zaterdag 30 november 2013

Een cynicus met een scherpe pen

Transmetropolitan 1 - 3  (Darick Robertson & Warren Ellis)


Zelfs de best geïnformeerde stripjournalist mist weleens iets. Toen de Amerikaanse versie van Transmetropolitan tussen 1997 en 2002 verscheen bij DC/Vertigo merkte ik deze serie niet op. Gelukkig besloot men bij RW Lion om er een Nederlandstalige versie van uit te brengen en leerde ik op die manier alsnog deze satirische cyberpunkstrip kennen.
De hoofdpersoon van Transmetropolitan is een van de meest kleurrijke personages die ooit de pagina's van een comic hebben bevolkt. Spider Jerusalem is een gonzo journalist die behoorlijk beroemd en populair is geworden met zijn onthullende, niets en niemand ontziende stukken. Het geld stroomt binnen maar hij wordt gestoord van alle aandacht en verdwijnt. Vijf jaar lang leeft hij volkomen afgezonderd, maar als het geld op is, moet hij weer aan het werk en keert terug naar de stad om klotestukken te schrijven over een klotestad in een klotekrant. Een kutbaan dus. De toekomstwereld waarin Transmetropolitan zich afspeelt is volkomen verrot, de commercie is dolgedraaid, het barst van de bizarre sektes en religies, mensen doen de gekste dingen met hun lichaam en elke politicus is even corrupt. Spider Jerusalem haat zijn werk en hij veracht de wereld waar hij leeft. Met zijn scherpe pen klaagt hij alle uitwassen aan. Niet dat hij zelf zo gemakkelijk is, het is een chagrijn die net zo makkelijk iemand beledigt of verrot schopt als een ander ademhaalt, assistentes worden gek van hem en er gaan meer drugs bij hem naar binnen dan voedsel, maar als hij begint te schrijven is hij briljant. Dat Jerusalem weer terug is blijft niet lang onopgemerkt. Hij kan niet meer rustig over straat, mensen willen hem dood hebben of ze willen seks met hem, kortom hij is als snel weer net zo populair als vijf jaar eerder. Met als gevolg dat hij steeds meer drugs gaat gebruiken en steeds feller wordt. In de eerste twee delen van Transmetropolitan neemt Spider het op tegen de leiders van bizarre sektes, orgaanhandelaren en ander tuig. In deel drie gaat het helemaal los als hij de verkiezingen gaat verslaan. Transmetropolitan is geen strip voor lezers met een gevoelige maag. De verhalen zijn hard, gewelddadig, bloederig en cynisch. Op het eerste gezicht lijkt Transmetropolitan een geweld verheerlijkende strip zoals er helaas velen zijn, maar als je begint te lezen blijk je veel meer dan dat in handen te hebben. Transmetropolitan heeft meer gemeen met Brave New world of 1984 dan met Pulp fiction of, voor mijn part, Preacher. Warren Ellis en Darick Robertson laten zien welke kant het op kan gaan met onze eigen maatschappij en levert daar bikkelhard commentaar op.

Uitgeverij RW Lion
160 pagina's, kleur; paperback; € 14,95 per deel

☺☺☺

 

donderdag 28 november 2013

De overeenkomst tussen wijn maken en strips tekenen


The initiates (Etienne Davodeau)

 


In eigen land is Etienne Davodeau een van de groten van het stripverhaal met meerdere prijzen op zijn naam, maar van zijn boeken bestaan nauwelijks Nederlandse vertalingen. Alleen zijn opmerkelijke debuutreeks De vrienden van Santiel en De stroman, de thriller waarmee hij in eigen land doorbrak, werden vertaald. Dat is alweer jaren geleden en sindsdien heeft hij niet stilgezeten. Hij werkt voornamelijk voor de uitgeverijen Delcourt en Futuropolis. Voor de laatste maakte hij onder meer een verhaal in de prestigieuze Louvre-serie. Een van de redenen waarom zijn werk niet meer wordt vertaald is misschien de setting. Hij is een van die auteurs wiens verhalen zich bijna zonder uitzondering afspelen op het (Franse) platteland wat ze een regionaal karakter geeft. Als zo'n verhaal dan ook nog eens gaat over het maken van wijn, autobiografisch en non-fictie is, is het voor te stellen dat een uitgever zich afvraagt of Nederlandse en Belgische lezers hier wel op zitten te wachten. Dat zouden ze wel moeten doen, want The initiates is een van de leukste strips die ik dit jaar heb gelezen. The initiates is de Engelse vertaling van Les ignorants (uitg. Futuropolis) uit 2011.
Het verhaal bestrijkt precies een jaar waarin Etienne Davodeau door wijnboer Richard Leroy wordt ingewijd in de geheimen van het wijn maken. Op zij beurt voorziet Davodeau de wijnmaker van graphic novels en strips en laat hem zo kennis maken met het rijke en gevarieerde aanbod. Nauwkeurig en met veel gevoel voor humor beschrijft Davodeau hoe het jaar in een wijngaard verloopt. Hij helpt mee met snoeien, oogsten en bemesten en maakt kennis met de biodynamische wijnbouw. Leroy heeft zelf een uitgebreide wijnkelder en laat de striptekenaar vele soorten wijn proeven. Samen bezoeken ze wijnbeurzen en praten met wijnhandelaren en restauranthouders. 
Als ze het niet over wijn hebben praten ze over strips, Etienne neemt Leroy mee naar een stripfestival en naar een drukkerij waar een van zijn strips van de persen afrolt. Samen bezoeken ze collega's van Davodeau en er zijn gastrollen voor Lewis Trondheim, Gibrat en Guibert.
Zo droog beschreven lijkt The initiates misschien saai boek, maar dat is het zeker niet. Het is heel leuk om te lezen hoe de twee mannen steeds meer te weten komen over elkaars vak, hoe ze zien dat er, hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, overeenkomsten zijn tussen strips maken en wijn verbouwen. De vriendschap tussen de twee groeit en ze gaan elkaar steeds beter begrijpen. Net zoals een jaar daarvoor toen ze afspraken om aan dit project te beginnen, zitten de twee heren aan het einde van dit boek weer samen aan tafel en drinken een glas wijn. Maar dit keer is het de wijn waar Etienne zelf aan gewerkt heeft en is zijn boek klaar.

NBM 2013
268 pagina's zwart-wit ; hardcover $ 29,95

☺☺☺☺

 

zondag 24 november 2013

Gewetenloze schurk wordt stripheld

Roodbaard deel 1: De duivel van de Caraïben / De koning van de zeven zeeën
(Victor Hubinon & Jean- Michel Charlier)


Zonder Jean-Michel Charlier zou de Europese naoorlogse Europese strip er heel anders uit hebben gezien. De kwaliteit van zijn scenario's en de reeksen die hij opzette werden de maatstaf voor realistische stripverhalen, net zoals Goscinny's scenario's dat waren voor de humorstrip. Charlier ging kort na de Tweede Wereldoorlog werken bij het stripblad Robbedoes, waarvoor hij onder meer de pilotenstrip Buck Danny bedacht. Zo'n vijftien jaar later stond hij samen met onder anderen Goscinny aan de wieg van een nieuw tijdschrift: Pilote. En in die wieg lagen zowel Goscinny's Asterix als Charliers Roodbaard. Het was niet Charliers eerste piratenstrip. Hij had eerder al samen met Hubinon het levensverhaal van Surcouf bewerkt tot een biografie in stripvorm. Surcouf werd, net als Buck Danny getekend door Victor Hubinon. Terwijl deze Luikse tekenaar voor Robbedoes blijft werken aan Buck Danny, gaat hij voor Pilote Roodbaard tekenen. Piratenstrips hebben dan al een lange geschiedenis in de Franse en Belgische jeugdbladen. De meeste hiervan zijn inmiddels vergeten, maar veel jonge lezers groeiden er in de jaren veertig en vijftig mee op. Charlier had met Roodbaard een grote zeevaartsaga voor ogen, die jarenlang als feuilleton zou moeten doorlopen op de pagina's van Pilote. Dat was zeker in de eerste jaren het geval, maar naarmate de albumverkoop van stripverhalen belangrijker werd moesten de verhalen passen in albums van 46 pagina's. Een probleem dat Charlier oploste door binnen zijn reeksen (behalve Roodbaard waren dat ook onder meer Blueberry en Tanguy en Laverdure) weer een soort subreeksen te maken door de intrige uit te spreiden over meerdere albums.
Het heruitgeven van de reeks in bundels is een prima idee omdat er op die manier een aantal verhalen bij elkaar gebracht worden die altijd al bedoeld waren als een geheel. Bovendien krijgt de lezer nu voor het eerst de kans om dat verhaal te lezen zoals het oorspronkelijk in Pilote verscheen. De duivel van de Caraïben en De koning van de zeven zeeën kennen namelijk een merkwaardige uitgavengeschiedenis, waarbij hele pagina's en zelfs de helft van het tweede verhaal werden weggelaten om de verhalen passend te maken voor het albumformaat. De tekeningen van Hubinon komen in deze heruitgave beter tot hun recht omdat de twee pagina's die in tijdschriftvorm naast elkaar werden afgedrukt nu ook ik de boekuitgave naast elkaar staan.
Het is bijna niet te geloven dat deze eerste verhalen van Roodbaard al zestig jaar oud zijn. Het verhaal is opvallend volwassen en Roodbaard is als stripheld eigenlijk volkomen onwaarschijnlijk. Hij is een gewetenloze schurk die er geen enkele moeite mee heeft om de complete bemanning van de schepen die hij aanvalt uit te moorden. Even komt hij wat sympathieker over als hij een kleine jongen die aan boord is van een van die schepen, in leven laat. Maar al snel blijkt dat dit niet echt uit liefde of mededogen is en Roodbaard andere plannen heeft met de jongen die hij Erik doopt. Als Erik daar in De duivel van de Caraïben achter komt, komt het tot een breuk met zijn stiefvader. In De koning van de zeven zeeën wordt verteld hoe het Erik hierna vergaat, Roodbaard komt in het verhaal bijna niet voor, maar uiteindelijk is het lot van Roodbaard en Erik toch onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waarschijnlijk is het nooit Charliers bedoeling geweest om Roodbaard de held te laten zijn van zijn piratensaga, Erik is als held eigenlijk waarschijnlijker, maar uiteindelijk zou de reeks toch onder de naam Roodbaard gaan verschijnen.
Aan de heruitgave van Roodbaard is door de uitgever enorm veel zorg besteed. De verhalen zijn oud, maar niet verouderd, voor de integrale uitgave zijn ze opnieuw vertaald, geletterd en ingekleurd, waardoor zowel het scenario als de tekeningen optimaal tot hun recht komen.

Sherpa 2013
148 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 24,95

☺☺☺



Inmiddels is ook het tweede boek van Roodbaard verschenen. Het is de bedoeling dat er de komende jaren jaarlijks twee bundels gaan verschijnen.

donderdag 14 november 2013

Haaien kunnen niet achteruit zwemmen

Verdwaald (Shamisa Debroey)

 
In de afgelopen tien jaar maakte de Vlaamse strip een spectaculaire bloeiperiode door. Jonge kunstenaars lieten de erfenis van Vandersteen, Sleen en Nys links om te komen met persoonlijk en grafisch interessant werk. Nieuwe talenten doken op: Randall C., Brecht Evens, Judith van Istendael, Olivier Schrauwen... Grote commerciële successen kwamen er niet uit voort, maar deze ontwikkeling bleef niet onopgemerkt en leverde vertalingen, internationale erkenning en waardering op.
Inmiddels heeft ook deze nieuwe generatie zijn navolgers gekregen. Eerder dit jaar werden we al verrast met de debuten van Wide Vercnocke ( (Mijn lief ligt in de zetel) en Delphine Frantzen (Madame Pipi) en nu is er Verdwaald van de 24-jarige Shamisa Debroey.
Verdwaald is een indrukwekkende en poëtische graphic novel over een meisje dat opgroeit zonder ouders. Haar vader heeft zijn gezin verlaten toen ze nog heel jong was en haar moeder reist veel en is bijna nooit thuis. Ze wordt opgevoed door haar grootouders. Het meisje, eigenlijk Debroey zelf, probeert te begrijpen wat de drijfveren van haar ouders zijn. Heel mooi zijn de eerste pagina's waarin ze beschrijft hoe het voor haaien onmogelijk is om achteruit te zwemmen. Ze kunnen niet stilstaan of achteruitkijken, maar moeten verder. Heel mooie symboliek waarmee ze probeert om zich in de geest van haar vader te verplaatsen. Verdwaald is een in scherpe lijnen prachtig getekend en fel ingekleurd verhaal waarin de invloed te herkennen is van Randall C., haar leermeester en Brecht Evens. Shamisa Debroey maakt optimaal gebruik van de mogelijkheden die er zijn om een verhaal te vertellen met beelden. Sterk zijn de pagina's van een gezin aan tafel waarbij steeds meer leden van het gezin worden weggekrast totdat op de laatste pagina alleen de vertelster nog herkenbaar is: 'Zelfs in een kamer vol met vrienden dacht ik maar aan een ding.'
Debroey neemt je mee door een bewustwordingsproces heen waarbij zij een beter begrip krijgt voor wat haar vader drijft en voorzichtig erkent dat ze misschien zelf ook die sterke drang naar vijheid heeft. Verdwaald raakt je en is een verhaal dat je nog lang bijblijft. Een droomdebuut.

Oog & Blik / De Bezige Bij 2013
80 pagina's ; kleur € 24,90
☺☺☺☺☺

maandag 11 november 2013

Openhartig en ontroerend

Door zonder familie (Gerrit de Jager)

 

De jaren tachtig waren een gouden tijd voor de Nederlandse strip.  Albums verschenen in oplages waar stripmakers tegenwoordig alleen nog maar van kunnen dromen. De meest succesvolle reeksen van eigen bodem waren Franka, Storm, Agent 327, Jan Jans en de kinderen, Sjef van Oekel, Joop Klepzeiker en natuurlijk  De familie Doorzon.
De familie Doorzon werd bedacht door Gerrit de Jager en Wim Stevenhagen, die tot dan toe als stripmakers vooral in de alternatieve hoek actief waren. Vanaf het moment dat de grappen rond de disfunctionele familie verschenen in de Nieuwe Revu was het een hit. Niets was heilig in deze strip die een venijnige tegenhanger was van de destijds populaire familiestrips zoals De familie Achterop (Dik Browne en Mort Walker) die jarenlang op de achterpagina van het vrouwenblad Margriet stonden.
Al snel verkochten de bundels van De familie Doorzon zo goed dat de oplagecijfers die van Suske en Wiske overtroffen.  Op  het eerste gezicht was het leven van de Jager en Stevenhagen één groot succesverhaal, maar achter de schermen gebeurden heel andere dingen. Over deze periode maakte Gerrit de Jager een graphic novel. De Jager begin twintig als hij trouwt en vader wordt van een dochter. Het jonge gezin koopt een woning in Lelystad en Gerrit reist heen en weer tussen zijn gezin en de studio in Amsterdam waar hij met een aantal andere tekenaars werkt.  De Jager beschrijft met veel gevoel voor humor de gang van zaken op de studio waar steeds vaker allerlei randfiguren zoals Theo van Gogh en Herman Brood aan komen waaien. De studio wordt gerund door Fer Gevelfuts (in wie de insider zonder moeite Ger van Wulften herkent) die ook de Jagers uitgever en agent is. In 1979 slaagt Gevelfuts erin om Doorzon aan de Nieuwe Revu  te verkopen en dat betekent voor het duo de Jager en Stevenhagen een vaste job voor één goedbetaalde pagina per week. Gerrit de Jager en zijn uitgever proberen het succes van Doorzon zo veel mogelijk te gelde te maken en sluiten lucratieve deals af voor nieuwe uitgaven en distributie. Dit tot ongenoegen van de andere helft van het duo. Wim ziet zichzelf als een kunstenaar met linkse idealen en kan dat maar moeilijk verenigen met de richting die zijn jeugdvriend uitgaat. De Jager verwijt op zijn beurt Wim Stevenhagen dat hij te lui is om meer te werken en alleen maar wil profiteren van het geld dat Doorzon oplevert. Dan gaat het mis. Terwijl De familie Doorzon hoge verkopen haalt verlaat Gerrits vrouw hem voor een ander en laat hem achter in hun Lelystadse doorzonwoning . Het gaat steeds meer moeite kosten om zijn carrière en zijn privéleven met elkaar te verenigen en de Jager ontdekt de voordelen van het gebruik van cocaïne als er gepresteerd moet worden. Dan komt hij er ook nog achter dat zijn uitgever hem al jaren belazert. Zonder een blad voor de mond te nemen geeft hij in Door zonder familie een inkijkje in de Nederlandse stripwereld van begin jaren tachtig, waar hij een van de belangrijkste vertegenwoordigers van was. Dat het succes ook een keerzijde had toont hij door te beschrijven hoe hij moeizaam probeerde overeind te blijven terwijl om hem heen de vriendschappen en relaties afbrokkelden. Uiteindelijk  komt het behalve tot een scheiding met zijn vrouw ook tot een breuk met Wim Stevenhagen en zijn uitgever en moet Gerrit de Jager alleen verder. In Door zonder familie beschrijft Gerrit de Jager met veel humor en ironie, maar ook ontwapenend, openhartig en ontroerend over een boeiende, maar ook heftige periode in zijn leven.

Oog & Blik / De Bezige Bij 2013
256 pagina's ; paperback; zwart-wit  € 24,90
☺☺☺☺☺

 

zaterdag 9 november 2013

Boerenbedrog verspreid door geldwolven uit Hollywood

Canardo 22: De oude eend en de zee (Benoit Sokal)

 
Ieder nieuw deel van de serie Canardo is iets om naar uit te kijken. Al meer dan twintig jaar lang weet Benoit Sokal het zelfde hoge niveau van zijn serie te handhaven. Je weet als trouwe lezer  wat je van Canardo mag verwachten, maar toch weet Sokal telkens weer te verrassen met zijn onderwerpkeuze en de geraffineerde manier waarop hij verschillende actuele zaken in de plot met elkaar combineert en er de draak mee steekt.
Voor wie Canardo niet kent: alle personages in deze reeks zijn dieren die handelen als mensen. Canardo is een eend die het stereotype uiterlijk gekregen van een  privédetective  zoals we die kennen uit de film noir en de romans van Chandler en Hammett: lange regenjas met daarin een fles drank en een sigaret hangend in een mondhoek. In de loop der jaren werd Canardo's universum uitgebreid met een stoet van minstens even maffe bijpersonen die regelmatig in de verhalen terugkeren zoals in dit boek de duidelijk op Ernest Hemingway gebaseerde kapitein Ballingway (uit De witte Cadillac), naar wie ook de titel van dit boek verwijst.
In De oude eend en de zee heeft Canardo zijn neefje Marcel te logeren wiens moeder op de Seychellen ligt met haar nieuwe borsten. Als het verhaal begint verlaten Canardo en zijn neef net de bioscoop waar ze Momo le Merou hebben gezien, een animatiefilm over een schattige roodgestippelde tandbaars (niet per ongeluk gebaseerd op Finding Nemo). De film en het personage zijn zo populair dat het verboden wordt om nog langer op de roodgestippelde tandbaars te vissen, een zeldzame diersoort  die alleen voorkomt op het eiland Koedoelia, een oude kolonie van Belgamburg.  De economie van dit eiland draait echter volledig op de vangst van de roodgestippelde tandbaars. Als de vrouw van een rijke Belgamburgse industrieel, Vandepoutte, wordt ontvoerd door Koedoeliaanse piraten die eisen dat het visverbod weer ongedaan gemaakt wordt roept de hertogin van Belgamburg Canardo's hulp in. Canardo vertrekt naar Koedoelia met in zijn kielzog neefjeMarcel,  voor wie een verrassende rol is weggelegd. Al snel loopt het fout op Koedoelia. De gebeurtenissen raken in een stroomversnelling en er ontwikkelt zich een briljante satire waarin onder anderen de filmindustrie en de milieubeweging op de hak worden genomen. Vooral de toespraak van de hertogin van Belgamburg op de laatste pagina's is hilarisch. De oude eend en de zee is weer een heel leuk deel in deze topserie.

Casterman 2012
48 pagina's ; hardcover; € 11,50

☺☺☺☺

 

maandag 4 november 2013

Schrijvende muis

Dromen & muizenissen (Dillies)


 
Deze week verschijnt Abeltje, het nieuwe boek van Renaud Dillies, een uitgave waar ik naar uit heb gekeken. Renaud Dillies, wie was dat ook alweer? Hij debuteerde als stripmaker in 2003 met Betty Blues, een verhaal over een trompet spelende eend, en won er meteen een prijs mee in Angoulême. Sindsdien verschijnen er regelmatig nieuwe, humoristische strips van zijn hand. Zijn eerste in het nederlands vertaalde strip Dromen & muizenissen was meteen een van de leukste boeken die in 2011 verscheen. Ik schreef er een lovende recensie over voor Zozolala. Met Dromen & muizenissen sluit Dillies aan bij een traditie die zo ongeveer even oud is als het stripverhaal: de dierenstrip. Het klinkt misschien wat paradoxaal, maar mits goed gemaakt is een dierenstrip een prachtig medium om iets te zeggen over mensen. (Zie voor een uitgebreid overzicht Joost Pollmanns Een boktor met gesteven kraagje). In dit geval is de hoofdpersoon, en gezien de titel zal dat niemand verbazen, een muis. Charlie, zoals de muis heet, woont alleen en verslijt stapels papier want hij is schrijver. Op een dag krijgt hij bezoek van een vogeltje dat zich voorstelt als meneer Eenzaamheid en aankondigt dat hij elke keer zal opduiken wanneer Charlie zich eenzaam voelt. Het is een van de leukste karakters in dit verhaal waarvan iedere pagina een nieuwe verrassing is. Dillies hanteert een speelse, lichtvoetige manier van vertellen, speelt met de kaders en brengt met slim gebruik van lijn en kleur zijn dieren tot leven. En zo ontwikkelt zich een verhaal over de dagelijkse belevenissen van Charlie de muis ten tijde van het carnaval. En juist dan, als iedereen feestviert valt het niet mee om alleen te zijn. Dat Dromen & muizenissen niet alleen een leuk verhaal is moge duidelijk zijn, de thematiek zal voor veel mensen herkenbaar zijn: Alleen zijn valt niet altijd te verkiezen boven het hebben van gezelschap, maar je kunt ook van de eenzaamheid houden.

Uitg. Blloan 2011; 80 pagina's kleur; harde kaft

☺☺☺☺☺