dinsdag 30 december 2014

Wat waren de beste strips en graphic novels van 2014?

Nog altijd worden de stripwinkels wekelijks overspoeld met nieuwe titels. Aan de trend om veel titels uit te brengen in relatief kleine oplages lijkt nog geen einde te komen. Uitgevers kiezen voor veel titels, kleine oplagen en een relatief hoge prijs. Daar staat wel tegenover dat de boeken ook dikker worden. Het aantal nieuwe graphic novels neemt af ten opzichte van voorgaande jaren en vrijwel geen enkele literaire uitgever waagt zich nog aan de grafische roman. Vooral dankzij één zeer productieve uitgeverij (RW) verschijnen er steeds meer vertalingen van Amerikaanse strips (die tot nu toe vooral uit het fonds van DC komen). Een andere trend die ik vorig jaar al voorspelde lijkt door te zetten. Opmerkelijk genoeg zijn het niet de oorspronkelijke uitgevers die stripklassiekers herdrukken in een integrale uitgave, maar twee kleinere Nederlandse uitgevers. Nadat uitgeverij Sherpa aftrapte met de integrale Roodbaard pakte Arboris nog net op de rand van het jaar uit met de eerste delen van de integrale Tanguy en Laverdure, Beverpatroelje en  Baard en Kale. Er verscheen dus weer een hele berg stripboeken in 2014, maar zat er ook iets bij wat de moeite waar is om te lezen? Net als vorig jaar heb ik heb de uitgaven waaraan ik zelf het meeste plezier heb beleefd op een rijtje gezet voor je, verdeeld in 10 vertaalde of oorspronkelijk Nederlandstalige titels, 5 onvertaalde boeken en nog eens 5 uitgaven die ik om de een of andere reden bijzonder vond. Dit zijn ze.
De tien beste Nederlandstalige uitgaven

1. De terugkeer van de wespendief van Aimée de Jongh (uitgeverij Oog & Blik / De Bezige Bij)

2. De allerlaatste tijger van Michaël Olbrechts (uitgeverij Oogachtend)
3. Doolhof van Eden van Roelof Wijtsma (uitgeverij Sherpa)

4. Meer als het klikt van Dominique Goblet (uitgeverij Bries)
5. Ayak en Por 1 van Wilbert van der Steen (uitgeverij Strip 2000)
6. Vandaag is de laatste dag van de rest van je leven van Ulli Lust (uitgeverij Scratch)
7. Folies Bergères van Porcel en Zidrou (uitgeverij Dargaud)




8. Junker van Simon Spruyt (uitgeverij Blloan)
9. Het mirakel van Vierves door Inne Haine (uitgeverij
Oogachtend)
10.Sugar van Serge Baeken (uitgeverij Blloan)





Nederlandse en Vlaamse stripmakers lieten zich in 2014 van hun beste kant zien en wisten meerdere malen te verrassen. Laten we in Nederland beginnen. Aimée de Jongh maakte een indrukwekkende eerste grafische roman over zelfmoord en jeugdtrauma's: De terugkeer van de wespendief.  Nog bijna niemand had van Wilbert van der Steen gehoord, maar vrijwel iedereen was het er over eens: Ayak en Por is een prachtig debuut, waarmee van der Steen en Legendre aantonen dat goede jeugdstrips voor lezers van alle leeftijden zijn. Eveneens veelbesproken was Doolhof van Eeden, een boek waar Roelof Wijtsma jarenlang aan werkte met een als resultaat een spiritueel stripverhaal waarin de lezer zelf betekenis kan zoeken en vinden. In Vlaanderen lopen enorm veel getalenteerde stripmakers rond en dat levert bijna jaarlijks een aantal mooie debuutstrips op. Met De allerlaatste tijger liet Michaël Olbrechts voor het eerst van zich horen. Het is een pakkende familiegeschiedenis die vertelt wordt in een rijdende auto. Een heel ander soort verhaal wordt verteld in  Het mirakel van Vierves van Inne Haine, een geestig verhaal over de belangrijkste toeristische attractie van een fictief Belgisch dorp; een hert dat onvruchtbare vrouwen vruchtbaar kan maken. Simon Spruyt is inmiddels geen debutant meer, maar koos voor Junker voor een heel nieuwe tekenstijl, met een geslaagde strip als resultaat. Serge Baeken bewees met Sugar dat het heel goed mogelijk is om met het medium strip te experimenteren en toch een boek te maken waar een groot publiek van heeft genoten. 
Minder toegankelijk   is het experiment van Dominique Goblet en Kai Pfeiffer, maar Meer als het klikt, het resultaat van hun samenwerking is absoluut de moeite waard voor wie openstaat voor vernieuwing. Zoals te verwachten was verschenen in 2014 veel stripboeken over de eerste wereldoorlog. Dat leverde veel saaie verhalen op, maar ook een verrassing: Folies Bergère, het beste verhaal dat Zidrou tot nu toe heeft geschreven. Een ander soort verrassing was het vertrek van Hansje Joustra bij de Bezige Bij en de oprichting van Scratch Books. De eerste uitgave van zijn nieuwe uitgeverij was meteen een voltreffer: Vandaag is de laatste dag van je leven van Ulli Lust.
Vertalen alsjeblieft

1. Room for love van Ilya (Uitgeverij Selfmade hero)
2. The park van Oscar Zarate (Uitgeverij Selfmade hero)
3. The boxer van Reinhard Kleist (Uitgeverij Selfmade hero)
4.Quai d'Orsai/ Weapons of mass diplomacy van Christophe Blain (Uitgeverij Dargaud/Selfmade hero)
5. The Graveyard Book van P. Craig Russell, Neil Gaiman en vele anderen (uitgeverij Harper Collins)
Ondanks die grote stapel blijven er ook interessante boeken onvertaald. Ten onrechte. Vooral in Engeland gebeuren tegenwoordig interessante dingen. Dit zijn vijf titels die het absoluut verdienen om vertaald te worden in het Nederlands. En heren uitgevers, dat wil ik graag voor u doen.

Vijf bijzondere boeken
1. Majoor Fataal van Moebius (uitgeverij Sherpa)
De ultieme uitgave van Moebius' belangrijkste boek. Een tot in de puntjes verzorgde uitgave die volledig recht doet aan het baanbrekende verhaal.
2. Diosamante van Gal en Jodorowsky (uitgeverij Sherpa)
Nadat eerder al De legers van de veroveraar en De waak van Arn in dezelfde uitvoering werden herdrukt zijn met deze uitgave zijn  zo'n beetje alle strips die Gal heeft gemaakt verzameld. Een klein, maar heel mooi oeuvre.
3.Eva's gesternte van Yslaire (uitgeverij Casterman)
Integrale uitgave van een verhaal dat eerder verscheen als Le vingtieme ciel en een nogal rommelige uitgavengeschiedenis kende.
4.De jaren Pep van Ger Apeldoorn (uitgeverij Don Lawrence Collection)
Mooi eerbetoon aan het tijdschrift dat een cruciale rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de Nederlandse strip.
5. Jim Curious van Matthias Pichard  (uitgeverij Bries), een bijzonder prentenboek met spectaculaire 3D-effecten.
En in 2015? Nog meer integralen. Nog meer superhelden. Een heleboel titels bij Scratch. Gorilla, een nieuwe uitgeverij.
Ik blijf ook in  het komende jaar je kritische gids in stripland.








zaterdag 27 december 2014

Een onmogelijke combinatie van grafische klaarheid en literaire smerigheid

Suikerschedel (Charles Burns)
 Het lezen van een boek van Charles Burns is telkens weer een bijzondere ervaring. Je betreed een ander universum en komt bij iedere volgende pagina weer voor nieuwe verrassingen te staan. Je leest het op verschillende (bewustzijns) niveaus. Niets is wat het op het eerste gezicht lijkt, symbolen en gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op en als lezer moet je zelf samenhang zien te ontdekken. En die is er wel degelijk.
Na het meesterwerk Black Hole te hebben afgerond, begon Charles Burns aan een trilogie, waarvan Suikerschedel na X en De Korf het derde, afsluitende deel is. De trilogie is onder anderen een eerbetoon aan Kuifje en zijn schepper Hergé. Maar ook aan de Amerikaanse cultschrijver William Burroughs. Een schijnbaar onmogelijke combinatie van grafische klaarheid en literaire smerigheid. Maar bij Burns valt het als vanzelf samen. Kuifje op speed noemde een Belgische journalist het naar aanleiding van een van de voorgaande delen.
De 'Kuifje op speed'- trilogie blijkt nu hij is afgerond een meesterlijk verteld verhaal te zijn. waarvan in Suikerschedel alle elementen uit de vorige delen samenkomen en aan elkaar geknoopt. Alle thema's uit Burns werk komen er weer in voorbij: de worsteling om volwassen te worden, de angst om alleen gelaten te worden, de fascinatie enerzijds en de angst anderzijds voor erotiek. Het zit er allemaal in en het is ook nog eens prachtig getekend en ingekleurd.
Oog & Blik / De Bezige Bij 2014
48 pagina's, kleur; hardcover; € 21,95

☺☺☺☺

maandag 22 december 2014

Verstrikt in het financiële web

Shadow banking 1: De kracht van de schaduw 
(Eric Chabbert, Corbeyran & Fréderic Bagarry)


Shadow Banking is, zoals de titel al min of meer belooft, een financiële thriller. Het verhaal speelt zich af in de maanden voorafgaand aan de grote bankencrisis van 2008. Mathieu Dorval heeft het geluk dat hij als kind geadopteerd door Victor de la Salle, een topman bij de Europese Centrale Bank. Dankzij hem krijgt Mathieu direct na zijn studie een baan als trader bij de ECB. Daar komt hij erachter dat Griekenland praktisch failliet is. Victor beschikt intussen over geheime Chinese informatie. Samen gaan ze op onderzoek uit en ze raken verstrikt in het web dat zal leiden tot de crisis. Althans, volgens de lezing van de auteurs van Shadow Banking. Dat zijn Corbeyran, geen onbekende in de stripwereld, en Bagarry, zelf een voormalige trader, die ongetwijfeld veel afweet van de gang van zaken bij investeringsbanken.

Het probleem met een financiële thriller is dat er veel in moet worden uitgelegd over vak behoorlijk ingewikkelde transacties. In het geval van Shadow Banking wordt dat deels opgevangen door voorin het boek een bescheiden woordenlijst op te nemen, maar lang niet alle begrippen en afkortingen uit het verhaal staan hierin. Dat het niettemin mogelijk is om leesbare en spannende thrillers te maken die zich afspelen in de wereld van het grote geld lieten de succesvolle series Largo Winch en  I.R.S.  al zien. Ook Bankgeheimen bleef doorgaans goed leesbaar.
Shadow Banking is een reeks van dezelfde uitgever en kan worden gezien als een vervolg op Bankgeheimen, maar het ziet ernaar uit dat Corbeyran en Bagarry wat dieper willen graven dan hun voorgangers, zodat er in dit eerste deel vooral veel wordt gepraat en uitgelegd.  Dat gaat ten koste van de actie. Geen probleem en best spannend als je in bankzaken geïnteresseerd bent of deze wereld zelf van binnenuit kent, maar voor de gemiddelde striplezer waarschijnlijk wat aan de saaie kant. Die komt hopelijk vanaf deel twee wat meer aan zijn trekken.
Glenat2014
48pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 15,95

☺☺☺

woensdag 17 december 2014

Een depressieve, alcoholverslaafde bijfiguur

J.Rom 1: Schaduw (Romano Molenaar & Bruno de Roover)



Anderhalf jaar geleden verscheen het eerste deel van Amoras, een complete makeover van Suske en Wiske met (een piepklein beetje) seks en (vooral veel) geweld. Het werd een doorslaand succes en dat is het nog steeds. Aan de lancering van de ondeugende eigentijdse versie van Sus en Wis
ging een enorme publiciteitscampagne vooraf, die vooral werd gevoerd via sociale media. En Standaard Uitgeverij flikte het in 2014 weer!
In oktober doken de eerste berichten op over Force of gold en even later verschenen de eerste filmpjes, die meteen viral gingen. Eind november werd duidelijk waar het allemaal om ging: een moderne versie van Jerom, een van de bijfiguren uit de Suske en Wiske-albums, die ook een paar keer een eigen albumserie had. Vooral de 'groene' reeks die van pakweg 1967 tot 1982 liep was populair. Overigens waren de meeste van deze albums net zulke ongeïnspireerde massaproducten als de Suske en Wiske - albums uit dezelfde tijd.
Jerom is een krachtpatser en meer brawls dan brains, maar ook een soort superheld. Het is dus niet zo vreemd dat Romano Molenaar werd benadert om J.Rom in beeld te brengen. Romano werkte voor diverse Amerikaanse uitgeverijen en kent het superheldengenre goed. Commercieel gezien een begrijpelijke keus,, want de populariteit van superheldenstrips (en ook de vertalingen daarvan) groeit.
Over het tekenwerk van Romano kan ik kort zijn; hij is goed in dit genre en het ziet er allemaal utstekend uit. Hij maakt van Jerom een soort Iron Man, waarvan de superkracht schuilt in zijn ogen.
Het verhaal blinkt niet uit door originaliteit. De Roover heeft een flinke berg comics gelezen en daar uitgehaald wat in zijn verhaal van pas komt. Toegegeven, hij is niet de enige die zo te werk gaat, velen gingen hem voor. Het superheldengenre moet het misschien ook niet zozeer hebben van originaliteit, eigenlijk is er altijd wel sprake van een soort vast stramien en sinds Frank Millers Dark Knight returns zij er wel meer superhelden verloedert en weer uit de goot geklommen.
Het verhaal dus. Na een opdracht, waarbij hij erin wordt geluisd door een superschurk met veel doden tot gevolg wordt FORCE, het team waarvan Jerom deel uitmaakt opgeheven. Vijf jaar later is Jerom een  veel te dikke, depressieve, aan alcohol verslaafde eenzaat. Intussen gaat het met de wereld om hem heen niet beter en is er meer dan ooit behoefte aan (super) helden. De jonge Epiphanie zoekt hem op en probeert hem ertoe over te halen om zich aam te sluiten bij het opnieuw op te richten team van FORCE. Geen gemakkelijke opgave.
Bij Amoras kun je nog zeggen dat de basis van een familiestrip er nog in zat en het oorspronkelijke concept mijn of meer in een gemoderniseerde vorm gehandhaafd werd. J.Rom Force of Gold gaat verder. Afgezien van zijn rare taaltje (wat van mij niet zo nodig had gehoeven) en de kleur van zijn pak is er weinig overgebleven van de oude Jerom. De decors zijn Europees, maar verder is hij een Amerikaans soort superheld geworden. Het is de vraag of het grote publiek deze reeks net zo makkelijk op zal pakken als Amoras. De uitgever gelooft duidelijk van wel, want naar verluidt is de oplage van J.Rom Force of gold deel 1 ruim 200.000 exemplaren.
Standaard Uitgeverij2014
48 pagina's, kleur; softcover stripalbum; € 7,99

☺☺☺

dinsdag 16 december 2014

Mooi getekende verhalen die niet beklijven

Bruss.2 (Stedho, Michaël Olbrechts, Steve Michiels, Kim en anderen) 

Ongeveer twee jaar geleden verscheen Bruss, Brussel is shorts, een bundel stripverhalen die zich allemaal afspelen in Brussel, meer exact in de buurt van de Oude Graanmarkt in het Brusselse centrum. De bundel was het uitvloeisel van een wedstrijd, waaraan zowel Belgische auteurs meededen als stripmakers uit andere landen. Dit jaar werd er opnieuw een wedstrijd georganiseerd en een onderdeel van de opdracht was dat er een Brussels hotel in voorkomt.
Het lastige van het bespreken van een bundel verhalen van meerdere auteurs is dat de verhalen meestal van een wisselend niveau zijn. Bijkomend probleem voor de recensent is in dit geval dat er ook een vergelijking wordt gemaakt met de eerste bundel. En die valt in het nadeel uit van Bruss.2.
Dat zit hem vooral in de  kwaliteit van de verhalen. Op de tekenkwaliteit valt weinig aan te merken. Smaken verschillen, maar eigenlijk wist alleen het tekenwerk van Mikkel Orsted Sauzet me echt niet te bekoren. Zijn bijdrage biedt ook het minst interessante verhaal.
De bundel opent sterk met een tekstloze bijdrage van Stedho (Steven Dhondt), waarin Alice (uit Lewis Carrolls Wonderland) door Brussel dwaalt. Verrassend. Minder verrassend, maar wel mooi is het verhaal van Michael Olbrecht en Laure Allain, waarin een man de waarheid ontdekt over zijn vader. Kim laat zich van een andere kant zien dan we gewend zijn in een tekstloos moordverhaal. Steve Michiels laat een man door Brussel wandelen, waarbij alles om hem heen hem herinnert aan Magritte.
Mooi, maar niet beklijvend. En dat gevoel laten de meeste verhalen achter. Het zal goed zijn als de jury bij een volgende wedstrijd scherper selecteert op de kwaliteit en originaliteit van wat er verteld wordt. Bruss.2 is een aantrekkelijke, goed verzorgde uitgave, met mooie tekeningen en inkleuring, goed gedrukt op kwaliteitspapier maar na een week ben je vergeten wat je hebt gelezen.
Oogachtend 2014
124 pagina's, kleur; softcover; € 19,95
☺☺☺


donderdag 11 december 2014

Onconventionele verhalen van een vertelkunstenaar

Pictures that tick 2 (Dave McKean)
 Dave mcKean is vooral bekend van de boeken die hij maakte met Neil Gaiman (Violent cases, Ruis, Black Orchid) en de omslagen die hij maakte voor de Sandman-reeks en vele andere uitgaven van DC Vertigo. Maar hij blijft eerst en vooral een beeldend kunstenaar, die regelmatig exposeert en ook stripverhalen maakt. Een eerste bundel met korte verhalen  van zijn hand, Pictures that tick, verscheen in 2000 en bevatte werk uit de periode 1992 - 2000. Het werd overigens al snel een zeldzame uitgave, maar werd gelukkig herdrukt door Dark Horse in 2009. Bij dezelfde uitgever verschijnt nu een tweede collectie 'pictures that tick' met als ondertitel 'Short narrative exhibtion'.  Het is prettig dat mcKeans 'narratives' worden gebundeld, want ze kunnen tot groot verdriet van de verzamelaar op de vreemdste plaatsen opduiken, als boekje bij een CD, expositieposters, kranten, kunsttijdschriften.

Het grootste deel van deze uitgave bestaat echter  uit verhalen die nooit eerder op een traditionele manier zijn gepubliceerd. McKean is al sinds hij debuteerde aan het eind van de jaren negentig bezig om grenzen te verkennen. Hoewel hij ook verhalen heeft gemaakt met pen, inkt en verf heeft hij alle mogelijke materialen gebruikt om zijn werk mee samen te stellen. Mixeed media, zeg maar, gemengde techniek. Sinds een paar jaar gaat hij nog een stap verder door zijn verhalen niet te laten drukken, maar te exposeren. Hij begon hier in 2009 mee en inmiddels heeft hij vier narrative exhibitions op zijn naam staan. Helaas moest je dus afreizen naar Engeland om er in een galerie nabij zijn woning, de verhalen te kunnen 'lezen'.  De verhalen zijn nu dus alsnog afgedrukt, maar de bijbehorende foto's van de exposities laten wel zien dat daarbij iets van de intensiteit verloren gaat die je wel voelt als je de pagina's op ware grootte en soms in drie dimensies kunt zien.

Het langste verhaal,  The coast road, gaat over de zoektocht van een vrouw naar haar verdwenen echtgenoot, die niet meer dan een kort briefje heeft achtergelaten. Ze ziet dingen en ontmoet mensen die soms echt bestaan en zelfs eigen bijdragen leverden aan de expositie. Het verhaal zelf ontroert en verrast.
Black holes is eerder schokkend. Het verhaal is gebaseerd op anonieme getuigenissen en vertelt hoe in China wordt omgegaan met AIDS, de prijs van geneesmiddelen wordt opgedreven en als gevolg van de corruptie gezonde mensen besmet bloed toegediend krijgen.
In The blue tree laat mcKean zijn meer poëtische en literaire kant zien in een verder vrij conventioneel verhaal. Het moeilijkst te reproduceren verhaal is The rut uit 2012. Voor de expositie met dit verhaal gebruikte mcKean alle dimensie van de ruimte waarin hij exposeerde. De foto's hiervan zien er indrukwekkend uit.
Behalve deze 'verhalen' bevat Pictures that tick 2 ook meer conventionele strips, waarvan de langste ook de meest indrukwekkende zijn. Het zijn twee scheppingsmythen die hij bewerkte voor een project rond The storyteller van animatiefilmer Jim Henson, prachtig geïllustreerde verhalen, waarin al zijn veelzijdigheid als illustrator en zijn talent om te vertellen tot uiting komt.
Alles bij elkaar is Pictures that tick  2 een ruim 260 pagina's dik, mooi uitgevoerd boek geworden met werk van een echte vertelkunstenaar.
Dark Horse books 2014
260 pagina's,kleur; softcover; ca. € 30,00

☺☺☺☺☺

donderdag 4 december 2014

Een magere meid met nymfomane trekjes

Vandaag is de laatste dag van de rest van je leven (Ulli Lust)

Toen de oorspronkelijke, Duitstalige uitgave van Vandaag is de laatste dag van je leven in 2009 verscheen deed het behoorlijk wat stof opwaaien. Het was ook de grafische roman, waarmee Ulli Lust haar naam vestigde als een van de belangrijkste stripmakers van het Duitse taalgebied. Inmiddels verschenen er diverse vertalingen van het boek en werd met het talloze prijzen bekroond in Oostenrijk, Duitsland, Zweden, Frankrijk en de Verenigde Staten. Het moet wel heel raar lopen als Vandaag is de laatste dag van je leven niet ook op zijn minst genomineerd wordt voor een Stripschappenning.
Vandaag is de laatste dag van je leven is autobiografische boek waarin Ulli Lust genadeloos, ontwapenend, maar ook met een wrang soort humor terugkijkt op wie ze was als tiener.

Het is een lijvige striproman van meer dan 400 pagina's, waarin ze schrijft en tekent over een bewogen periode in haar leven. In 1984, als ze zeventien jaar is stopt ze met school, verlaat de wijnboerderij van haar ouders op het Oostenrijkse platteland, gaat in Wenen wonen in kraakpanden en sluit zich aan bij de punkbeweging. Op een dag ontmoet ze Edi, een magere meid met kort haar  en nymfomane trekjes. Ook Edi is van huis weggelopen. De twee besluiten om samen naar Italië te gaan, zonder paspoort, vrijwel zonder geld en met slechts enkele kleren en een rugzak. Ze slagen erin om de grens over te komen. Haar reis voert Ulli over de Alpen naar Verona, Rome, Napels en uiteindelijk  Palermo op Sicilië. De twee punkmeisjes hebben ontmoetingen met junkies, criminelen, een verknipte spiritueel en maffiosi. Ze slapen in de open lucht of in leegstaande huizen. Maar wat begint als een avontuur verandert in een nachtmerrie. De Italiaanse mannen kunnen hen geen moment met rust laten en dringen zich aan hen op. 
Edi lijkt al die aandacht wel leuk te vinden en heeft seks met de ene na de andere man, terwijl Ulli het afwisselend gelaten ondergaat of juist woedend wordt. Onderweg raakt ze Edi kwijt en vervolgt alleen haar weg. Ze wordt ontmaagd en verkracht en als ze uiteindelijk Edi terugvindt op Sicilië is die terechtgekomen in het mafiamilieu en verliefd geworden op haar pooier.
Als ze terugkeert naar Oostenrijk is Ulli erachter gekomen dat er van haar idealen als vrije feministische vrouw weinig overblijft in een land waar mannen je vooral zien als loslopend wild, waar je mee mag doen wat je wil. Een illusie armer dus, maar een ervaring rijker die ze vijftien jaar later verwerkt in deze indrukwekkende grafische roman.
Scratch Books 2014
464 pagina's, 2 kleurendruk; paperback/ gebonden uitgave; € 29,90/€ 39,90

☺☺☺☺

maandag 1 december 2014

Het gevaar van biechten

Losse tongen (Pascal Rabaté)

Pascal Rabaté wordt in Frankrijk beschouwd als een van de groten van het stripverhaal maar is bij ons nauwelijks bekend en het is alweer een tijdje geleden dat er van hem een vertaling verscheen. De Franse strip- en filmmaker kreeg in 2002 bekendheid met het vierdelige meesterwerk Ibicus. Hierna verscheen af en toe werk van hem bij uitgeverij Oog & Blik, waarvan vooral Een tweede jeugd de moeite waard was. Na 2010 werd het stil, maar uitgeverij Blloan probeert het nog eens met Losse tongen.
Losse tongen is geen echt nieuw verhaal. Oorspronkelijk verscheen het al in 1997, nog voor Ibicus, maar dat is geen enkel probleem, want Rabaté was toen al in uitstekende vorm. Hij debuteerde een tiental jaren eerder als stripmaker en in zijn tekenstijl is in die periode nog duidelijk de invloed te zien van (hier ook niet al te bekende stripmakers) Buzzelli, Battaglia en Breccia.
Losse tongen is prachtig getekend in zwart-wit met veel details , licht en schaduwwerking en sprekende gezichtsuitdrukkingen.

Maar behalve mooi tekenen kan Rabaté ook heel goed verhalen vertellen en Losse tongen is hier een mooi voorbeeld van. Het verhaal speelt zich af in een klein dorpje in een Franse wijnstreek. De jonge Pierre Ferra arriveert er om zich te vestigen als dorpspastoor. Vlak voordat hij er arriveert zijn de inwoners  van het dorpje opgeschrikt door de gewelddadige dood van Renard Deguelo, de belangrijkste wijnboer van de streek. Er is veel haat en nijd tussen de wijnboeren onderling en er wordt gefluisterd dat zijn dood geen ongeluk was. Ferra maakt kennis met de plaatselijke bevolking, die graag afluistert en kwaadspreekt. En dat heeft soms grote gevolgen. Ongewild zal de jonge pastoor zelf ook een drama veroorzaken.
Hoewel er doden vallen en er een inspecteur rondloopt die uitzoekt of de dood van Deguelo veroorzaakt is door een misdrijf, is Losse tongen geen thriller. Het is eerder een psychologische roman waarin het kleinburgerlijke gedrag en geroddel van mensen die er zelfs niet voor terugschrikken om de biecht af te luisteren, aan de kaak wordt gesteld. Dat dit een goed boek is mag overigens best worden doorverteld.
Blloan 2014
150 pagina's, zwart-wit; hardcover; € 19,95

☺☺☺☺

donderdag 27 november 2014

Op zoek naar inspiratie

O scenario (Jan en Piet Pollet)


Jan Pollet is schrijver en zijn broer Piet Pollet beeldend kunstenaar. Beide broers experimenteren graag en waagden ze zich deze keer aan een gezamenlijk project: een stripverhaal. Dat is O scenario geworden. Als belangrijkste personages in het verhaal voeren ze hun alter ego's op: Grumbach, de scenarist, en Groove, de tekenaar en barkeeper.  Aan inspiratie geen gebrek, Grumbach heeft er eerder te veel van dan te weinig en maakt gretig gebruik van alles wat op zijn pad komt om zich door te laten inspireren.
Maar er moet een verhaal geschreven worden. Raakt hij verstrikt in zijn verhaal of is hij alleen maar bezig om het schrijven van een scenario voor zich uit te schuiven? Op een van zijn zwerftochten raakt hij geobsedeerd door een vrouw, hij volgt haar en raakt zo aan een baan als figurant bij een dansgezelschap waarmee hij de wereld rond gaat reizen. Groove laat hij achter zonder scenario.

De tekenaar reist af naar het platteland om er zijn oude moeder te bezoeken. Grumbach is dus een impulsieve man, voortdurend op zoek naar nieuwe prikkels en op weg naar de toekomst, daarbij het risico lopend dat hij niets af krijgt. Groove zoekt zijn inspiratie meer in het verleden, zelf bedenkt hij niets, hij is een ambachtsman die tekent wat anderen voor hem bedenken. Hun belevenissen worden afwisselen met vaak spitse teksten verteld in korte hoofdstukken die mooi zijn uitgewerkt als een soort linosneden.
De pagina's van het verhaal staan vol met verwijzingen naar kunst, literatuur, muziek en wetenschap. Op het eerste gezicht is O scenario een grillig verhaal dat weinig houvast biedt, maar gaandeweg ontstaat er toch een soort patroon in Grumbachs labyrint. O scenario is een bespiegeling over het schrijven van verhalen, inspiratie, droom en werkelijkheid. Het is ook een verhaal over kunst, niet voor niets staan er tal van verwijzingen in naar mensen die de Pollets hebben geïnspireerd en beïnvloed. Maar het is vooral ook een origineel en fris stripalbum.
Bries 2014
120 pagina's, zwart-wit; hardcover; € 29,00

☺☺☺

zondag 23 november 2014

Het verrotte in de mens

Femme fatale (Max Cabanes, naar Manchette)

Jean-Patrick  Manchette schreef in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw een aantal korte inktzwarte misdaadromans. Hij combineerde de sfeer van de film noir met sociale misstanden en de Franse cultuur tot zijn eigen stijl en werd daarmee een vernieuwer van het misdaadgenre. Zijn verhalen waren gewelddadige reflecties op alles wat verrot is aan de mens en de Franse maatschappij.
De boeken die hij schreef waren behoorlijk populair en worden nog steeds gelezen, war niet in de laatste plaats te danken is aan zijn zoon Doug Headline, die er alles aan doet om de reputatie van zijn in 1995 overleden vader in ere te houden.
Manchette liet ook zijn sporen na in de wereld van de strip.  Hij vertaalde Watchmen in het Frans en schreef een stripverhaal voor Jacques Tardi.
Meerdere van zijn boeken zijn tot stripverhaal bewerkt. Het recordaantal staat op naam van Tardi: Kleine Westcoast blues, De sluipschutter en Gek op moorden. Misschien haalt Max Cabanes dat aantal nog wel in, want na De prinses van het bloed heeft nu ook Femme fatale verstript. (de roman heette overigens alleen Fatale)
De femme fatale uit de titel van het verhaal is Aimée Joubert. Ze vestigt zich in het havenstadje Bléville. Deze fatale vrouw dringt binnen in de society van  Bléville, flirt met de notabelen, sluit vriendschappen met hun vrouwen en legt alles vast wat ze te weten komt over hun handel en wandel, de schandalen waarbij ze betrokken zijn en waren. Totdat ze genoeg weet om haar slag te slaan. Niemand deugt in dit verhaal. Kan het anders eindigen dan met een zee van geweld?
Een deel van de teksten van het boek lijkt rechtstreeks uit Manchettes roman te komen, mooi geschreven absoluut, maar soms wat overbodig, want Cabanes weet de beschrijvende tekst prima te verbeelden.
Max Cabanes werd in eerste instantie bekend met humoristische strips (Dans les villages, Dwaze vertellingen, Reinaert de vos), maar sinds Hij Blindemannetje maakte, weten we dat hij ook een van de beste realistische tekenaars van Frankrijk is. Dat bewijst hij weer met Femme fatale, dat bovendien prachtig is ingekleurd. De meeste pagina's hebben een hoofdkleur, rood voor het bos, donkerblauw voor de nachtelijke scènes, die heel sfeerverhogend is en goed past bij deze herlijk,immorele thriller.
Dupuis 2014
136 pagina's, kleur; hardcover; € 27,95

☺☺☺☺

vrijdag 21 november 2014

Een tropische nachtmerrie

Kongo (Tom Tirabosco & Christian Perrissin)


Joseph Conrad schreef in 1899 Heart of Darknesss, een roman die hij baseerde op zijn ervaringen als jonge kapitein van het British Marine Corps op een stoomschip dat stroomopwaarts over de rivier de Kongo voer. Kongo was op dat moment sinds een jaar of vijf in handen van de Belgische koning Leopold.
Joseph Conrad wordt als Jozef Konrad Korzeniowski in Oekraïne geboren. Na een aantal omzwervingen door Europa komt hij uiteindelijk in Engeland terecht. Hij leidt een avontuurlijk leven en veel van zijn belevenissen verwerkt hij later in zijn romans.
In Kongo beschrijven Tirabosco en Perrissin hoe Jozef in 1890 zijn reis maakt over de Afrikaanse rivier. Het blijkt een ontluisterende eraring te zijn. De directeur van de rederij in Kinshasa, waarvoor hij gaat werken mag hem niet en stelt hem aan als hulpje van een kapitein die al evenmin van hem is gediend. Maar nog erger dan zijn persoonlijke tegenslagen is wat hij ziet tijdens de reis. Van zijn ideaal om de westerse cultuur uit te dragen is al snel niets meer over als hij ziet hoe de kolonisten de plaatselijke bevolking mishandelen en vermoorden  en uitsluitend voor hun eigen gewin de omgeving leegroven. Hij kijkt machteloos toe en durft niet tegen zijn meerderen in opstand te komen. De reis verandert in een nachtmerrie.
Kongo wordt in een rustig tempo verteld door de hoofdpersoon zelf, die in brieven aan zijn tante verhaalt over zijn belevenissen. Het verhaal is in krachtig zwart-wit getekend . De beelden zijn sfeervol, de tropische sfeer weet Tirabosco mooi weer te geven en de gezichten van de personages zijn sprekend. Hij voert je moeiteloos mee op een reis die uiteindelijk zal leiden naar het hart van de duisternis.
Scratch Books 2014
168pagina's, zwart-wit; softcover; € 14,90

☺☺☺☺

maandag 10 november 2014

Een somber, meeslepend verhaal

De terugkeer van de wespendief (Aimée de Jongh)
 


Het zal je maar gebeuren. Je wacht met je bestelbusje bij een gesloten spoorwegovergang en bent er getuige van hoe een vrouw het spoor oploopt en zich door de naderende trein laat overrijden. Dat overkomt Simon, de hoofdpersoon in De terugkeer van de wespendief.
De terugkeer van de wespendief is een boek waar al geruime tijd naar werd uitgekeken. Het is de eerste graphic novel van Aimée de Jongh. Ondanks haar jonge leeftijd, vijfentwintig jaar, heeft de Jongh al een indrukwekkende staat van dienst  Vrijwel sinds zij op zeventienjarige leeftijd debuteerde met het boekje Aimée TV wordt ze beschouwd als een van de grootste talenten op het gebied van strip en animatiefilm van het moment.  Bij de meeste mensen is Aimée vooral bekend van de serie Snippers, die sinds 2011 in Metro staat. Hiermee trad ze in de voetsporen van onder anderen Floor de Goede en Barbara Stok, die belevenissen uit hun eigen leven verwerken in korte, meestal humoristische strips. In De terugkeer van de wespendief laat ze zich van een andere kant zien.
In een heel andere stijl dan Snippers en in zwart-wit vertelt ze het verhaal van Simon, een boekhandelaar, die na het incident bij de spoorwegovergang zichzelf niet meer is. De gebeurtenis roept herinneringen bij hem op  aan het tragische lot van zijn vroegere schoolvriendje Ralf, waarover hij zich altijd schuldig is blijven voelen. Simon keert zich steeds meer in zichzelf, verwart heden en verleden en ook zijn vrouw weet zich geen raad meer met hem. Dan ontmoet hij het meisje Regina. Zij gaat hem helpen bij het uitzoeken en opruimen van de voorraad van zijn boekwinkel, die moet gaan sluiten. Zij geeft hem weer wat zin om te leven.
De terugkeer van de wespendief is een somber verhaal dat meeslepend wordt verteld. Aimée de Jongh hanteert een manier van tekenen en vertellen die sterk beïnvloed is door manga, Japanse stripverhalen. Ze combineert realistische met meer karikaturaal getekende elementen. Handen geeft ze bijvoorbeeld heel realistisch weer terwijl ogen vaak niet meer zijn dan een stip of een streepje. Een ander typisch Japanse invloed is dat ze veel werkt met 'stilte', pagina's waarop niet gesproken wordt met vaak symbolische elementen.
Met De terugkeer van de wespendief heeft Aimée de Jongh een van de beste graphic novels gemaakt van eigen bodem. Het verhaal is gelaagd, de tekenstijl sluit er naadloos op aan, vertelritme en perspectief kloppen, heden en verleden worden knap afgewisseld en het verhaal heeft een verrassend slot.
Oog & Blik / De Bezige Bij 2014
160 pagina's, zwart-wit; gebonden boek; € 24,90

☺☺☺☺☺

dinsdag 21 oktober 2014

Vakantie

De wilde vlucht was voorlopig de laatste recensie op deze site.
Vanaf 10 november kun je weer nieuwe stripbesprekingen van me verwachten.

Herhalingsoefening overtuigt niet

De wilde vlucht cyclus 1 (Monin & Galandon)
De wilde vlucht cyclus 2 (Hamo & Galandon)

In 2007 verscheen De wilde vlucht voor het eerst bij Saga en het tweedelige verhaal zette Galandon, de debuterende Monin en de uitgeverij meteen goed op de kaart. Pers en publiek reageerden enthousiast op het ontroerende oorlogsverhaal. Tegelijk met de verschijning van een vervolg op De wilde vlucht, bracht de uitgever de eerste cyclus opnieuw uit als integrale uitgave.
Het is het verhaal van Simon, een joodse weesjongen, die opgroeit op het Franse platteland. Hij is er tamelijk veilig, totdat de pater waarbij hij opgroeit wordt gewaarschuwd dat Simon zal worden gedeporteerd. Politie en geestelijken in Frankrijk hadden weinig op met de Duitse bezetter en werkten zo min mogelijk mee aan deze deportaties. De pater zorgt ervoor dat Simon onderdak krijgt in een huis voor jeugdige delinquenten in Parijs. Ook hier is hij niet veilig en Simon vlucht naar het platteland en kan er bij een blinde boerin en haar  simpele zoon komen werken. Even gaat het goed, maar uiteindelijk wordt Simon na een domme aanslag opgepakt en komt hij in een concentratiekamp terecht. Hier ontmoet hij het Russische meisje Ada, dat deze eerste cyclus met de tweede verbindt.
De wilde vlucht was een afgerond verhaal met een begin en een einde in het heden. Een vervolg leek daarmee onwaarschijnlijk. Toch is dat er nu met andere hoofdpersonen en een andere tekenaar.
In De wilde vlucht cyclus 2 staan opnieuw de lotgevallen van joodse kinderen ten tijde van de Tweede wereldoorlog centraal. Dit keer wordt het verhaal vertelt van de omzwervingen van Ada en Maurice, de schuilnamen van twee joodse kinderen, die proberen om aan deportatie te ontkomen, wat hen uiteindelijk, net als Simon in de eerste cyclus niet lukt.
De tweede cyclus van De wilde vlucht is grotendeels een herhalingsoefening van de eerste en weet niet te overtuigen. Hamo is een minder goede tekenaar dan Monin en de symboliek uit de eerste cyclus ontbreekt. Juist Simons omgang met vogels, de vrijheid die hun vlucht symboliseert op het platteland in contrast met de gevangenschap van de roofvogels in het concentratiekamp gaven dat verhaal extra diepgang. Die ontbreekt in de tweede cyclus en de sprookjes die Ada aan haar broertje vertelt komen eerder gekunsteld over dan dat ze het verhaal sterker maken. Galandon kan uitstekend vertellen, dat wel, maar was deze uitgave echt nodig? 
Saga 2014
ca. 100 pagina's per cyclus; diverse prijzen en uitvoeringen.
☺☺☺☺☺(cyclus 1)

☺☺☺(cyclus 2)

maandag 20 oktober 2014

Twee kwajongens en een boot

De schippers van de Kameleon (Dick Matena, naar H. de Roos)


Uitgeverij Kluitman bestaat dit jaar honderdvijftig jaar. Dat wordt onder anderen gevierd met de uitgave van hun eerste stripalbum: De schippers van de Kameleon. Het lag voor de hand dat de stripversie van het eerste Kameleonboek getekend zou worden door Dick Matena. Hij had immers al eerder een paar klassiekers uit het fonds van Kluitman tot strip bewerkt: Pietje Bell, Kruimeltje, Dik Trom, oude jeugdboeken die nog steeds worden gelezen. De Kameleonreeks van Hotze de Roos is iets minder oud, maar ging toch al in 1949 van start.
De Kameleon is een bootje, waarmee de tweeling Hielke en Sietse Klinkhamer de Friese meren onveilig maakt. In het eerste verhaal De schippers van de Kameleon maken we kennis met de twee kwajongens, hun ouders en een paar van hun dorpsgenoten en is te lezen hoe de Kameleon aan zijn naam komt. Verder is het een nogal onsamenhangend boek, eerder een aaneenschakeling van anekdotes dan een doorlopend verhaal. Was het boek ook zo?
Het tekenwerk is zoals we van Dick Matena mogen verwachten:goed. Een aantal minpunten van deze uitgave mogen niet op zijn conto worden geschreven. De computerinkleuring is tamelijk 'hard', zachtere tinten hadden de sfeer van dit naoorlogse verhaal meer recht gedaan. Een slordigheid die ook voor rekening komt van de inkleurder is dat de Kameleon zijn kleuren al heeft op pagina 15 voordat de jongens zijn begonnen om het bootje met resten verf kleur te geven.
Uitgeverij Kluitman heeft al te kennen gegeven dat ze meer strips uit willen brengen. Een prima idee, maar dan moeten ze nog wel iets aan de bladspiegel doen. De pagina's van De schippers van de Kameleon hebben te weinig wit om de kaders heen, zodat de tekeningen en de teksten bijna in de marge verdwijnen, dat leest niet prettig.
Het is de vraag of de jeugd van nu nog zit te wachten op de avonturen van de Kameleon, maar wie weet... ook de films van een paar jaar terug waren redelijk succesvol. Voor de vele generaties die opgroeiden met de avonturen van Hielke, Sietse en de Kameleon is deze stripversie een feest der herkenning en een fijne hernieuwde kennismaking en goed voor een aangenaam uurtje lezen. Er is niets mis met jeugdsentiment.
Kluitman 2014
48 pagina's, softcover stripboek; € 7,95

☺☺☺

woensdag 15 oktober 2014

Een dictator met trekjes van keizer Nero

Hans integraal 1 (Gregor Rosinski & André-Paul Duchateau)


Toen Rosinski nog niet zo succesvol was als tekenaar van Thorgal tekende hij ook een andere serie, die een beetje in de vergetelheid is geraakt: Hans. Was deze serie goed genoeg om te worden herdrukt in een integrale editie? De uitgever vindt in ieder geval van wel, want dit jaar verschijnen de eerste twee bundels met verhalen die voor het grootste deel door Rosinski werden getekend.
De eerste bundel bevat de eerste vier lange verhalen, een kort verhaal en een dossier met achtergrondinformatie.
Hans werd min of meer uit nood geboren. Toen de Poolse striptekenaar zich meldde bij uitgeverij Lombard had hij in eigen land al een behoorlijke staat van dienst. Wat hij liet zien vond André-Paul Duchateau goed genoeg om hem in contact te brengen met Jean van Hamme om samen een verhaal op te zetten. Dat werd Thorgal, waarvan in 1977 het eerste hoofdstuk verscheen. Na drie lange verhalen kreeg van Hamme het zo druk met zijn werk voor film en televisie dat hij Thorgal tijdelijk stillegde. Duchateau wilde Rosinski, die inmiddels naar België was verhuisd, niet zonder werk laten zitten en stelde voor om zelf een verhaal voor hem te schrijven. Dat werd Het laatste eiland.
Oorspronkelijk was Het laatste eiland bedoeld als eenmalig verhaal, maar toen het uiteindelijk verscheen in 1980 was het zo populair bij de lezers dat toch werd besloten om er een reeks  van te maken. Inmiddels was van Hamme weer begonnen met schrijven van Thorgalverhalen, dus duurde het tot 1984 voordat Hans terugkeerde in Kuifje. Met De gevangene van de eeuwigheid gaat de reeks pas echt van start met een eerste cyclus, die zich uitstrekt over drie albums.
Hans begint in Het laatste eiland als postapocalyptische sciencefiction, een soort verhalen dat destijds erg populair was, en ontwikkelt zich tot een tamelijk clichématige reeks, een space opera waarin een onderdrukte bevolking, geleid door Hans, het opneemt tegen een gewetenloze overheerser. Overigens wel een kleurrijke figuur, die Valsary die zich van Hans' dubieuze opdrachtgever ontwikkelt tot een dictator met trekjes van keizer Nero in De gladiatoren.
Ondanks, of juist vanwege zijn hoge productie is Duchateau nooit een topscenarist geweest. Het best was hij in het schrijven van detectives (de jarenlang doorlopende serie Rik Ringers), maar ook dan herhaalde hij zichzelf regelmatig. Af en toe maakte hij uitstapjes naar de SF, maar zelden blonken die uit door originaliteit. De reeks Hans is hierop geen uitzondering, maar toch zitten er in elk van de verhalen wel een paar leuke vondsten. Rosinski's tekenwerk wordt naarmate de reeks vordert (er zit bijna tien jaar tussen de eerste en de kaatste pagina van deze integrale uitgave) steeds beter. Hier is duidelijk een tekenaar aan het werk die liever landschappen en vreemde wezens tekent dan ruimteschepen en steden.
Lombard 2014
224 pagina's, hardcover stripboek; € 29,95

☺☺☺