dinsdag 21 oktober 2014

Vakantie

De wilde vlucht was voorlopig de laatste recensie op deze site.
Vanaf 10 november kun je weer nieuwe stripbesprekingen van me verwachten.

Herhalingsoefening overtuigt niet

De wilde vlucht cyclus 1 (Monin & Galandon)
De wilde vlucht cyclus 2 (Hamo & Galandon)

In 2007 verscheen De wilde vlucht voor het eerst bij Saga en het tweedelige verhaal zette Galandon, de debuterende Monin en de uitgeverij meteen goed op de kaart. Pers en publiek reageerden enthousiast op het ontroerende oorlogsverhaal. Tegelijk met de verschijning van een vervolg op De wilde vlucht, bracht de uitgever de eerste cyclus opnieuw uit als integrale uitgave.
Het is het verhaal van Simon, een joodse weesjongen, die opgroeit op het Franse platteland. Hij is er tamelijk veilig, totdat de pater waarbij hij opgroeit wordt gewaarschuwd dat Simon zal worden gedeporteerd. Politie en geestelijken in Frankrijk hadden weinig op met de Duitse bezetter en werkten zo min mogelijk mee aan deze deportaties. De pater zorgt ervoor dat Simon onderdak krijgt in een huis voor jeugdige delinquenten in Parijs. Ook hier is hij niet veilig en Simon vlucht naar het platteland en kan er bij een blinde boerin en haar  simpele zoon komen werken. Even gaat het goed, maar uiteindelijk wordt Simon na een domme aanslag opgepakt en komt hij in een concentratiekamp terecht. Hier ontmoet hij het Russische meisje Ada, dat deze eerste cyclus met de tweede verbindt.
De wilde vlucht was een afgerond verhaal met een begin en een einde in het heden. Een vervolg leek daarmee onwaarschijnlijk. Toch is dat er nu met andere hoofdpersonen en een andere tekenaar.
In De wilde vlucht cyclus 2 staan opnieuw de lotgevallen van joodse kinderen ten tijde van de Tweede wereldoorlog centraal. Dit keer wordt het verhaal vertelt van de omzwervingen van Ada en Maurice, de schuilnamen van twee joodse kinderen, die proberen om aan deportatie te ontkomen, wat hen uiteindelijk, net als Simon in de eerste cyclus niet lukt.
De tweede cyclus van De wilde vlucht is grotendeels een herhalingsoefening van de eerste en weet niet te overtuigen. Hamo is een minder goede tekenaar dan Monin en de symboliek uit de eerste cyclus ontbreekt. Juist Simons omgang met vogels, de vrijheid die hun vlucht symboliseert op het platteland in contrast met de gevangenschap van de roofvogels in het concentratiekamp gaven dat verhaal extra diepgang. Die ontbreekt in de tweede cyclus en de sprookjes die Ada aan haar broertje vertelt komen eerder gekunsteld over dan dat ze het verhaal sterker maken. Galandon kan uitstekend vertellen, dat wel, maar was deze uitgave echt nodig? 
Saga 2014
ca. 100 pagina's per cyclus; diverse prijzen en uitvoeringen.
☺☺☺☺☺(cyclus 1)

☺☺☺(cyclus 2)

maandag 20 oktober 2014

Twee kwajongens en een boot

De schippers van de Kameleon (Dick Matena, naar H. de Roos)


Uitgeverij Kluitman bestaat dit jaar honderdvijftig jaar. Dat wordt onder anderen gevierd met de uitgave van hun eerste stripalbum: De schippers van de Kameleon. Het lag voor de hand dat de stripversie van het eerste Kameleonboek getekend zou worden door Dick Matena. Hij had immers al eerder een paar klassiekers uit het fonds van Kluitman tot strip bewerkt: Pietje Bell, Kruimeltje, Dik Trom, oude jeugdboeken die nog steeds worden gelezen. De Kameleonreeks van Hotze de Roos is iets minder oud, maar ging toch al in 1949 van start.
De Kameleon is een bootje, waarmee de tweeling Hielke en Sietse Klinkhamer de Friese meren onveilig maakt. In het eerste verhaal De schippers van de Kameleon maken we kennis met de twee kwajongens, hun ouders en een paar van hun dorpsgenoten en is te lezen hoe de Kameleon aan zijn naam komt. Verder is het een nogal onsamenhangend boek, eerder een aaneenschakeling van anekdotes dan een doorlopend verhaal. Was het boek ook zo?
Het tekenwerk is zoals we van Dick Matena mogen verwachten:goed. Een aantal minpunten van deze uitgave mogen niet op zijn conto worden geschreven. De computerinkleuring is tamelijk 'hard', zachtere tinten hadden de sfeer van dit naoorlogse verhaal meer recht gedaan. Een slordigheid die ook voor rekening komt van de inkleurder is dat de Kameleon zijn kleuren al heeft op pagina 15 voordat de jongens zijn begonnen om het bootje met resten verf kleur te geven.
Uitgeverij Kluitman heeft al te kennen gegeven dat ze meer strips uit willen brengen. Een prima idee, maar dan moeten ze nog wel iets aan de bladspiegel doen. De pagina's van De schippers van de Kameleon hebben te weinig wit om de kaders heen, zodat de tekeningen en de teksten bijna in de marge verdwijnen, dat leest niet prettig.
Het is de vraag of de jeugd van nu nog zit te wachten op de avonturen van de Kameleon, maar wie weet... ook de films van een paar jaar terug waren redelijk succesvol. Voor de vele generaties die opgroeiden met de avonturen van Hielke, Sietse en de Kameleon is deze stripversie een feest der herkenning en een fijne hernieuwde kennismaking en goed voor een aangenaam uurtje lezen. Er is niets mis met jeugdsentiment.
Kluitman 2014
48 pagina's, softcover stripboek; € 7,95

☺☺☺

woensdag 15 oktober 2014

Een dictator met trekjes van keizer Nero

Hans integraal 1 (Gregor Rosinski & André-Paul Duchateau)


Toen Rosinski nog niet zo succesvol was als tekenaar van Thorgal tekende hij ook een andere serie, die een beetje in de vergetelheid is geraakt: Hans. Was deze serie goed genoeg om te worden herdrukt in een integrale editie? De uitgever vindt in ieder geval van wel, want dit jaar verschijnen de eerste twee bundels met verhalen die voor het grootste deel door Rosinski werden getekend.
De eerste bundel bevat de eerste vier lange verhalen, een kort verhaal en een dossier met achtergrondinformatie.
Hans werd min of meer uit nood geboren. Toen de Poolse striptekenaar zich meldde bij uitgeverij Lombard had hij in eigen land al een behoorlijke staat van dienst. Wat hij liet zien vond André-Paul Duchateau goed genoeg om hem in contact te brengen met Jean van Hamme om samen een verhaal op te zetten. Dat werd Thorgal, waarvan in 1977 het eerste hoofdstuk verscheen. Na drie lange verhalen kreeg van Hamme het zo druk met zijn werk voor film en televisie dat hij Thorgal tijdelijk stillegde. Duchateau wilde Rosinski, die inmiddels naar België was verhuisd, niet zonder werk laten zitten en stelde voor om zelf een verhaal voor hem te schrijven. Dat werd Het laatste eiland.
Oorspronkelijk was Het laatste eiland bedoeld als eenmalig verhaal, maar toen het uiteindelijk verscheen in 1980 was het zo populair bij de lezers dat toch werd besloten om er een reeks  van te maken. Inmiddels was van Hamme weer begonnen met schrijven van Thorgalverhalen, dus duurde het tot 1984 voordat Hans terugkeerde in Kuifje. Met De gevangene van de eeuwigheid gaat de reeks pas echt van start met een eerste cyclus, die zich uitstrekt over drie albums.
Hans begint in Het laatste eiland als postapocalyptische sciencefiction, een soort verhalen dat destijds erg populair was, en ontwikkelt zich tot een tamelijk clichématige reeks, een space opera waarin een onderdrukte bevolking, geleid door Hans, het opneemt tegen een gewetenloze overheerser. Overigens wel een kleurrijke figuur, die Valsary die zich van Hans' dubieuze opdrachtgever ontwikkelt tot een dictator met trekjes van keizer Nero in De gladiatoren.
Ondanks, of juist vanwege zijn hoge productie is Duchateau nooit een topscenarist geweest. Het best was hij in het schrijven van detectives (de jarenlang doorlopende serie Rik Ringers), maar ook dan herhaalde hij zichzelf regelmatig. Af en toe maakte hij uitstapjes naar de SF, maar zelden blonken die uit door originaliteit. De reeks Hans is hierop geen uitzondering, maar toch zitten er in elk van de verhalen wel een paar leuke vondsten. Rosinski's tekenwerk wordt naarmate de reeks vordert (er zit bijna tien jaar tussen de eerste en de kaatste pagina van deze integrale uitgave) steeds beter. Hier is duidelijk een tekenaar aan het werk die liever landschappen en vreemde wezens tekent dan ruimteschepen en steden.
Lombard 2014
224 pagina's, hardcover stripboek; € 29,95

☺☺☺

dinsdag 14 oktober 2014

Zwerven door een land in oorlog

De oorlog van de Lulu's 1: Het weeshuis (Hardoc & Hautière)
 Stripuitgevers zijn zelden eerder zo enthousiast ingehaakt op de actualiteit dan dit jaar. Er lijkt nog geen einde te komen aan de stroom stripboeken over de Eerste Wereldoorlog. Ook Régis Hautière doet nu een duit in het zakje met niet één boek, maar zelfs een tetralogie, voor ieder oorlogsjaar een boek. Te veel van het goede? Misschien, maar Hautière bewees met Abeltje en Perico al dat hij een verhaal kan schrijven, dus ben ik toch maar begonnen aan De oorlog van de Lulu's.
De serie heeft een op het eerste gezicht wat merkwaardige titel, maar hij laat zich vrij gemakkelijk verklaren. De vier hoofdpersonen hebben elk een naam die met de letters l en u begint, en aangezien ze altijd met elkaar optrekken komen ze bekend te staan als de Lulu's. Lucien, Lucas, Luigi en Ludwig zijn vier weesjongens die aan de vooravond van de eerste wereldoorlog leven in een Belgische abdij. Het zijn ondeugden die voortdurend ronddwalen in de bossen rondom het weeshuis.
Om hun kinderen te beschermen verzwijgen de paters voor de kinderen wat er buiten de veilige muren van het weeshuis aan het gebeuren is, maar ze kunnen niet voorkomen dat ook de abdij betrokken raakt bij de gevolgen van de oorlog. Als het huis geëvacueerd moet worden zijn de Lulu's nergens te bekennen en de paters en de kinderen vertrekken noodgedwongen zonder hen. Eenmaal terug treffen de jongens een verlaten gebouw aan, waar gelukkig nog voldoende jam te vinden  is om een tijdje op te kunnen leven. In de verlaten zalen en gangen van het huis bouwen ze een eigen wereldje op, totdat ze door bombardementen gedwongen worden om het te verlaten en te gaan zwerven door een land in oorlog.
Met dit originele uitgangspunt bouwen Hardoc en Hautière een klassiek stripverhaal op over volwassen worden. Ondanks de ellendige omstandigheden waarin zich dat afspeelt is het toch een verhaal dat bedoeld is voor jonge lezers. Het is spannend, heeft sympathieke hoofdpersonen en is mooi getekend door Hardoc in een semirealistische stijl die wat doet denken aan Xavier Fourquemin. (De wezentrein)
Casterman 2014
56 pagina's, kleur; stripalbum met zachte kaft; € 9,95

☺☺☺☺

donderdag 9 oktober 2014

Gevangene van de Russen

Na de oorlog (Warnauts & Raives)

Vorig jaar maakten Warnauts en Raives hun comeback met Nieuwe tijden, een tweedelige familiegeschiedenis die zich afspeelt voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in een dorp in de Belgische Ardennen. Na de oorlog is hierop een vervolg. Een van de personages die terugkeert is Thomas, nu als eigenaar van het hotel in de Ardennen. Behalve in de Ardennen speelt het verhaal zich ook grotendeels af in Berlijn.
Het is 1947. Berlijn is verdeeld onder de geallieerden. Assunta, de grote liefde van Thomas is niet teruggekeerd naar België en bevindt zich achter de 'muur', waarschijnlijk in een Russisch krijgsgevangenenkamp. Om voldoende geld te hebben om haar te kunnen laten bevrijden stort Thomas zich op de zwarte handel. Hij zet alles op alles om Assunta terug te krijgen en schakelt een groepje Franse communisten en intellectuelen in. Op de achtergrond spelen belangrijke politieke en culturele veranderingen, terwijl de levens van de mensen in het dorp en hun onderlinge strubbelingen ook gewoon doorgaan. Na de oorlog is opnieuw een mooi verteld en getekend verhaal, waarmee Warnauts en Raives een nieuw deel toevoegen aan hun kroniek van de twintigste eeuw. Wat mij betreft gaan ze daar nog een tijdje mee door.
Lombard 2014
120pagina's, hardcover; € 24,95

☺☺☺☺

dinsdag 7 oktober 2014

Opgescheept met een kind

Kogaratsu 13: Taro (Michetz & Bosse) 
Er zijn een paar stripseries, waarvan elk nieuw deel iets is om naar uit te kijken. Zo'n serie is Kogaratsu van Marc Michetz en Bosse. Het was alweer vier jaar geleden dat het vorige verhaal, Het gezicht van het kwaad, uitkwam. 
Toen aan het begin van de jaren tachtig het eerste verhaal van Kogaratsu werd voorgepubliceerd in Robbedoes, was dat iets heel bijzonders. Stripverhalen speelden zich zelden af in Japan, met als enige uitzondering Ugaki de samoerai van Gigi, en van manga (Japanse stripverhalen) had nog vrijwel niemand gehoord. Japan was nog een grotendeels onbekend land met een rijk en een beetje mysterieus verleden.
Inmiddels is het geen uitzondering meer dat stripmakers hun verhalen situeren in Japan, denk maar aan Okko en Samoerai, je hebt ze inmiddels voor het uitkiezen.Toch steekt Kogaratsu hier met kop een schouders bovenuit. Daar zijn een paar redenen voor te bedenken. Om te beginnen nemen Michetz en Bosse er ruim de tijd voor om een verhaal te bedenken en uit te werken. In ongeveer dertig jaar tijd verschenen er slechts dertien boeken. Minstens zo belangrijk is  dat ze het simpel houden. Ze moeten het niet hebben van ingewikkelde plots en subplots, bovennatuurlijke gebeurtenissen of een overdosis aan geweld, maar vertellen een helder, menselijk verhaal.
Kogaratsu is een ronin, een samoerai zonder meester, die  kan worden ingehuurd om zaakjes op te knappen. In Taro wordt hij ingeschakeld om een kind te ontvoeren en naar zijn moeder te brengen, een oude liefde van hem. Hij slaagt erin de jongen te ontvoeren, maar wordt op de hielen gezeten door de mannen van de shogun, die het kind terug wil hebben. Terwijl hij zit opgescheept met een kind moet hij proberen om met listen de mannen van de shogun af te schudden.
Taro verwijst naar de Japanse stripklassieker Lone wolf and cub, waarin een ronin met een klein kind door Japan zwerft.  Het kan gezien worden als een eerbetoon aan Kazuo Koike en Goseki Kojima, de makers van deze reeks, maar ook zonder deze wetenschap is  Taro heel erg de moeite waard. Het is een soort western en na het nogal duistere vorige album een stuk luchtiger.
Taro wordt rustig en met veel sfeer en een beetje humor verteld en met zijn prachtige tekeningen weet Michetz in Taro het oude Japan opnieuw tot leven te wekken. Op zo'n mooi album mag je best vier jaar wachten. Het geduld is beloond.
Dupuis 2014
46 pagina's, kleur; stripalbum met zachte kaft; € 7,95

☺☺☺☺

zondag 5 oktober 2014

Een waardig einde

Philémon 16: De trein naar Straks (Fred)

In de jaren zestig en zeventig verschenen in het weekblad Pep (por dios, wat een blad!) een groot aantal vertalingen van strips uit het Franse blad Pilote, die we nog altijd kennen: Blueberry, Ravian, Roodbaard, Tanguy en Laverdure, een hele generatie groeide ermee op.  Maar in dit rijtje horen ook een aantal reeksen thuis die wat in de vergetelheid zijn geraaakt: Iznogoedh, Waanzin Waanzuit en... Philémon. Dat waren wat meer strips voor liefhebbers en misschien is dat ook de reden waarom de boekuitgaven ervan meestal niet meer dan één druk kenden.
Veel veertigers en vijftigers herinneren zich Philémon nog wel, de vreemdste strip uit die tijd, die minder succesvol was dan de avonturen van piloten, piraten en cowboys, maar misschien ook wel tijdlozer. Twee van hen besloten een paar jaar geleden om Philémon van Fred weer onder de aandacht te brengen door alle verhalen in boekvorm uit te brengen, zowel de negen eerder (op een nogal chaotische manier) in vertaling verschenen verhalen, als de nooit eerder vertaalde. Dat gebeurt niet in chronologische volgorde. Inmiddels is het allereerste (niet eerder vertaalde) verhaal verschenen en ligt nu het allerlaatste verhaal in de winkel: De trein naar straks.
In Frankrijk verschenen tussen 1974 en 1987 vijftien verhalen van Philémon in boekvorm. Bij het werkken aan het zestiende raakte Fred in een depressie en kwam de serie stil te liggen. Pas kort voor zij dood in 2013 rondde hij het werken aan dit verhaal af en maakte daarmee de Philémonreeks tot een afgerond geheel. 
Philémon, voor wie hem niet kent, is een boerenjongen die met zijn vader op het platteland woont en voortdurend in allerlei vreemde werelden verzeild raakt. Op allerlei manieren komt hij terecht  op een van de eilanden in de vorm van letters die samen op landkaarten de ATLANTISCHE OCEAAN vormen. Behalve in het eerste verhaal overigens, dat heel toepasselijk Avant la lettre heet. Philémon is een reeks vol bizarre en bijzondere vondsten en Freds fantasie lijkt haast geen grenzen te kennen. Behalve Philémon komen in de serie ook nog een aantal vaste kleurrijke bijfiguren voor zoals mijnheer Bartholomee.
In De trein naar straks ontdekken Philémon en Bartholomee hoe in het weiland een stoomtrein opduikt. De min of meer levende trein is tot stilstand gekomen, want de droomstoom, waarmee hij wordt aangedreven is op. Philémon en Bartholomee besluiten het laatste lokkoppootjes (een mooie vondst van de vertaler) te helpen door droomstoom te maken met hun verbeelding. Nadat de lok weer op stoom is keert hij terug naar de boerderij en komt er een einde aan Philémon. Een heel mooi einde wat tevens een nieuw begin is. Een goede reden om de hele serie, die in 2017 compleet verkrijgbaar moet zijn, opnieuw te gaan lezen vanaf het begin. De cirkel is rond en met De trein naar straks krijgt Philémon een waardig einde.
Hum 2014
48pagina's, hardcover; € 19,95

☺☺☺☺

donderdag 2 oktober 2014

Saaie strip over een boeiende man

Robert Moses, de man die New York bouwde (Olivier Balez & Pierre Christin)

Robert Moses was een interessante man. Van pakweg 1930 tot 1970 bepaalde hij grotendeels hoe de stad New York er uit ging zien. Door handig de juiste personen te manipuleren bracht hij het tot stadsarchitect en kon hij tientallen jaren zijn gang gaan. Aanvankelijk werd hij gedreven door idealisme en bouwde stadions, speelpleinen, zwembaden, scholen... dat daar complete stadswijken voor moesten worden gesloopt is de andere kant van het verhaal.
Hij stortte zich ook op het aanleggen van enorme snelwegen en bruggen. Vreemd genoeg kon hij overigens zelf geen auto besturen. We hebben het aan hem te danken dat New York voor voetgangers zo'n onvriendelijke stad is. In de loop der jaren maakte het eerdere idealisme plaats voor grootheidswaanzin. En uiteindelijk werd dat zijn ondergang.
Kortom, Robert Moses was een interessante man. Daar moet dus een interessante strip over te maken zijn. Als die dan ook nog eens door de gerenommeerde scenarist Pierre Christin (de schrijver van Ravian en Laureline) wordt geschreven, wekt dat verwachtingen. Helaas weet Robert Moses hier niet aan te voldoen.  Het is een saaie aaneenschakeling van feiten en anekdotes, die maar geen geheel wil worden.  Een probleem dat je tegenkomt bij meer biografieën, maar als je zo'n boeiende man als Moses tot onderwerp kiest moet er toch meer van te maken zijn. Wat dreef hem? Welk toekomstvisioen had hij voor ogen? Waarom was hij zo ambitieus? Stof genoeg om meer psychologische diepgang in het verhaal te brengen.
Wat niet teleurstelt zijn de tekeningen van Olivier Balez. Die zijn stuk voor stuk mooi om te zien. 
Blloan 2014
100 pagina's, hardcover; € 24,95
☺☺☺