woensdag 30 december 2015

Een gevaarlijke maffiabaas en een potige lijfwacht

OLYMPIA (Vivès, Ruppert & Mulot)
In Olympia keren de drie vrouwelijke inbrekers uit De grote odalisk terug voor een nieuwe opdracht. Alex, Carole en Sam moeten dit keer drie schilderijen van liggende vrouwen zien te bemachtigen en krijgen te maken met een gevaarlijke maffiabaas en een potige, maar nogal domme lijfwacht, die er voor moet zorgen dat ze hun opdracht uitvoeren.
Olympia is een vlot verteld misdaadverhaal met spitse dialogen, leuk personages en verrassende wendingen, er loopt net als in het vorige boek regelmatig iets in het honderd, vooral dankzij de impulsieve Alex. En aan het einde van het verhaal worden we nog eens helemaal op het verkeerde been gezet.
Olympia is absoluut een leuk boek, maar heeft ook een aantal minpunten. De tekeningen hebben geen lijn teveel, maar zijn hier en daar ronduit slordig. Misschien is het zo bedoeld om het verhaal   een wat cultureel en artistiek tintje te geven. Daar zijn de makers niet in geslaagd. Olympia is gewoon wat het is: een amusant en avontuurlijk verhaal en dat rechtvaardig zo'n dure uitgave eigenlijk niet.
Dupuis 2015; 136 pagina's; kleur, harde kaft; € 24,95
☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

dinsdag 29 december 2015

Muisjes in gevecht met ratten en katten

CHLOROPHYL INTEGRAAL 1 (Raymond Macherot)
Halverwege de jaren vijftig was zo ongeveer ieder genre verhaal te vinden in het weekblad Kuifje, maar uitgever Leblanc vond dat er nog iets ontbrak: een dierenstrip. De ideale tekenaar om het gat op te vullen werd gevonden in de Ardennen: Raymond Macherot kon zijn liefde voor de natuur helemaal kwijt in Chlorophyl.
In 1954 verscheen de eerste pagina van Chlorophyl tegen de zwarte ratten, voorafgegaan door een kort verhaal van vier pagina's, een soort test die zo goed slaagde dat Macherot groen licht kreeg om een serie te maken. Chlorophyl stond jarenlang onafgebroken in het weekblad. Na het eerste verhaal volgden Chlorophyl en de samenzweerders en Geen salami voor Philomeen.
In deze eerste verhalen zijn Chloro en zijn vrienden nog echte dieren, die strijden tegen andere dieren zoals ratten en katten, later kregen ze net als de dieren van Disney kleren aan en werd hun wereld een satirische weerspiegeling van de echte mensenwereld.
Dat betekent niet dat humor en satire afwezig zijn in deze oudste verhalen. Integendeel. Er valt veel te genieten. Macherot was een begenadigd verteller die met veel humor, leuke personages en liefde voor de natuur een aantal verhalen maakte die anno nu nog opvallend fris zijn.
De verhalen van Macherot zullen worden gebundeld in drie boeken met zoals het hoort bij een integrale veel extra's. En die zijn in dit eerste deel heel verrassend. Behalve een zeer gedegen inleiding zijn aan de Chlorophylverhalen ook vier korte verhalen toegevoegd van Macherot, waarvan er drie in een realistische stijl zijn getekend, die na de eerste publicatie nooit meer te zien zijn geweest.
Het loont absoluut de moeite om het werk Macherot te (her)ontdekken, een van de beste Europese auteurs van dierenstrips.
Scratch 2015; 208 pagina's; kleur, hardcover; € 27,50
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zondag 27 december 2015

Jacht op een wagen vol goud

ZO MAAK JE FORTUIN IN 1940 (Astier, Dorison & Nury naar Pierre Siniac)


Twee van de bekendste Franse scenaristen van het moment, Xavier Dorison en Fabien Nury bundelden hun krachten en namen een roman van Pierre Siniac onder handen: Sous l'Aile noire des rapaces. Ze bewerkten het tot een scenario voor een speelfilm en voor een stripverhaal, de strip kreeg als titel Zo maak je fortuin in 1940.
Het verhaal speelt zich af in (inderdaad) 1940. De Duitsers naderen Parijs en de nationale bank vervoert het goud naar het buitenland. Helaas vergeten ze voor een paar miljoen aan goudstaven en er moet nog een transport geregeld worden. Dat komt een bende dieven ter ore en die bedenken een plan om de wagen die het goud vervoert te beroven.
Dat levert een leuke thriller op met veel achtervolgingen en humor, vlot in beeld gebracht door de bij ons nog onbekende tekenaar Laurent Astier. Zijn tekenstijl met vet veel dikke lijnen doet wat denken aan Jordi Bernet en maakt nieuwsgierig naar meer werk van hem. Hij is in ieder geval goed op dreef in deze pretentieloze actiestrip. Wie daarvan houdt mag Zo maak je fortuin in 1940 eigenlijk niet missen.
Casterman 2015; 120 pagina's; kleur, hardcover; € 22,50
☺☺☺
Kijk ook eens op http://hanspols.nl


zaterdag 26 december 2015

Op zoek naar een geliefde in het hoge Noorden

CORTO MALTESE 13: ONDER DE MIDDERNACHTZON (Pellejero & Diaz Canales) 
Hugo Pratt was een van de grootste vertellers van het stripverhaal. Met als belangrijkste inspiratiebronnen de avonturenromans uit zijn jeugd van bijvoorbeeld Jack London of Robert-Louis Stevenson bedacht hij het ene na het andere verhaal. Met hun volwassen aanpak liepen Pratts lange verhalen vooruit op wat later de striproman ging heten.
Een van die verhalen is De ballade van de zilte zee, waarin voor het eerst Corto Maltese voorkomt. Corto keer daarna terug in een reeks korte verhalen en vanaf Corto Maltese in Siberië in stripromans.. Pratts manier van vertellen en het inventieve gebruik van zwart-wit in zijn tekeningen hebben heel veel stripmakers geïnspireerd. Denk aan Tardi, Comès en Rubèn Pellejero, die in de jaren tachtig zelf een avonturier bedacht: Dieter Lumpen.  
Als verteller was Pratt onnavolgbaar. De verhalen over Corto Maltese zijn pakkend, origineel, de personages zijn kleurrijk en de dialogen bijzonder knap. In bijna ieder album staat wel een onvergetelijk gesprek tussen Corto en een van de bijzondere personages zoals Raspoetin.
Het leek onmogelijk om Corto Maltese voort te zetten, maar schrijver Juan Diaz Canales (van Blacksad) en Rubèn Pellejero gingen de uitdaging aan.
Onder de middernachtzon speelt zich in 1915 af in het hoge noorden van Canada en de Verenigde Staten, waar Corto zich aansluit bij een groep goudzoekers. Zelf zoekt hij geen goud, maar de voormalige geliefde van Jack London, die hem voor haar een boodschap heeft meegegeven.
Diaz Canales en Pellejero zijn cum laude geslaagd voor het moeilijke examen. Het verhaal is boeiend, heeft diepgang en sfeer en , misschien wel het belangrijkste, heeft een paar onvergetelijke dialogen. Pellejero greep terug op de stijl die hij gebruikte voor Dieter Lumpen en werkte niet direct in kleur zoals we de laatste tijd van hem gewend zijn, maar in zwart-wit. De tekeningen kregen daarna een sobere inkleuring zoals die ook werd gebruikt voor de heruitgaven van Corto Maltese.
Pellejero weet perfect een balans te vinden tussen zijn eigen manier van werken en die van Hugo Pratt, waardoor het geen Hugo Pratt-imitatie wordt, maar wel een volwaardig avontuur van Corto Maltese. Een knappe prestatie.
Casterman 2015; 88 pagina's; kleur, hardcover; € 20,00

☺☺☺☺

vrijdag 25 december 2015

Een ideaalbeeld in barre tijden

JAN KORDAAT INTEGRAAL 1941-1946 (Jijé & Jean Doisy) 
Wie kent Jan Kordaat nog? Ooit was hij één van de belangrijkste helden van het weekblad Robbedoes, maar dat was heel lang geleden. De reeks albums die na publicatie in het weekblad verscheen is allang niet meer te krijgen en hij was een soort stoffig icoon uit een ver verleden geworden. Terecht?
Uitgeverij Scratch haalde de eerste avonturen van Kordaat onder het stof vandaan, maakte er een prachtige, dikke bundeling van en wat blijkt? Die oude verhalen zijn helemaal zo slecht niet.
Jan Kordaat werd bedacht door Jean Doisy, een journalist die voor de tijdschriften van uitgeverij Dupuis schreef, in 1941. De Tweede Wereldoorlog was in volle gang. Het weekblad Robbedoes kon blijven verschijnen, maar de bezetter wilde niet langer dat er strips in verschenen die waren gemaakt door de vijand, Amerika!
Er ontstond behoefte aan eigen, Europese helden en nadat Jijé eerst een verhaal van Superman had afgerond, ging Jan Kordaat van start. Op de eerste pagina's is hij nog verzekeringsagent,maar al snel verandert hij in een speurder als zijn werkgever hem op pad stuurt om een in een klein dorp een reeks brandstichtingen op te helderen. In dat dorp heeft Kordaat ook de eerste ontmoeting met Jefke, de jongen die hem bij zijn  avonturen blijft vergezellen.
Het eerste verhaal is nogal knullig, de auteurs lijken per week te verzinnen welke kant het verhaal op moet gaan (wat in die tijd gebruikelijk was) en ineens wordt het Belgische decor verwisselt voor een Afrikaanse woestijn, waarin Jan en Jefke op zoek gaan naar Jefkes vader. De kracht van Jan Kordaat zat destijds waarschijnlijk niet zozeer in het verhaal (overigens naar toenmalige maatstaven helemaal niet slecht) maar in wat Jan Kordaat belichaamde. Hij was in dii barre tijden een soort ideale man die streed voor rechtvaardigheid. Zijn populariteit was na verloop van tijd zo groot dat hij Robbedoes van de voorpagina verdrong. Terecht, want dat was een nogal bloedeloos en ongeïnspireerd verhaaltje geworden.
In dit boek zijn  de eerste verhalen van Jan Kordaat prachtig gereproduceerd. Bovendien worden ze voorafgegaan door een uitgebreid en heel lezenswaardig dossier dat niet alleen ingaat op de figuur van Jan Kordaat en zijn scheppers, maar ook een mooi beeld geeft van de tijd waarin de strip ontstond en de gang van zaken op de redactie van Robbedoes.
Goed te zien is hoe Jijé's tekenstijl zich in vijf jaar tijd ontwikkelde en hij uitgroeide tot één van de belangrijkste auteurs van realistisch getekende stripverhalen. Hoewel zijn invloed enorm is geweest, zonder hem zou er geen Bernard Prince of Largo Winch geweest zijn, dreigde hij ook wat in de vergetelheid te raken. Het wordt tijd voor een herwaardering. Daar draagt deze uitgave zeker aan bij, maar ook de integrale reeksen van Roodbaard en Tanguy en Laverdure zijn inmiddels in de periode beland, waarin Jijé ze tekende. Hij was toen op zijn artistieke top.
Scratch 2015; 264 pagina's; hardcover, kleur; € 39,90
☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl




woensdag 23 december 2015

Een dode in een bordeel en een illegale autopsie

Stern 1: De doodbidder, de zwerver en de moordenaar (Frédéric en Julien Maffre)
Westernstrips zijn weer in de mode en uitgeverij Dargaud heeft met de nieuwe serie Undertaker van Meyer en Dorison een bestseller in handen. Deze western met in de hoofdrol een doodgraver scoort goed met de eerste twee delen.
Vreemd genoeg meldden zich vrijwel tegelijkertijd met de makers van Undertaker nog twee stripmakers zich aan bij de uitgeverij met het idee voor een western met een doodgraver in de hoofdrol. Gelukkig besloot Dargaud om ook Stern uit te geven, want het is een leuk boek.  
De hoofdpersoon in Stern is een eenling die in een klein plaatsje het beroep van doodgraver uitoefent. Op een dag stort een bezoeker van een bordeel, terwijl hij volop gebruik maakt van de diensten die zo'n onderneming biedt, dood neer. Een hartaanval is de conclusie van de dorpsarts. Maar daar is de vrouw van het slachtoffer het niet mee eens. Ze vraagt aan Stern om een autopsie te doen op het lichaam van haar man. En zo is Stern ineens niet alleen meer doodbidder, maar ook patholoog-anatoom.
Zijn illegale autopsie is het begin van een speurtocht naar gebeurtenissen uit het verleden die uiteindelijk hebben geleid tot de dood van de man in het bordeel. Natuurlijk zit er geweld in dit verhaal, maar daar leggen de auteurs niet de nadruk op. Het is eerder een detectiveverhaal in westernsfeer met een prima intrige, spitse dialogen en intrigerende personages. Het tekenwerk van Julien Maffre is er na De bank weer verder op vooruitgegaan. Hij heeft duidelijk met plezier aan dit verhaal gewerkt.
Twee westerns met een doodgraver in de hoofdrol, daar houdt de overeenkomst op. Stern is anders dan Undertaker, maar doet er absoluut niet voor onder.
Dargaud 2015; 64 pagina's; softcover, kleur; € 9,50
☺☺☺☺


Kijk ook eens op http://hanspols.nl

dinsdag 22 december 2015

Een surreallistische omgeving

JHERONIMUS (Macel Ruijters)
 Als er één tekenaar is die het leven en werk van Jeroen Bosch in beeld kan brengen, dan is dat Marcel Ruijters. In veel van zijn stripverhalen zijn invloeden uit de Middeleeuwen terug te zien. Die zijn weliswaar wat ouder dan het wek van Bosch, maar wellicht speelde het mee toen de Stichting Jheronimus Bosch 500 Ruijters benaderde met het verzoek om een biografie in stripvorm  te maken van de schilder, waarvan volgend jaar de vijfhonderdste sterfdag wordt herdacht.
Ruijters kwwam er al snel achter dat de opdracht minder eenvoudig was dan het leek. We weten niet wanneer Bosch werd geboren en over zijn leven is eigenlijk ook niet veel bekend. Marcel Ruijters besteedde enkele jaren aan het verzamelen van zo veel mogelijk informatie. Dat was nog niet genoeg voor een volledige biografie, maar Ruijters slaagde er wel in om wat nieuwe en minder bekende feiten te verwerken in het boek.
Zo wordt Bosch vaak gezien als een ketter of een ongelovige die zijn helse fantasie uitleefde op zijn doeken. Dat is helemaal niet waar, Jeroen Bosch was een vroom Katholiek en veel van zijn werk maakte hij in opdracht. Ook leuk om te weten is dat hij in zijn hele leven zelden zijn stad Den Bosch heeft verlaten ook al overschreed zijn  roem al tijdens zijn leven de landsgrenzen.
Omdat er zo weinig over Bosch bekend is moest Marcel Ruijters zijn fantasie gebruiken om de leemtes op te vullen. Dat is helemaal niet erg want het eindresultaat is alleszins de moeite waard.
Ruijters besteed veel aandacht aan de omgeving waarin Bosch leefde en de sfeer waarin veel van het werk ontstond. Die was eigenlijk zo surrealistisch dat zijn werk er ineens veel minder vreemd door lijkt.
Marcel Ruijters heeft het leven van Jeroen Bosch heel mooi in beeld gebracht, de decors, de personages, de kleuren, het is allemaal even raak getroffen en draagt eraan bij dat je je onder laat dompelen in dit bijzondere universum. We kunnen gerust spreken van het hoogtepunt in Marcel Ruijters carrière. Maar intussen is hij alweer bezig aan een nieuw project en wie weet moet het beste nog komen.
Lecturis 2015; 160 pagina's; hardcover, kleur; € 19,99
☺☺☺☺
Kijk ook eens op http://hanspols.nl


maandag 21 december 2015

Een heel normaal gezin

MOOIE ZOMERS 1: Zuidwaarts! (Lafebre & Zidrou)

Een paar jaar geleden maakten we voor het eerst kennis met het tekenwerk van Jordi Lafebre in het ontroerende door Zidrou geschreven album Lydie. Zijn tekenwerk wist vooral zo te bekoren omdat hij zulke overtuigende personages weet neer te zetten. Hun emoties zijn echt en je kan niet anders dan van ze gaan houden.
Dat is ook weer het geval bij de familie Faldérault, waarover Mooie zomers gaat. Het verhaal speelt zich ergens in de jaren zeventig af. Vader Pierre is striptekenaar, maar verder is het een heel normaal gezin dat ieder jaar in de zomervakantie met de auto er op uit trekt naar de Ardèche. Er wordt veel gelachen onderweg, dezelfde grappen als ieder jaar worden verteld. Kortom,de Faldéraults zijn een heel gelukkige familie. Of toch niet? Zelfs in de leukste families gaat er wel eens iets mis. 
Mooie zomers is een heerlijk verhaal dat heel rustig wordt verteld met mooie tekeningen, innemende personages en herkenbare situaties. Het is bijna jammer om op de laatste pagina weer afscheid te moeten nemen van striptekenaar Pierre en zijn gezin.
Dargaud 2015; 56 pagina's; softcover, kleur; € 9,50
☺☺☺☺


Kijk ook eens op http://hanspols.nl

maandag 14 december 2015

Een hippie met het hart op de juiste plaats

SIMON VAN DE RIVIER INTEGRAAL 1 (Claude Auclair)

Als er één stripreeks is die typerend is voor de jaren zeventig, dan is het Simon van de rivier van de Fransman Claude Auclair. De drang naar vernieuwing en verandering van de rebelse naoorlogse generatie had ook zijn sporen nagelaten bij de redacties van striptijdschriften. Klassieke striphelden worden antihelden, de gladgeschoren kop van Blueberry wordt vervangen door een stoppelbaard, Michel Vaillant sticht een gezin en de oude helden blijken minder onfeilbaar te zijn dan vroeger. Ook grafisch wordt gezocht naar vernieuwing: pagina's worden opgebouwd als een geheel waarbij het traditionele wafelpatroon overboord wordt gezet en het aantal tekeningen per pagina wordt bepaald door het leesritme dat de tekenaar beoogt. Dat laatste zie je vooral terug bij een nieuw soort striphelden zoals Buddy Longway, Jughurta en Thorgal. Dat is het artistieke klimaat waarin Simon van de Rivier ontstaat.
Grafisch is Auclairs werk nog vrij traditioneel, hij worstelt vooral met de eisen die gesteld worden aan de lengte van een stripverhaal en het hebben van een vaste hoofdpersoon. Jaren later, als uitgeverij Casterman van start gaat met het tijdschrift (A suivre) vindt Auclair hier de plaats waar hij kan maken wat hij altijd al wilde maken: stripromans.
De eerste vijf albums van Simon van de rivier kun je na elkaar lezen als één striproman. Het is een meer dan tweehonderd pagina's tellend verhaal over een toekomstige samenleving na de ramp. Maar eerst maakte hij De ballade van Roodhaar Voor dat verhaal baseerde Auclair zich op een roman van Jean Giono en dat leverde hem grote problemen op. De ballade van Roodhaar stuitte al bij voorpublicatie in Kuifje op groot verzet bij de erfgenamen van Giono en werd daarom nooit herdrukt (afgezien van een publicatie in beperkte oplage als onderdeel van een boek over Auclair.) Tot nu toe.  Het eerste deel van de integrale Simon van de Rivier opent met De ballade van Roodhaar (in zwart-wit) waarna de reeks feitelijk opnieuw van start gaat met De stam der ruiters.
In de jaren waarin Simon van de rivier verscheen leefde er een grote angst voor kernenergie, mensen waren bezorgd over de vervuiling van het milieu en de koude oorlog en wapenwedloop waren in volle gang. In reactie hierop waren er mensen die geloofden dat we van onze wortels vervreemd waren Er waren er die dat in de praktijk probeerden te brengen en anders gingen leven ze gingen 'terug naar de natuur', ze gingen wonen op het platteland, stichtten communes en verbouwden eigen groenten, maakten zelf kleren enzovoort, ze keerden zich af van de consumptiemaatschappij. Zo iemand was Auclair en dat liet hij heel duidelijk tot uitdrukking komen in zijn verhalen.
Om te beginnen bestaat die consumptiemaatschappij bij Auclair niet meer in Simon van de rivier. De samenleving is ontwricht door oliecrisissen en oorlogen en de mensheid valt in twee groepen uit elkaar. De steden worden beheerst door gewapende bendes en op het platteland is men gaan leven zoals eeuwen eerder. Brandstof is er bijna niet meer en er is geen centrale regering.
Claude Auclair was onder andere zo'n belangrijke stripmaker omdat hij een van de eerste complete stripmakers was, hij tekende niet alleen het verhaal, hij schreef het ook zelf (wat toen nog niet gebruikelijk was) en nog belangrijker is dat hij in zijn stripverhalen zijn visie op de mens en de maatschappij tot uiting bracht.
Auclairs wereldbeeld is tamelijk zwart-wit: de mensen in de steden zijn slecht, het zijn gewelddadige fascisten en op het platteland leven de goeden, gesymboliseerd door Simon, een soort nobele wilde, een hippie met het hart op de juiste plaats die strijdt tegen het onrecht.
Auclair kan het niet laten om zijn geloof te prediken en wat ook opvalt bij het herlezen van deze verhalen zijn de enorme lappen tekst die nu vaak overkomen als overbodig, breedsprakig, zweverig en die eerder storend dan verhelderend zijn voor het verhaal.
Destijds was Simon van de rivier geen groot succes. De lezers van het weekblad Kuifje waren er niet weg van, maar gelukkig zette hoofdredacteur Greg door en kon Auclair zijn verhaal afronden. Gelukkig maar, want Auclair ontwikkelde zich verder. Je ziet in deze integrale heel mooi hoe zijn manier van vertellen evolueert en de reeks aan helderheid wint naarmate ook de beweegredenen van de hoofdpersoon duidelijker worden. En, niet te vergeten, Claude Auclair kon fantastisch tekenen.
Deze eerste integrale uitgave van Simon van de rivier (deel twee verschijnt in januari 2016) is een prachtig verzorgde uitgave, die niet alleen de eerste drie lange verhalen van Claude Auclair bevat, maar ook een uitgebreid dossier met nieuwe feiten en talloze unieke illustraties.
Sherpa 2015; 182 pagina's; gebonden, kleur; € 39,95
☺☺☺☺


Kijk ook eens op http://hanspols.nl

vrijdag 4 december 2015

Een bizarre weddenschap

ROSA 1: DE WEDDENSCHAP (François Dermaut)
 Ergens in de negentiende eeuw. Rosa is als jonge vrouw uitgehuwelijkt aan Mathieu, een vijfentwintig jaar oudere man met een drankprobleem, losse handjes en tuberculose. Terwijl hij zijn tijd vooral zat of ziek in bed doorbrengt, runt Rosa het dorpscafé, dat vooral bezocht wordt door ruwe mannen uit het dorp. Bij een van hun bezoeken sluiten ze een bizarre weddenschap. Wie is het beste in bed? Er wordt flink wat geld ingezet en Rosa, die een kans ziet om met het geld een dure behandeling voor haar man te betalen, werpt zich op als jury. Elke week mag een andere man met haar naar bed en aan het einde zal zij beslissen wie het beste is.
Zo, kort samengevat lijkt Rosa misschien een ordinaire pornostrip, maar dat is het helemaal niet. Integendeel. Het is een warm, menselijk verhaal waarin we niet alleen Rosa beter leren kennen, maar ook de mannen die meedoen aan de weddenschap en waarvan er sommige heel wat invloed hebben. De mannen blijken elk zo hun eigen reden te hebben om mee te doen en onder hun ruwe uiterlijk zijn hun gevoelens en geheimen verborgen.  De weddenschap maakt van Rosa een machtige vrouw die de mannen van het dorp en hun beweegredenen op een bijzondere manier leert te doorgronden.
Rosa is een tweedelig stripverhaal, dat is gebaseerd op een literair verhaal van Bernard Ollivier. François Dermaut vond het zo'n mooi verhaal dat hij het in beeld wilden brengen. Zoals we in het voorwoord kunnen lezen begon hij met het werken eraan in 2008, maar moest hij er mee stoppen toen bij hem kanker geconstateerd werd. Gelukkig herstelde hij en kon hij het verhaal afmaken, dat gerust mag worden beschouwd als het hoogtepunt in zijn carrière.
Dupuis 2015; 56 pagina's; hardcover, kleur; € 16,95

☺☺☺☺

maandag 30 november 2015

Met elkaar verbonden levens

VIER JAARGETIJDEN (Cyril Pedrosa)
 Als je een boek zoals Vier jaargetijden mag maken heb je een uitgever die in je gelooft. En die heeft Cyril Pedrosa, want Vier jaargetijden ligt in de winkel, een behoorlijk zwaar stripalbum van 330 pagina's in kleur. Alleen al daarom is het een bijzonder boek. Maar dat niet alleen, het is ook een boek dat je niet meer neer kan leggen als je er eenmaal aan begonnen bent. Pedrosa trekt je zijn wereld in, die hij in een aantal wisselende technieken overtuigend neerzet.
Centraal in Vier jaargetijden staan een paar mensen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben en die een jaar lang worden gevolgd. Naarmate het verhaal vordert ontstaan er wel degelijk parallellen tussen de verschillende levens. De verbindende factor daarbij is een jonge fotografe. Zij zoomt in op de mensen die ze fotografeert en die ze daarna aan het woord laat komen. Pedrosa gebruikt in Vier jaargetijden niet alleen verschillende beeldtechnieken, maar ook tekstpagina's (vrij uitzonderlijk in een stripverhaal) en met name wanneer hij via de fotografe vertelt en inzoomt op een persoon.
Cyril Pedrosa lijkt met dit boek te willen zeggen dat niemand enkel op zichzelf staat en dat al onze levens met elkaar zijn verbonden, niet alleen in ruimte, maar ook in tijd. Dat illustreert hij mooi met de preludes (zoals hij ze zelf noemt) waarin we een prehistorische jongen zien die zijn sporen achterlaat. Sporen die later in de tijd worden teruggevonden en verbonden met de personages waarvan we inmiddels zijn gaan houden.
Er wordt niet echt een verhaal verteld in Vier jaargetijden, we maken een jaar mee door de ogen van zijn personages met alle gebeurtenissen in die tijd en die laat Cyril Pedrosa mooi samenvallen met het kleurenpalet dat hij hanteert en dat ieder seizoen weer anders is.
Vier jaargetijden is geen makkelijk toegankelijk verhaal en allerlei verbanden en thema's en subthema's worden misschien niet bij de eerste keer lezen al meteen duidelijk, maar die moeilijke toegankelijkheid betreft eigenlijk alleen het verhaal. De tekeningen zijn sprankelend, effectief en doordacht ingekleurd, elk seizoen en elke scène heeft zijn eigen kleurenpalet en de personages leven, ook al blijft er veel wat we nog niet van ze weten. Maar is dat in het echte leven eigenlijk niet zo? Dat je van iemand gaat houden zonder hem of haar helemaal te kennen. En dit is een boek om van te houden.
Dupuis 2015; 330 pagina's; hardcover, kleur; € 39,95
☺☺☺☺☺


Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zaterdag 28 november 2015

Overleven in een rauw berglandschap

DE REST VAN DE WERELD (Jean-Christophe Chauzy)
 Hoe menselijk blijf je om te overleven? Die zin staat achterop het eerste deel van De rest van de wereld, een huiveringwekkend verhaal, waarin een jonge moeder en haar twee puberzoons moeten zien te overleven in de door natuurrampen getroffen Pyreneeên. Marie, de vrouw waarover het gaat ligt in scheiding met haar man en gaat alleen met haar kinderen op vakantie. Als het einde van de zomervakantie brengt Marie haar twee zoons bij de grootouders van een vriendje om zelf rustig in te kunnen pakken en de terugreis voor te bereiden. Ze hoopt ook nog tijd te hebben om rustig over haar situatie na te denken, maar daar komt niets van terecht.
Er breekt een vreselijk noodweer los. Bomen worden uitgerukt, stukken van bergen breken af, rivieren overstromen en Marie krijgt een balk op haar hoofd. Als ze weer bijkomt is de wereld totaal veranderd. De vallei is volledig afgesloten van de buitenwereld en de mensen die er zich bevonden moeten zien te overleven. Maries eerste zorg is het om haar kinderen terug te vinden.
De rest van de wereld is een hard, realistisch en spannend verhaal. Chauzy tekent fantastische rauwe berglandschapppen als decor voor een verhaal, waarvan we eigenlijk nog geen idee hebben welke kant het uitgaat. Een ding is zeker. Marie en haar jongens zitten flink in de problemen. Hoe ver zullen ze gaan om te overleven?
Casterman 2015; 120 pagina's; hardcover, kleur; € 22,50
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

woensdag 25 november 2015

Een bang vogeltje

JAYBIRD (Lauri & Jaakko Ahonen)
Soms wordt je bij een bezoek aan de stripwereld aangenaam verrast door een bijzondere, onaangekondigde uitgave. Zoals bij Jaybird van het Finse duo Lauri en Jaakko Ahonen, twee broers die hiermee debuteren. Met sfeervolle, geschilderde platen en bijna zonder tekst vertellen ze een soort sprookje over een geïsoleerd levend vogeltje dat met zijn zieke moeder leeft in een griezelig, oud landhuis. Hij is nieuwsgierig voor wat daarbuiten is, maar ook doodsbang voor wat hij aan zal treffen. En als het aan zijn moeder ligt komt hij daar ook nooit achter.
De Finse broers weten met goed gekozen beelden de spanning op te roepen. Enerzijds is er de altijd aanwezige dreiging in het huis, anderzijds zijn er de kieren in het houtwerk waardoor het vogeltje nieuwsgierig naar buiten kijkt. Zal hij uiteindelijk de deuren openen? Laat ik dat niet verklappen, maar wel vertellen dat Jaybird een verrassend einde heeft.
Prestige 2015; 128 pagina's; kleur, hardcover; € 19,95
☺☺☺☺
Kijk ook eens op http://hanspols.nl


woensdag 18 november 2015

Een indrukwekkend testament van een groot stripmaker

STYX (Peter Pontiac)


Het verhaal van Styx begint op het kantoor van uitgever Joost Nijsen. Hij heeft Peter Pontiacs grafische roman Kraut uitgegeven en informeert bij hem naar het onderwerp van zijn volgende boek. Aarzelend antwoordt de kunstenaar: "eh... over de dood?" Pontiac geeft het moment weer in een mooie paginagrote tekening, die direct gevolgd wordt door een tweede die min of meer het spiegelbeeld ervan is, waarop hij dit keer aan tafel zit met zijn broer Joost (Polmann) die de treffende vraag stelt: "Ben je niet bang dat je daarmee de dood oproept?"
Het idee voor een nieuw boek was geboren, maar het was de confrontatie met zijn eigen sterfelijkheid die ervoor zorgde dat Peter Pontiac er daadwerkelijk aan zou beginnen. Enkele jaren geleden bleek dat hij ongeneeslijk ziek was en daarmee begon zijn gevecht tegen de dood. Vastbesloten om Styx nog tijdens zijn leven af te maken pakte Peter de draad weer op. Om de handen vrij te hebben om volledig met het boek bezig te zijn startte hij in 2014 een crowd funding die in recordtijd het benodigde bedrag opleverde.
Helaas verloor hij het gevecht tegen de dood. Peter Pontiac stierf in januari van dit jaar en het boek dat nu voor me ligt is onvoltooid. Maar wat is het een schitterende onvoltooide geworden. Pontiac bouwde het verhaal over zijn confrontaties met de dood en met zijn eigen ziekte op rond de katholiek kruiswegstaties, afbeeldingen die veelvuldig terug zijn te zien in Katholieke kerken en die de gang van Jezus met het kruis naar Golgotha verbeelden. Hier is het de dood die met de auteur van het boek meeloopt. Styx is een indrukwekkend in beeld gebracht verhaal geworden. De voltooide pagina's zijn prachtig en gedetailleerd. Ondanks het zware onderwerp zit er in Styx ook veel humor.  Het verhaal eindigt abrupt met een reis in 2011 naar een vriend in Kreta.
Styx, zoals het nu in de winkel ligt, bestaat uit twee delen en een intermezzo. Het eerste deel bestaat uit de voltooide pagina's. Hierna zijn de geschetste pagina's te zien die af waren, daarbij valt op dat de tekeningen van de kruisgang al grotendeels voltooid waren. In het intermezzo geeft Joost Polmann toelichting bij het verhaal en de invloeden die erin terug te vinden zijn. Deel twee is verrassend. Het bevat een selectie uit de e-mails die Peter Pontiac in de laatste jaren van zijn leven stuurde naar mensen die hem dierbaar waren. Het zijn ironische, vaak schrijnende beschrijvingen van zijn ziekteverloop doordrenkt met zwarte humor en geïllustreerd met schetsen voor zijn laatste boek. Met deze teksten ontdekken we dat Peter Pontiac niet alleen een groot tekenaar, maar ook een heel goede schrijver was.
En zo heeft Peter Pontiacs laatste werk op een voorbeeldige manier vormgegeven de weg gevonden naar de boekhandel. Styx is het indrukwekkende testament van een van de grootste grafische vertellers van Nederland.
Uitgeverij Podium, 184 pagina's , zwart-wit: gebonden; € 29,50
☺☺☺☺☺
Deze bespreking verscheen ook in een iets andere vorm in De Boekenkrant van november 2015


Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zondag 15 november 2015

De duistere dreiging van het bos

THE WHITE PEOPLE (Ibrahim Ineke)
The white people is het indrukwekkende (Engelstalige) debuut van de Nederlandse striptekenaar Ibrahim Ineke. Hij baseerde het op het gelijknamige korte verhaal van de Schotse schrijver Arthur Machen. Machen geniet nauwelijks nog bekendheid, maar zijn invloed op de literatuur is groot geweest. Hij was een van de grondleggers van de weird tales, zijn verhalen hadden een constant dreigende atmosfeer, zoals je die bijvoorbeeld ook tegenkomt bij Lovecraft of recenter Clive Barker. Het gaat in deze verhalen niet zozeer om het beschrijven van bloederige en gruwelijke taferelen, maar meer om het creëren van een beklemmende sfeer.
Ineke weet die sfeer ook heel mooi weer te geven in zijn stripverhaal. Wat Machen en Lovecraft deden met woorden doet hij met beelden. Grafisch is het boek heel sterk. Inekes stijl doet mij vooral denken aan Breccia, Battaglia en Toppi, niet de minsten dus. Om het verhaal te kunnen volgen moet je als lezer wel wat moeite doen. Meer dan een keer lezen en goed naar de beelden en de tekst kijken is aan te raden.
Twee kinderen bevinden zich in een bos met een duistere magische dreiging. Worden de kinderen belaagd door bovennatuurlijke machten of is er iets anders aan de hand. Je kunt het eens zijn met de keuze om aan het meer dan honderd jaar oude verhaal en wat aardsere draai te geven en het te verbinden met gebeurtenissen van recentere datum of niet, maar dat doet niets af aan de hoge grafische kwaliteit van dit prachtige debuut.
Sherpa 2015; 48 pagina's, zwart-wit en kleur; hardcover; € 19,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

maandag 9 november 2015

Getuige van een poging tot vergiftiging

HET GOUDEN KOMPAS (Clément Oubrerie en Stéphane Melchior, naar Philip Pullman)
Sinds de boeken voor het eerst verschenen tussen 1995 en 2000 heeft de Noorderlichttrilogie van Philip Pullman zich genesteld tussen de klassiekers van de Britse jeugdliteratuur in het goede gezelschap van bijvoorbeeld Harry Potter, Winnie the Pooh en Peter Pan. Inmiddels werd er van het eerste deel een speelfilm gemaakt en onlangs werd bekend dat er gewerkt wordt aan een televisieserie, gebaseerd op de boeken.  En nu is er dan ook de verstripping door Clément Oubrerie (bekend van Aya van Yopougon, Pablo en Zazie in de metro) en Stéphane Melchior.
Het gouden kompas, het eerste deel van de trilogie, speelt zich af in een soort parallelle wereld, waarin ieder mens zijn eigen daemon heeft, een dier dat de persoonlijkheid van zijn mens weerspiegelt, een erg mooie vondst. Niet alleen de mensen, maar ook hun daemons liggen regelmatig met elkaar in de clinch. Het verhaal gaat meteen met veel actie van start. De hoofdpersoon, het meisje Lyra, heeft zich met haar daemon verstopt in een kamer van een College in Oxford en is er vanuit haar schuilplaats getuige van hoe er een poging gedaan wordt om haar voogd te vergiftigen. Het is het begin van een spannend verhaal dat Lyra zal leiden naar het gevaarlijke Noordpoolgebied.
Maar Het gouden kompas is meer dan een spannend verhaal. Wat direct opvalt aan de stripversie is dat Melchior dichter bij de originele roman is gebleven dan de film deed. Hij weet op die manier ook de diepgang te behouden die in de speelfilm verloren ging. Pullmans Noorderzontrilogie is te lezen als een lange aanklacht tegen religie. In die zin is het de absolute tegenpool van de Narnia-boeken van C.S. Lewis die aan zijn kinderboeken juist een soort pro-religieuze boodschap meegaf. Pullmans boodschap leidde in Groot Brittannië tot forse discussies. Niettemin sloot het publiek de boeken in het hart.
Interessant om te vermelden is nog dat Het gebroken kompas vrijwel tegelijk verscheen met Pablo Auladells stripversie van Paradise lost, Pullman baseerde zijn boeken op dit lange gedicht uit de zeventiende-eeuw. Naar het schijnt, ik heb het zelf niet onderzocht, zijn zelfs dialogen in het verhaal overgenomen uit Paradise lost.  Dat Melchior zich bewust is van de link met Paradise lost blijkt bijvoorbeeld uit de tekening onderaan pagina 45.
Oubrerie tekent snel, zijn tekeningen blijven vaak iets schetsmatigs houden, je moet ervan houden, maar het heeft ook iets charmants wat zijn tekenwerk iets eigens weet te geven. Dat hij vrij snel werkt is in dit geval ook wel prettig, want de complete trilogie telt ruim 1100 pagina's en de stripversie gaat bestaan uit 9 delen. Het tweede deel ligt inmiddels ook in de winkel.
Sherpa 2015; 80 pagina's; hardcover, kleur; € 19,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

dinsdag 20 oktober 2015

Een ingetogen verhaal

DE PLATENSPELER (Raphaël Beuchot & Zidrou)
 In 2011 werkte de belangrijkste stripscenarist van het moment samen met Raphaël Beuchot aan De verhalenverteller. De platenspeler is hun tweede Afrikaanse verhaal. Zidrou koos als hoofdpersoon voor de Belgische violist Eugène Ysaÿe. Deze violist heeft werkelijk bestaan, maar dit verhaal is verzonnen, ook al zou het best wel echt gebeurd kunnen zijn.
Ysaÿe wordt in 1930 uitgenodigd om in Leopoldstad een concert te geven. Helaas loopt hij in het vliegtuig dat hem van Brussel naar daar brengt een stijve nek op, zodat er van spelen niets meer komt.  Zijn tijd in Congo brengt hij daarom door op het immense landgoed van een neef van hem. Hier ontmoet hij de platenspeler, een zwarte man die de taak heeft om voor muziek voor zijn gastheer te zorgen en de platen op te zetten uit diens enorme collectie 78 toerenplaten. Ysaÿe raakt geboeid door de man die door zijn taak enorm veel klassieke muziek kent en er op een spontane manier over praat. Tussen de twee mannen ontstaat daardoor een bijzondere vriendschap.
De platenspeler is een heerlijk intiem verhaal dat mooi en ingetogen verteld wordt door Zidrou en getekend door Beuchot, die de kunst verstaat die bij elke scène de juiste sfeer en het goede ritme te  treffen.
Lombard 2015; 104 pagina's; kleur, harde kaft; €19,50

☺☺☺☺

zondag 18 oktober 2015

Worstelen met het leven en nadenken over de dood

VERKILD HART (Johan de Moor) 
Als zoon van een gevierde stripmaker trad Johan de Moor aanvankelijk in de voetsporen van zijn vader Bob, maar met Kobe de koe sloeg hij andere, volkomen nieuwe wegen in. Hij ging experimenteren met tekenstijlen en gebruikte zo ongeveer alles wat hij tegenkwam om op zijn pagina's te plakken of na te tekenen. Ook de traditionele wafelstructuur ging overboord, kortom alle remmen gingen los. Met zo'n werkwijze trek je, ook al vertel je een goed verhaal met eh... kop en staart, geen groot publiek. Misschien ook waren de ideeën op, maar hoe dan ook, na het laatste deel van Volle melk (zoals Kobe de koe in een latere incarnatie bij een andere uitgever ging heten) werd het tamelijk stil rond Johan de Moor. Hij gaf les in Brussel en werkte regelmatig mee aan Spirou, maar op een nieuw boek was het lang wachten.
Totdat Johan de Moor als medewerker van een radioprogramma de journalist en humorist Gilles Dal leerde kennen. Hij vroeg hem om een verhaal te schrijven over de dood, een thema waar de Moor altijd al iets over wilde maken, en daarmee werd de basis gelegd voor Verkild hart.
Verkild hart is een verhaal over een man met een midlifecrisis, de relatie met zijn vrouw is een sleur geworden, zijn dochters begrijpt hij niet, zijn baan bevalt hem niet meer en hij worstelt met het leven en denkt na over de dood. Ruim zestig pagina's lang maken we die worsteling mee tot aan het verlossende slot van dit boek. Grafisch leeft Johan de Moor zich in Verkild hart weer helemaal uit, iedere pagina is anders en hij strooit volop met citaten en verwijzingen naar de beeldende kunst (Haring, Ensor etcetera). Het omslag dat eruitziet als een oud, gebonden en beschadigd schrijfblok verdient een aparte eervolle vermelding. Wel valt op dat de Moor vergeleken bij zijn oude werk wat spaarzamer is geworden met tekst en soms de beelden ook voor zichzelf laat spreken.
Verkild hart is niet aan iedereen besteed. Wat voor de een een herkenbaar verhaal is, is voor de ander misschien slechts gezeur waarbij hij zich al snel gaat vervelen. Ik hoor niet bij die laatste categorie. Verkild hart is een mooi uitgevoerd boek met een meeslepend verhaal. Het is fijn dat Johan de Moor weer terug is op het stripfront en goed nieuws da hij met Gilles Dal werkt aan een volgend boek.
Blloan 2015; 64 pagina's; kleur, harde kaft; € 19,95
☺☺☺☺
Kijk ook eens op http://hanspols.nl


zondag 11 oktober 2015

Een dwerg in de grote stad

WISSELKIND (Xavier Fourquemin & Pierre Dubois)
 Het is al vaker gezegd, 2015 is het jaar van de integrale. Steeds vaker verschijnen er complete edities van stripreeksen die eerder in losse delen verschenen. Soms zijn de verhalen tientallen jaren oud, maar ook van moderne klassiekers verschijnen er fraaie integrale uitgaven. En in die laatste categorie hoort De legende van het wisselkind thuis.
Xavier Fourquemin begon ooit als tekenaar van satirisch verhalen (Outlaw, Alban) maar koos een paar jaar geleden voor een wat realistischer tekenstijl en een ander soort verhalen. In die stijl maakte hij Miss Endicott en momenteel oogst hij veel lof voor de nog lopende serie De wezentrein. De legende van het wisselkind maakte hij  van 2008 tot 2012 met Pierre Dubois.
Dubois is een kenner van de kleine volken: kabouters, dwergen, pixies enzovoort. Hij schreef er een standaardwerk over, dat werd geïllustreerd door Rene Hausmann en hij gebruikte zijn kennis voor het schrijven van een aantal stripscenario's, waarvan zijn verhalen voor Rene Hausmann (Laiyna) het bekendste zijn. Wie zijn naam op een stripboek ziet staan kan er vrij zeker van zijn dat er kleine wezentjes in voorkomen. En dat is ook het geval bij De legende van het wisselkind.
Een wisselkind is in volksverhalen een mensenkind dat bij geboorte is verwisseld door een dwergenkind. Scrubby is zo iemand.
Het wisselkind uit ons verhaal wordt geboren in de negentiende eeuw op het Engelse platteland maar verhuist om de armoede te ontlopen met zijn familie naar Londen. Gaandeweg komt hij meer te weten over zijn afkomst en zijn bestemming. Intussen wordt Londen geteisterd door een seriemoordenaar.
Hoewel De legende van het wisselkind geen echte hoogvlieger is, is het toch in alle opzichten af. Fourquemin is een begenadigde tekenaar die overtuigende personages neer weet te zetten, of het nu mensen zijn of niet. Zijn decors van het Engelse platteland en vooral van Londen in de tijd van de opkomende industrie zijn heel sfeervol en geloofwaardig. Het verhaal is goed opgebouwd met goed getimede plotwisselingen en spanningsbogen en leest lekker weg. Kortom, wie van goede fantasy houdt en De legende van het wisselkind nog niet kende doet er goed aan om deze integrale te kopen. Kun je meteen het hele verhaal in een keer uitlezen.

 Lombard 2015; 296 pagina's; harde kaft; € 39,95

vrijdag 9 oktober 2015

Een cynisch sprookje vol zwarte humor

DE NAR (Francis Porcel & Zidrou)
 En weer vertelt Zidrou een sprookje, een gitzwart sprookje deze keer over een ontzettend lelijk hoerenjong dat leeft in de kerkers van een kasteel. Hij geeft de gevangenen te eten en bevredigt de lusten van de cipier. Zijn leven is miserabel totdat de kasteelheer hem als nar cadeau geeft aan zijn dochter. De lelijke jongen wordt op slag verliefd op de beeldschone prinses. Een onmogelijke liefde, maar het lukt hem om de prinses te amuseren, hij brengt het meisje aan het lachen en er breekt een mooie tijd aan, totdat...
Laat ik niet te veel verklappen. Het is even wennen aan de grauwe tekeningen van Porcel, die we nog kennen van Folies Bergere, maar al snel wordt je meegesleept in het verhaal. Hier is een verteller aan het werk in topvorm. Natuurlijk weten we waar Zidrou in dit geval de mosterd haalt, maar hij weet klassieke thema's volledig naar zijn hand te zetten en een bij hem levert dat een schitterend geconstrueerd, cynisch sprookje op vol zwarte humor.
En dat niet alleen, er verscheen zelden eerder een stripverhaal met zulke rake uitspraken als De nar. Een topper!
Dargaud 2015; 64 pagina's; harde kaft; € 17,95
☺☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

donderdag 1 oktober 2015

Een tot leven gekomen beeld

DE WACHTERS VAN HET LOUVRE (Jiro Taniguchi)
 Vorig jaar verscheen IJstijd van Nicolas de Crecy. Het was de eerste Nederlandse vertaling van een album uit de serie die het Louvre sinds een jaar of tien maakt in samenwerking met de Franse uitgeverij Futuropolis. Jaarlijks krijgt een stripmaker de opdracht om een album te maken, waarin het Louvre of werken uit de collectie van het museum een rol spelen. Verder zijn ze volkomen vrij. Inmiddels hebben behalve de Crecy ook gerenommeerde stripmakers zoals Yslaire, Bilal en Davodeau al aan de reeks meegewerkt. Aan dit interessante rijtje namen kan nu die van Taniguchi toegevoegd worden, een Japanse stripmaker deze keer, maar wel een tekenaar die een heel Europese aanpak hanteert.
Juist daarom is Taniguchi waarschijnlijk zo populair in Europa. Zijn boeken zijn eerder grafische romans dan manga. Maar ze hebben ook iets onmiskenbaar oosters. Taniguchi weet als geen ander te werken met 'stilte' op de pagina's, er gaat een aangename rust uit van het werk van Taniguchi, die geïnspireerd wordt door zijn liefde voor de mens, de natuur en door schoonheid.
In De wachters van het Louvre staat een Japanse jongeman centraal die op studiereis is in Frankrijk. Hij heeft zich voorgenomen het Louvre te bezoeken, maar wordt ziek. In het Louvre aangekomen lijken zijn koortsdromen zich voort te zetten. De Niké, een beeldhouwwerk uit de collectie van het Louvre komt tot leven. Ze blijkt een van de zogenaamde wachters van het Louvre te zijn en neemt hem mee op een paar reizen naar het verleden. De man maakt kennis met de niet zo bekende schilder Jean-Baptiste Corot en bij een andere reis Vincent van Gogh. Ook ziet hij hoe aan het begin van de Tweede Wereldoorlog directeur Jacques Jaujard de collectie in veiligheid brengt. Onder de geredde werken bevond zich ook de Mona Lisa.
En zo laat Jiro Taniguchi nog een aantal minder bekende feiten voorbijkomen zoals de invloed van de Franse op de Japanse landschapsschilderkunst. Het boek is prachtig getekend en de serene, bijna meditatieve sfeer versterkt Taniguchi met zachte aquarelkleuren.
Het was alweer een tijdje geleden dat er iets van Jiro Taniguchi verscheen, maar De wachters van het Louvre was het wachten zonder meer waard.
Scratch 2015; 136pagina's; kleur, afwijkend ( 23 x 32,5) formaat, harde kaft; € 24,90
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl