deel in een nieuwe reeks zo de hemel in geprezen. Terecht?
De hoofdpersoon in Undertaker is Jonas Crow, een man met een  mysterieus verleden die met  zijn paard en wagen als doodgraver door de Verenigde Saten reist met als enige gezelschap een tamme gier. Hij belandt in Anoki City, een mijnwerkersstadje. Alle macht in het stadje is in handen van Joe
Cusco, die een aantal goudmijnen bezit. Hij voelt zijn einde naderen, maar wil geen afstand doen van zijn goud. Cusco besluit om al zijn goud op te eten en zelf een eind aan zijn leven te maken. Hij wil daarna begraven worden in zijn eerste mijn en dat mag Crow voor hem regelen. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt, want het hele dorp is uit op Cusco's goud en achtervolgt Jonas Crow en Cusco's knappe assistente Rose, wanneer zij met het lijk op weg gaan naar de mijn. Dan blijkt dat Crow niet alleen handig is met een spa, maar ook met wapens.
Undertaker is een western, met alle clichés van dien. Daarbij is het verhaal getekend in een stijl die bij westerns lijkt te horen en waarin vrij makkelijk de invloed van Christian Rossi en Yves Swolfs valt te herkennen, maar vooral die van Jean Giraud. Scenarist Dorison voegt er een snufje mysterie aan toe (wie was Crow voordat hij doodgraver werd?) en zwarte humor a la Quentin Tarantino. Die combinatie levert zeker geen meesterwerk op, maar wel een prima verhaal. Dorison verstaat zijn vak en schreef een verhaal dat bolstaat van de spanningsbogen en uitnodigt om door te lezen en Ralph Meyer is in topvorm als tekenaar. Met flinke schaduwpartijen, arceringen en donkere kleuren weet hij perfect de sfeer te creëren die bij het verhaal hoort.
Dargaud 2015
64 pagina's, kleur; softcover; € 7,50
☺☺☺☺

maandag 23 maart 2015

Een lange mars in breedbeeld

IK, RENÉ TARDI, KRIJGSGEVANGENE IN STALAG IIB 2: MIJN TERUGKEER NAAR FRANKRIJK (Jacques Tardi)
De twee grote oorlogen van de vorige eeuw lopen als een rode draad door het oeuvre van Jacques Tardi. De Eerste Wereldoorlog komt in verschillende van zijn oudere strips voor om uiteindelijk de hoofdrol op te eisen in Loopgravenoorlog uit 1993, een indrukwekkend verhaal over de gruwelijke gevechten die duizenden soldaten het leven koste.
Het boek was een inspiratiebron voor de vele stripmakers die in 2014 een graantje meepikten van de uitgavenstroom die door de herdenking van WO I op gang kwam. Maar vrijwel niemand wist dezelfde diepe indruk te maken.
Tardi heeft inmiddels een aantal stappen verder gezet in de geschiedenis van de Twintigste eeuw en beschrijft nu in drie delen het leven van zijn vader voor, na en tijdens de Tweede wereldoorlog in Ik, René Tardi, krijgsgevangene in Stalag IIB. Twee delen zijn inmiddels verschenen. In het grootste deel van boek 1 beschrijft hij het verblijf van zijn vader in een krijgsgevangenenkamp en in het tweede deel gaat het over de lange weg terug naar huis die René Tardi met een groep gevangenen aflegde terug naar Frankrijk, grotendeels lopend.
Jacques Tardi heeft zich voor dit boek minutieus gedocumenteerd. Als basis gebruikte hij de dagboeken van zijn vader en hij reconstrueerde de hele reis om de hiaten hierin te kunnen opvullen.
Net als in zijn loopgravenboeken  hanteert Tardi voor in Ik, René Tardi, krijgsgevangene in Stalag IIB een werkwijze waarbij hij drie tekeningen onder elkaar zet die de volledige breedte van de pagina's beslaan, een soort breedbeeldeffect. De tekeningen zijn uitgevoerd in grauw zwart-wit met vaak flinke lappen tekst. Een belangrijk verschil met Loopgravenoorlog is dat dit nog persoonlijker en eigenlijk non-fictie is. Net als in het eerste deel voert ook nu Jacques Tardi zichzelf in een jonge versie op als personage in het verhaal. De jonge Jacques stelt kritische vragen, maar meer dan in het vorige boek is hij ook de 'voice over' die vertelt welke historische gebeurtenissen zich in de wereld afspelen terwijl zijn vader bezig is aan de lange mars naar huis.

Het is een bezwaar van dit boek. Het is heel boeiend om het verslag te lezen van een groep mensen die onder barre omstandigheden door Europa trekt en daarbij soms elke menselijke waardigheid verliest, maar die lange uiteenzettingen halen het tempo uit het verhaal. Soms doet Jacques Tardi wat te veel zijn best om te laten zien hoe goed hij zich heeft gedocumenteerd.
Ook kun je je niet aan de indruk onttrekken dat Jacques Tardi wat teveel teert op oude roem en het zichzelf wat te makkelijk maakt door precies dat aan de lezers te presenteren wat ze van hem verwachten. Een mooie vondst is dan weer wel dat de tekeningen meer kleur krijgen naarmate Fankrijk dichterbij komt om het boek tot slot in full color te laten eindigen.
Casterman 2015
140 pagina's, kleur; hardcover; € 25,00

☺☺☺

dinsdag 17 maart 2015

Maar er was één klein dorpje....

EL MESIAS (Wauter Mannaert & Mark Bellido)
In het Spaanse Andalusië ligt een  dorp van ongeveer 25 km2 met zo'n 2700 inwoners: Marinaleda. Bij de lokale verkiezingen van 1979 won de Collectivo de Unidad de los Trabajadores en sindsdien wordt Marinaleda collectief bestuurd. De bewoners leven van wat ze zelf verbouwen en alles wordt met elkaar gedeeld. Via Judith van Istendael kwam Wauter Mannaert in contact met Mark Bellido, een Spanjaard, die hem het verhaal van Marinaleda vertelde en ze besloten om hier samen een grafische roman op te baseren, die door Mark geschreven werd en door Wauter in beeld gebracht.

Hoewel de auteurs een bestaand dorp en bestaande personen namen als vertrekpunt namen, is El Mesias geen documentaire maar fictie;  de beschreven gebeurtenissen zijn verzonnen.

Het verhaal begint met een scène waarin Jesús Fernández besluit om zelfmoord te plegen. Ooit was hij stinkend rijk, maar met de economische crisis van 2008 stort de vastgoedsector in en is hij in één klap alles kwijt. Hij omringt zich met kaarsen, knipsels over zichzelf en een afscheidsbrief en hangt zich op. Het einde wordt hem niet gegund. De politie treft hem in deze enigszins absurde toestand aan en smijt hem het huis uit dat ook niet langer van hem is. Hij hoort van het bestaan van Marinaleda en gaat ernaartoe. Daar aangekomen ontmoet hij de charismatische burgemeester Gordillo, hij gaat in het dorp wonen en leert er de dorpsbewoners en hun manier van leven kennen. Wat volgt is een grappige en prikkelende satire van bijna 300 pagina's over de ondergang van een ideaal.
Marinaleda lijkt wat op het dorpje van Asterix, het verzet zich als enige tegen het overal om zich heen oprukkende kapitalisme, een ontwikkeling waar links net zo goed als rechts schuld aan heeft. Het lijkt een ideale samenleving, maar is hat dat ook? Wie verder wil kijken  dan de grenzen van het dorp en bijvoorbeeld wil gaan studeren in Sevilla, wordt teruggefloten. Niet voor niets heet de hoofdpersoon van het verhaal Jeús, wat impliceert dat er ook een Judas in het dorp is.

Wauter Mannaert debuteerde een paar jaar geleden met Ondergronds, een origineel verhaal, maar met nogal volgepropte en rommelige tekeningen. Sindsdien is hij in dat opzicht vooruit gegaan. Hij heeft de pagina's van El Mesias minder vol met details gestopt, zodat ze leesbaar blijven. wel is het jammer dat het uiterlijk van de personages wat blijft schommelen tussen realistische en humoristisch getekend in. Mannaerts tekenwerk is niet de sterkste kant van El Mesias, dat is het uitstekende verhaal, een spannende, amusante satire over kapitalisme, politiek en leiderschap. Het maakt alvast heel benieuwd naar het boek dat Mark Bellido op het moment maakt met Judith van Istendael over zijn eigen verleden als lijfwacht van door de ETA bedreigde Spaanse politici in Baskenland.

Blloan 2015
288 pagina's, zwart-wit; paperback; € 27,95
☺☺☺☺


vrijdag 6 maart 2015

Bevriend met een monster

MIJN VRIEND DAHMER (Derf Backderf)
 Op 22 juli 1991 werd Jeffrey Dahmer gearresteerd door de politie. Hij had in de jaren daarvoor zestien jongens vermoord. Zijn zeventiende slachtoffer wist te ontkomen en waarschuwde de politie. Toen striptekenaar John (Derf) Backderf dit nieuws hoorde realiseerde hij zich geschokt dat deze man tien jaar eerder bij hem op de middelbare school in de klas zat en ze met elkaar bevriend waren.
Jaren later, Dahmer was inmiddels in de gevangenis vermoord door een van de andere gevangenen, verwerkte Backderf dit gegeven in een kort verhaal. Het verhaal werd een paar keer gepubliceerd, maar Backderf wist dat er meer in zat en begon te werken aan een grafische roman, die uiteindelijk in 2011 in boekvorm verscheen. Hij deed uitgebreid onderzoek, sprak talloze mensen en wist zelfs een aantal tot dan toe onbekende feiten boven tafel te halen.
Backderfs aanpak is bijzonder. Hij legt de nadruk niet op Dahmers misdaden. Maar door het verleden dat hij deelt met Dahmer en herinneringen aan gebeurtenissen op school en in de klas waar zij allebei in zaten is hij in staat om het portret de schetsen van verwarde puber die zich vreemd gedraagt, opgroeit in een vreselijke thuissituatie, later ontdekt dat hij homoseksueel is en op jonge leeftijd al een drankprobleem ontwikkelt.
Dahmer is een vreemde jongen die zijn klaasgenoten en het groepje vrienden waar hij mee omgaat schrik aanjaagt,maar ook amuseert. Konden zij zien aankomen dat deze dwaas zich zou ontwikkelen tot iemand die een serie gruwelijke moorden zou plegen. Hadden ze het konden voorkomen? Backderf lijkt te denken van wel. "Ik geloof dat Dahmer niet tot een monster had hoeven uit te groeien en dat al die mensen een gruwelijk einde bespaard had kunnen blijven, als de volwassenen in zijn leven niet zo onverklaarbaar, onvergeeflijk en onbevattelijk kortzichtig en/of onverschillig waren geweest." Dahmers ouders zitten midden in een keiharde echtscheiding en hebben totaal geen aandacht voor de psychische problemen vaan hun zoon. Op school spreekt geen enkele leraar Dahmer aan op het feit dat hij duidelijk elke dag dronken is. Het wekt verbazing. Wat was dat voor vreemde tijd en schoolcultuur, in het Milwaukee van de jaren zeventig?
Mijn vriend Dahmer werd na verschijning in de Verenigde Staten lovend ontvangen. Terecht, want het is een indrukwekkend relaas. Het is subtiel, graaft diep  en is nergens veroordelend. Backderf heeft de juiste balans gevonden tussen betrokkenheid bij en afstand van zijn onderwerp. Van zijn tekenstijl, die sterk wortelt in de Amerikaanse undergroundtraditie  van bijvoorbeeld Robert Crumb, ben ik niet zo gecharmeerd (hoewel dat starre, robotachtige wel past bij het onderwerp) maar dat bezwaar viel al snel weg toen ik begon te lezen. Mijn vriend Dahmer is zware kost, je moet het boek echt af en toe even wegleggen, maar ik kan het iedereen aanraden.
Scratch Books 2015
232 pagina's, zwart-wit; paperback; € 19,90

☺☺☺☺☺