vrijdag 30 augustus 2013

Veel actie en weinig plot

Strips2Go (diverse tekenaars en schrijvers)

Veel stripfiguren die we nu nog altijd kennen werden oorspronkelijk gemaakt voor striptijdschriften.  Hun belevenissen  werden al een soort feuilletons gepubliceerd in wekelijkse afleveringen van 1 of enkele pagina's. Aan reeksen albumuitgaven werd niet meteen gedacht en lange tijd was een tijdschriftpublicatie belangrijker dan een boek. Tekenaars leerden al publicerend het vak. Tijdschriften waren vaak ook de plek waar veranderingen en nieuwe stromingen ontstonden, vooral in de jaren zeventig stuwden een aantal tijdschriften de evolutie van het medium strip vooruit.

Maar in de loop der jaren werden strips in boekvorm steeds belangrijker en bleven de oplages van striptijdschriften dalen. Alleen aankomend striptalent presenteerde zich nog groepsgewijs met in eigen beheer gemaakte tijdschriften. Verrassend genoeg slaagde Rob van Bavel erin om met een nieuwe versie van Eppo het stripblad terug in de winkelschappen te krijgen. En sinds kort ligt het Strips2Go daar naast. Strips2Go is een krant van 72 pagina's in kleur op tabloidformaat. De initiatiefnemers van Strips2Go zijn Jan Schuring (die ook een hobbyblad uitgeeft) en Marissa Delbressine, een aanstormend talent met haar wortels in de Nederlandse mangascene.  Dat is ook duidelijk aan het eerste nummer van Strips2Go te merken. De meewerkende stripmakers zijn meer beïnvloed door Amerikaanse comics en Japanse manga dan door hun Europese voorlopers. De meest bekende namen  in Strips2Go zijn Maaike Hartjes, John Heijing (die een boek uitbracht bij Arboris) en Marissa Delbressine, waarvan net de strip Ward werd afgerond in Eppo. Haar bijdrage is meteen de beste: Streets of Europe werd oorspronkelijk gemaakt voor de Duitse stripkrant Comix en werd speciaal voor de Nederlandse publicatie van een inkleuring voorzien. Wellicht heeft Comix wel als voorbeeld gediend voor Strips2Go. Ook dat is ook een goedkoop gedrukte en voor een lage prijs verkochte uitgave. Maar er zijn ook verschillen tussen Strips2Go en Comix. Comix heeft een kleiner formaat, een iets betere papiersoort, is niet volledig in kleur en is minder op manga gebaseerd.

De verhalen in Strips2Go zijn erg actiegericht, er wordt veel gevochten en in een aantal gevallen is er nauwelijks sprake van enige plotontwikkeling (Splash vs clean, OTFS) De vervolgverhalen hebben afleveringen van een pagina of zes maar het aantal tekeningen per pagina is vaak klein, wat het grote formaat van de uitgave niet rechtvaardigt en ook de ontwikkeling van de plot niet ten goede komt. In een aantal gevallen geeft de kleurendruk op de goedkope papiersoort problemen bij het lezen. Kleurscheidingen vervagen en de witte teksten tegen een bijna zwarte achtergrond in Sanguis zijn soms niet te lezen. Jammer, want juist dit verhaal valt op door de geringe hoeveelheid actie en een intrigerende start. Binnen het wat beperkte referentiekader van manga en comic is er toch veel variatie aan tekenstijlen in het eerste nummer van  Strips2Go en avonturenstrips worden afgewisseld met humor. Er loopt heel wat jong striptalent rond in Nederland, dat merk je bijvoorbeeld als je op beurzen hun in eigen beheer uitgegeven boeken en tijdschriften bekijkt. Met Strips2Go krijgt dit talent de kans om zich verder te ontwikkelen en een groter publiek te bereiken. Het is belangrijk dat het daarbij goed wordt begeleid. De keuze voor papier en druk stelt bijvoorbeeld eisen aan lijndikte en kleurcombinaties. Nog beter zou het zijn om te kiezen voor een iets dikkere papiersoort en een kleiner formaat en daarbij ook de afweging te maken om al dan niet alle pagina's volledig in kleur af te drukken. Strips2Go was een beter blad geworden als er iets langer over dit soort zaken was nagedacht.

De eerste stap is altijd de moeilijkste maar wel een cruciale; je kunt maar 1 keer een eerste indruk maken.  Ik ben in de voorgaande alinea's erg kritisch geweest maar al mijn opmerkingen zijn opbouwend bedoeld en ik hoop dat er iets mee gedaan wordt. Het uitgeven van een nieuw stripblad is in deze tijd een enorm moedig initiatief. Ik heb hier veel waardering voor en ik zal ontwikkeling van Strips2Go op de voet blijven volgen.

uitg. Find it; 72 p. kleur; krant;  € 1,95

☺☺

vrijdag 16 augustus 2013

Een somber mensbeeld

Tatsumi / A drifting life  (Yoshihiro Tatsumi /Eric Khoo)

Sinds enige maanden ligt de DVD Tatsumi in de winkels, een animatiefilm die Eric Khoo in 2011 presenteerde op het filmfestival van Cannes. Tatsumi is de getekende biografie van Yoshihiro Tatsumi, een inmiddels 78-jarige kunstenaar die lang heeft moeten wachten op erkenning.  
De film Tatsumi is grotendeels gebaseerd op A drifting life, zijn autobiografie in stripvorm die in 2009 verscheen. Hoewel de hoofdpersoon in dit boek Hiroshi Katsumi heet is het meteen duidelijk dat dit verhaal het leven van de tekenaar zelf beschrijft. Katsumi groeit met zijn ziekelijke broer Okimasa op in Osaka tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Beiden hebben een passie voor het stripverhaal dat zich juist in die jaren begint te ontwikkelen. Ze beginnen zelf ook strips te tekenen en Katsumi debuteert kort na de Tweede wereldoorlog al op zeer jonge leeftijd. Hij slaagt er in om korte gagstrips die hij per briefkaart instuurt te verkopen aan kranten en daarmee een inkomen te verwerven. In die tijd leert hij ook Osamu Tezuka kennen, die op een paar straten afstand van hem blijkt te wonen en te werken. Tezuka is zijn idool en van hem krijgt hij het advies om eens een lang verhaal te maken. Daarmee geeft de Japanse meester de aanzet tot een lange serieuze carrière als striptekenaar. Hatsumi vind werk bij een uitgeverij die leenstrips produceert. Naast keurige uitgaven voor verkoop in de boekwinkels waren er in die tijd ook strips die gemaakt werden om in winkels te worden uitgeleend. Hatsumi leeft in een roerige wereld en probeert de indrukken die via film en televisie op hem afkomen te verwerken in zijn strips. Hij ontwikkelt zich niet alleen als auteur maar ook als organisator en verzamelt een groepje gelijkgestemden om zich heen waarmee hij een nieuw soort strips ontwikkeld, rauwer en realistischer dan de dan bekende manga. Een uitgever steunt hem in zijn streven en hij wordt hoofdredacteur van een tijdschrift vol met strips die inmiddels de naam gekiga hebben gekregen. Hatsumi en de zijnen geven zelfs een heus manifest uit waarin ze uitleggen waar gekiga voor staan. Inmiddels zijn we honderden pagina’s verder met lezen, maar dat geeft niet want A drifting life verveelt geen moment. Tatsumi schetst een boeiend beeld van de ontwikkeling van een genre en zijn eigen betrokkenheid daarbij. Dat wisselt hij af met tijdsbeelden en de worstelingen in zijn eigen leven, artistiek en persoonlijk. Hij moet schipperen tussen enerzijds de behoefte om in zijn dagelijkse bestaan te voorzien en anderzijds zijn verlangen om grenzen te verlegen. Dat ging niet zonder slag of stoot.



Voordat het tekenwerk begon voor Tatsumi nam Eric Khoo eerst de voice-over op, teksten die worden uitgesproken door Tatsumi zelf en waarin hij min of meer het zelfde verhaal vertelt als in A drifting life. Zijn levensverhaal wordt afgewisseld met tekenfilmversies van vijf van zijn verhalen. Daarbij heeft Khoo zo veel mogelijk Tatsumi's eigen tekenstijl aangehouden. De inkleuring en de tekentechniek zijn steeds aangepast aan de tijd waarin het verhaal zich afspelt. Alle bekende thema's uit Tatsumi's werk komen er in terug: de chaos in het naoorlogse Japan, seksuele frustraties. Het zijn toegankelijke, voor iedereen begrijpelijke verhalen die tot het beste behoren dat Tatsumi gemaakt heeft. In zijn stripverhalen draagt Tatsumi een somber mensbeeld uit. De hoofdpersonen,  mannen vragen zich af wat het allemaal voor zin heeft om hun lusten te bevredigen en vrouwen beschuldigen hun vriend ervan dat die alleen maar bij hun wil zijn om de seks. Het is niet zo vreemd dat de Japanners in de nog preutse jaren ’60 moeite hadden met Tatsumi's  verhalen en veel uitgevers er niet eens aan dachten om ze te publiceren. Dat frustreerde Tatsumi alleen maar meer en bevestigde zijn mensbeeld.

Tekenend in dat opzicht is Occupied, een van de verhalen die Eric Khoo verfilmde: hierin raakt een tekenaar van strips voor kinderen zijn baan kwijt raakt. De pornografische graffiti die hij aantreft op de muur van een openbaar toilet, zet hem ertoe aan om pornostrips te gaan tekenen. Het is tekenend voor de positie die Tatsumi vroeger zelf innam als maker van gekiga. Gelukkig is het tij voor hem gekeerd, verschijnen van zijn werk vertalingen in Europa en de Verenigde Staten, en werd er met de film Tatsumi een prachtig eerbetoon gemaakt aan een man die wereldwijd beschouwd wordt als een van de belangrijkste stripmakers van de twintigste eeuw.

A drifting life

Uitg. Drawn & Quarterly; 856 pl. zwart-wit $ 29,95

Tatsumi

Afilm ; 92 min.; ca. € 15,00

vrijdag 9 augustus 2013

Een passie voor films

So long, silver screen (Blutch)

Blutch (Christian Hincker) bewandelt al zo'n 25 jaar zijn eigen weg in de stripwereld. Een groot publiek heeft hij daarbij nooit aan zich weten te binden. Menigeen was verbaasd toen deze relatief onbekende auteur in 2009 de grote prijs van Angoulême won, een van de belangrijkste prijzen ter wereld voor een stripoeuvre. Uitgezonderd misschien de stripcritici en collega's van Blutch die grote waardering hebben voor zijn werk en er door zijn beïnvloed (bijvoorbeeld Craig Thomson). Wellicht dankzij het winnen van die prijs verschenen er sinds 2009 meerdere titels van Blutch in een Nederlandse vertaling (Blotch, Kleine Christiaan) en is er nu ook zijn eerste vertaling in het Engels.

So long, silver screen verscheen oorspronkelijk in 2011 bij Dargaud en nu bij Picture box, een in Brooklyn gevestigde uitgeverij van voornamelijk kunstboeken maar ook een aantal avant-gardestrips. Voor de Amerikaanse uitgave is David Mazzuchelli, een van Blutch bewonderaars, verantwoordelijk voor de grafische verzorging. Het is een heel fraai uitgave geworden.

Wie van Blutch het autobiografische Kleine Christiaan heeft gelezen weet dat hij al vanaf jonge leeftijd een filmliefhebber is. En dat is hij altijd gebleven. In So long, silver screen getuigt hij van zijn kennis van en passie voor de film. Daarbij zijn rollen weggelegd voor een aantal acteurs en regisseurs die hij bewondert. Wie van een stripalbum een verhaal met een kop en een staart verwacht is bij Blutch niet aan het goede adres. Net als een aantal door hem bewonderde filmmakers (denk bijvoorbeeld aan Fellini) gaat Blutch niet narratief te werk, maar eerder associatief, hij begint aan een scene die op een film gebaseerd is en die op zijn beurt een volgende scene oproept. Het verhaal is getekend in zwart-wit en een telkens wisselende derde kleur die verandert bij de overgang naar een volgende scene. Zijn tekeningen zijn virtuoos en lijken te dansen op het papier, het vakmanschap en het enthousiasme spat er van af.

So long, silver screen houdt het midden tussen een graphic novel en een essay over film, de kunstvorm die zo veel gemeen heeft met de grafische vertelkunst. Die aanpak maakt het boek tot meer dan alleen een boek over films maar ook een weergave van Hinckers eigen visie op het beeldverhaal.

Picturebox 2013

80 pagina's ; hardcover; $ 22,95

☺☺☺☺

Meisjes: interessant maar ook stom

Kleine Christiaan (Blutch)

 
Kleine Christiaan is een bundeling van twee uitgaven die oorspronkelijk verschenen in 1998 en 2008, waarin Blutch terugkijkt op zijn jeugd. Overigens verwijst de titel van dit boek niet alleen naar zijn eigen jeugd, maar ook naar De kleine Nicolaas van Goscinny.

Blutch (Christian Hincker) groeide in de jaren zestig en zeventig op in de Franse Elzas en als we de verhalen die hij in Kleine Christiaan vertelt mogen geloven, was hij toen al iemand met een rijke fantasie. Het jongetje leeft in een eigen wereld waarin de helden van de strip en de film zijn grootste voorbeelden zijn. Van John Wayne krijgt hij wijze raad en Marlon Brando (Last tango in Paris!) maakt hem wegwijs op het gebied van de erotiek.

In het eerste boek dat uit een aantal vrij korte verhaaltjes bestaat, zit Christiaan nog op de lagere school en zijn meisjes weliswaar interessant maar vooral ook stom. In boek twee wordt het serieus. Hij is nog altijd een even grote fantast,  maar hij staat op het punt om zijn onschuld te verliezen. Tijdens een zomervakantie met zijn ouders ontmoet hij Catie Borie, het mooiste meisje van allemaal, en wordt smoorverliefd. Op een heel geestige manier beschrijft Blutch hoe kleine Christiaan leert om te gaan met deze nieuwe situatie. Het levert een mooie strip op over volwassen worden in de lijn van Conz Als ik meester van de wereld was en Blindemannetje van Cabanes. Blutch brengt het allemaal virtuoos in beeld. Voor wie nog nooit iets van hem heeft gelezen, is Kleine Christiaan een goede eerste kennismaking die naar meer zal doen smaken.
 

Uitg. Oog & Blik

144 pl.; paperback; € 19,90

 

☺☺☺☺

 

 

dinsdag 6 augustus 2013

Brok in de keel

Paul joins the scouts (Michel Rabagliati)


De Canadese stripmaker Michel Rabagliati groeide niet alleen op met de Franse taal maar ook met de Franse (strip)cultuur.  Zijn eigen strips doen daarom eerder Europees aan dan noordamerikaans. Qua  tekenstijl doen ze denken aan het werk van Dupuy en Berberian of Erik de Graaf. Zo'n tien jaar geleden verschenen  twee van Rabagliati's strips  in vertaling bij Oog & Blik: Paul op  het platteland en Pauls vakantiebaantje.  Helaas bleef het bij deze twee titels want  de stripromans die hij maakte na deze eerste twee boeken zijn zeer de moeite waard: Paul moves out, The song of Roland en Paul joins the scouts. Centraal in de meeste van zijn semiautobiografische boeken staat Paul, zijn alter ego en meestal kijkt hij er in terug op zijn jeugd.

Paul joins the scouts speelt zich af in de vroege jaren zeventig als Paul een jaar of tien is. Wanneer hij op een dag een groep padvinders aan het werk ziet besluit hij dat hij zelf ook padvinder wil worden. Hij komt terecht in een groep enthousiaste jongens met gelijke interesses en doet met hen alle dingen die padvinders zoal doen. Van de welpenleiders mag vooral de jonge Daniel op zijn sympathie rekenen, een beetje een hippie die altijd een pet draagt. Rabagliati is een geweldige verteller die vanaf de eerste pagina's  sfeer weet op te bouwen en je mee laat leven met de sympathieke personages. Het verhaal speelt zich af in een periode waarin Canada een politieke crisis doormaakte en een actiegroep op gewelddadige wijze strijd voor een onafhankelijk Quebec. Maar daarvan valt in Paul joins the scouts weinig te merken. Rabagliati beschrijft een zorgeloze jeugd met alle leuke dingen die daarbij horen. Totdat de werkelijkheid toeslaat in Pauls leven. En dat komt hard aan bij de lezer die tot dan toe vooral wegdroomde over een idyllische jeugd. Met een brok in de keel sla je de laatste pagina's om van deze ijzersterke striproman.

Conundrum 2013
150 pagina's ; paperback;  $ 20
 
☺☺☺☺☺