vrijdag 28 juni 2013


Familiegeheimen

Het vervloekte kind (Arno Monin & Laurent Galandon)

 


Laurent Galandon is een van de meest interessante nieuwe stripschrijvers van de laatste jaren. Zij werk verschijnt voornamelijk bij Bamboo (voor het Nederlandse taalgebied: Saga) en bestaat voor het grootste gedeelte uit tweeluiken.  In die vorm verschenen eerder De witte vlucht (met Monin),  Bloemenschrift (met Nicaise) en  Tahia El Djazair (met Dan). In al deze verhalen, en ook in Het vervloekte kind roert Galandon pijnlijke episodes in de recente geschiedenis aan: de Tweede wereldoorlog, De Algerijnse vrijheidstrijd, de Turkse bezetting van Armenië....

Er zat oorspronkelijk een periode van vier jaar tussen de verschijning van deel 1 en deel 2 van Het vervloekte kind, dat is ook te zien aan de evolutie die Monins tekenstijl doormaakt. Uitgeverij Saga kwam op het uitstekende idee  om beide delen te bundelen in één dikke uitgave.

Het vervloekte kind begint in mei 1968. Gabriel Clairemont woont in Parijs terwijl om hem heen aan alle kanten opstand uitbreekt. Hij laat zich overhalen door een vriendin om mee te lopen in een demonstratie met als resultaat dat hij in de cel belandt. Een opmerking van zijn bewaker roept pijnlijke herinneringen bij Gabriel op. Waarom is hij in 1945 geadopteerd door landbouwers uit de Creuse? Wat heeft zich op de boerderij afgespeeld? Hij gaat op zoek naar zijn verleden en haalt daarbij zaken naar boven waar niet iedereen even blij mee is. De emoties lopen hoog op en een gewelddadig einde lijkt onvermijdelijk. Het verhaal had prima gepast in de serie Geheimen van Frank Giroud. Qua thema heeft Het vervloekte kind ook wel iets weg van Angelus, een recente titel van Giroud in die reeks. Maar waar Giroud op de laatste pagina's gierend uit de bocht vliegt met een onwaarschijnlijke plotwending weet Galandon net aan de goede klant van de grens tussen drama en sentiment te blijven.

 

Uitg. Saga 2013

92 pagina's ; kleur; harde kaft stripalbum;  € 24,95

 

dinsdag 25 juni 2013


Voorzichtige puberseks

 

Amoras (Charel Cambré & Marc Legendre)

 


Een gesprek over stripverhalen gaat al snel over Suske en Wiske. Voor veel Nederlanders is deze serie tot een soort norm geworden voor wat een stripverhaal is. Maar het is wel een verouderde norm. De strip heeft zich de afgelopen veertig jaar verder ontwikkeld terwijl de Suske en Wiske-reeks qua vorm en inhoud nauwelijks is veranderd.  Pogingen van Standaard Uitgeverij om de serie wat aan te passen aan de tijd bleven vaak beperkt tot het aantrekken van andere kleren door de hoofdpersonen en het inspelen op bepaalde jongerentrends. Een moedige poging van ex-Suske en Wisketekenaar Marc Verhaeghen om  Sus en Wis te confronteren met het lot van Joodse kinderen tijdens WO 2 kreeg een veto van de uitgever.

Mogelijk mede ingegeven door de dalende verkoopcijfers maar met de honderdste geboortedag van bedenker Willy Vandersteen als excuus pakt Standaard Uitgeverij het nu anders aan en lanceert naast de hoofdreeks de nieuwe serie Amoras.

Met Amoras mikt de uitgever op meer volwassen lezers die een strip krijgen voorgeschoteld in een rauwere stijl en met een gevarieerder pagina-indeling maar met de bekende personages.

Volwassen? Wat moeten we ons daar bij voorstellen? Expliciet geweld, stromen bloed, meisjesborsten en voorzichtige puberseks? We krijgen het allemaal voorgeschoteld in deel 1 van wat uiteindelijk een achtdelige reeks moet worden.

Het verhaal: Suske en Wiske maken van de afwezigheid van professor Barabas gebruik om te proberen met de teletijdmachine van terug te gaan naar1946 en het eiland Amoras. Maar zij zijn niet de enigen die de teletijdmachine willen gebruiken. Ook Jerom en Lambiek bevinden zich in het lab van Barabas. Het gaat hopeloos mis en Suske en Wiske belanden wel op Amoras maar in de toekomst. In 2047 heeft aartsvijand Krimson de absolute macht en zijn de bewoners van Amoras zijn slaven. Suske en Wiske raken van elkaar gescheiden.  Terwijl Wiske het aan de stok krijgt met een rondzwervende bende ontmoet Suske het meisje Jerusalem met wie hij op zoek gaat naar Wiske. Intussen is ook Krimson er van op de hoogte dat het tweetal op Amoras is en ziet een kans om zich op hen te wreken.

Amoras wordt gemaakt door tekenaar Charel Cambré en schrijver Marc Legendre, twee mensen met een behoorlijke staat van dienst die met Amoras goed werk leveren. Echt schokkend is het echter niet. Zoals gezegd heeft de tijd niet stil gestaan en zien de meeste strips er anno nu heel anders uit dan in 1967. Met andere en minder bekende personages is het verhaal van Amoras al vaker verteld en met even veel of meer seks en geweld. Voor wie wel eens een andere en meer eigentijdse strip oppakt dan Suske en Wiske is er niets nieuws onder de zon. Maar als Suske en Wiske je enige referentiekader is, is Amoras ronduit schokkend.

 

Standaard uitgeverij

48 pagina's ; kleur; stripalbum;  € 6,95

 

vrijdag 21 juni 2013


Een obsessiecompulsieve stoornis

 

The Nao of Brown (Glyn Dillon)

 


In Glyn Dillons familie komen meer striptekenaars voor. Zijn oudere broer Steve is bekend als de tekenaar van Preacher. Glyns carrière als striptekenaar was kort. In de jaren negentig werkte hij voor de Engelse tijdschriften Deadline en Crisis en hij tekende 1 aflevering van The Sandman. Hierna legde hij zich toe op het maken van storyboards voor films en verdween uit beeld. The Nao of Brown is zijn verrassende terugkeer  naar de wereld van de strip. Je kunt bijna spreken van een tweede debuut.

Centraal in deze graphic novel  staat het meisje Nao, dochter van een Engelse moeder en een Japanse vader. Na een verblijf bij haar alcoholistische vader in Japan keert zij terug naar Groot Brittannië om er te gaan werken in een winkel waar Japans speelgoed verkocht wordt. In deze winkel heeft zij haar eerste ontmoeting met Gregory, een behaarde wasmachinereparateur van middelbare leeftijd die te veel bier drinkt en zijn gesprekken kruidt met Latijnse teksten en citaten uit gedichten en romans.  Ze valt meteen op hem en probeert een ontmoeting te arrangeren.

Dat lukt maar de eerste afspraak is niet meteen een succes. Hij is al zat als Nao binnenkomt.

Nao is evenmin een makkelijke partner, ze lijdt aan een obsessiecompulsieve stoornis die zich bij haar uit in gewelddadige fantasieën. Toch groeit er iets tussen dit onwaarschijnlijke koppel.

Dillon geeft de lezer van The Nao of Brown een kijkje in de geest van Nao door haar gedachten regelmatig te laten ontsporen en hem mee te sleuren in haar gewelddadige fantasie. Hij speelt met de gezichtsuitdrukkingen van Nao en weet deze heel veel expressie mee te geven. Daarmee weet hij te bereiken dat je Nao's aanvallen met haar aan voelt komen. Dat is een knappe prestatie.

Naarmate de relatie tussen Nao en Gregory langer duurt begint het er op te lijken dat hij haar tot rust weet te brengen en Nao haar geest beter weet te beheersen. Totdat een dramatische gebeurtenis alles weer op zijn kop zet.

The Nao of Brown is een bijzonder boek. Dillon is een uitstekende tekenaar die zijn platen mooi en effectief inkleurt met waterverf en vooral in het weergeven van gezichtsuitdrukking en emoties sterk is. En dat stelt hem in staat om op een subtiele manier een moeilijk thema als Nao's psychische problemen  zo te behandelen in een graphic novel dat je meeleeft met haar en haar kwetsbare geesteswereld.

 

Uitg. Selfmadehero 2012

 208 pagina's ; kleur; £ 16,99

woensdag 19 juni 2013


Pijnlijke gebeurtenissen en subtiele humor

 

The property (Rutu Modan)

 

Rutu Modan was een van de oprichters van het Israëlische collectief Actus tragicus. De groep stripmakers en illustratoren trad vanaf 1995 naar buiten met eigen uitgaven waaraan zij gezamenlijk bijdroegen. De uitgaven waren in het Engels aangezien  er in Israel nauwelijks sprake is van een stripcultuur. Modan brak internationaal

door bij een groter publiek met de graphic novel Exit wound / Vermist (Drawn & Quarterly2007/Podium  2008). Hierna verscheen nog de verhalenbundel Jamilti. (Drawn & Quarterly 2008) met voornamelijk verhalen die zij voor de collectieve uitgaven van Actus Tragicus maakte aangevuld met het sterke, ontroerende titelverhaal. The property is haar tweede graphic novel.

Na de dood van haar zoon reist de Israëlische Regina Segal samen met haar kleindochter Mica nar Warschau met de bedoeling om onroerend goed dat tot aan de Tweede Wereldoorlog in het bezit was van haar joodse familie. Eenmaal aangekomen in Warschau wordt Regina geconfronteerd met de herinnering aan pijnlijke gebeurtenissen die eerder in haar leven plaats vonden. Mica krijgt ondertussen steeds meer twijfels bij de reden voor hu reis naar Warschau en vraagt zich af waar Regina werkelijk op uit is. Bij haar speurtocht door Warschau wordt Mica voortdurend op de hielen gezeten door Avram, de zoon van een van Regina's vriendinnen. Ook hij heeft zo zijn plannen met Regina, Mica en het onroerend goed. En dan is er nog Tomasz, de reisgids die een oogje heeft op Mica.

Het kost weinig moeite om mee te leven met de personages in dit boek, ook al zijn ze, zoals Avram, niet altijd even sympathiek.

The property is een subtiel verteld verhaal waarin emoties hoog op lopen maar ook altijd  ruimte is voor humor. Mede dankzij Modans met een beperkte kleurenpallet uiterst effectief ingekleurde  semirealistische klare lijntekeningen.

 

Drawn & Quarterly 2013

222 pagina's ; gebonden boek;  $ 24,95

zondag 9 juni 2013


Iraanse lente


Een kleine twee jaar voor de Arabische lente was er even hoop voor de bevolking van Iran. Groot was de teleurstelling toen de conservatieve Ahmadinejad  met een ruime meerderheid als winnaar van de presidentsverkiezingen werd gepresenteerd en niet de hervormer Mousavi. Volgens velen was er met de stembusuitslag geknoeid en op 15 juni gingen ruim drie miljoen, veelal jonge, mensen de straat op om te protesteren. Het protest duurde enkele dagen voort, maar de machthebbers maakten er op wrede wijze een einde aan. Tientallen demonstraten kwamen om het leven, er vielen talloze gewonden en ruim vierduizend mensen werden (vaak in erbarmelijke staat als gevolg van het geweld) gearresteerd. Van hen werd vaak niets meer vernomen. Op deze gebeurtenissen baseerden Amir en Khalil Zahra’s paradise. Voordat dit verhaal in boekvorm verscheen werd het in hoofdstukken op een internetsite voorgepubliceerd: www.zahrasparadise.com

Centraal in Zahra’s paradise staat de speurtocht naar Mehdi, een jonge Iraniër, die na de demonstratie van 15 juni 2009 niet meer terugkeert naar huis. Waarschijnlijk is Mehdi terecht gekomen in een gevangeniscel. Zijn broer en moeder zetten alles op alles om zijn lot te achterhalen. Mehdi’s broer begint een speurtocht op internet terwijl zijn moeder al haar contacten aanwendt om te achterhalen of Mehdi nog in leven is.

Zahra was de naam van een dochter van Mohammed, het is ook de voornaam van een journaliste die in 2003 om het leven werd gebracht (Zahra Kazemi) vanwege haar speurtocht naar verdwenen tegenstanders van het islamitische regime. Zahra’s paradise, een massaal kerkhof nabij Teheran is uiteraard niet naar haar genoemd, maar naar Mohammeds dochter. Het kerkhof speelt een belangrijke rol in dit verhaal.

Zahra’s paradise is fictie. Mehdi en zijn familie zijn verzonnen door de Iraanse journalist Amir en tekenaar Khalil (een pseudoniem). Maar Mehdi ondergaat het lot dat vele jongeren getroffen heeft sinds de presidentsverkiezingen van 2009. In Zahra’s paradise schetsen de auteurs een beeld van een land waarin je niet voor je mening uit mag komen en waarin een corrupt en gewelddadig islamitisch regime de macht probeert te behouden en daarbij geen enkel middel schuwt. Zahra’s paradise is echter geen politiek pamflet, het blijft in de eerste plaats een graphic novel, een goed opgebouwd en thrillerachtig verhaal dat in krachtige zwart-witbeelden is weergegeven. Khalil heeft een aangename tekenstijl die wat manga-achtig (Tezuka) aandoet.

 

Zahra’s paradise (Khalil & Amir)

Uitg. Casterman 2011; 160p.; zwart-wit; 18,00