maandag 27 mei 2013


Gecompliceerde vriendschap

 

Blauw is een warme kleur (Julie Maroh)

Uitg. Glénat; 156 pl.; kleur; harde kaft; € 19,95

 

De gouden palm van cannes werd afgelopen weekend gewonnen door de film La vie d'Adèle van Abdellatif Kechiche. Hij baseerde zijn  film op het stripverhaal Blauw is een warme kleur van Julie Maroh dat ongeveer twee jaar geleden verscheen. In Blauw is een warme kleur ontdekt de vijftienjarige Clémentine met een schok dat ze anders is dan anderen. Ze heeft net haar eerste vriendje als ze op straat een meisje tegenkomt met blauw haar. De gevoelens die dat bij haar oproept zijn volkomen nieuw en verwarrend en ze kan het meisje niet meer uit haar gedachten zetten. Ze praat erover met Valentin, een homoseksuele schoolvriend.

Valentin neemt haar mee naar een homobar en daar is het meisje met het blauwe haar ook.  Ze raken met elkaar aan de praat en blijven elkaar na die eerste ontmoeting zien. Hun vriendschap is gecompliceerd. Emma, het meisje met het blauwe haar, heeft een relatie met een andere vrouw en is ervan overtuigd dat Clémentine op mannen valt. Clémentine is op haar beurt verliefd op Emma, wil niets liever dan altijd bij haar zijn, maar durft niet toe te geven aan haar gevoelens.

Blauw is een warme kleur is het indrukwekkende debuut van de jonge Julie Maroh. Zij heeft gekozen voor een spaarzaam gebruik van kleur, waarbij uiteraard vooral de kleur blauw eruit springt en contrasteert met de grauwheid van Clémentines dagelijkse bestaan. Haar tekenstijl refereert, vooral in de manier waarop Maroh gezichten tekent, aan het werk van Loisel (Magasin general) en Frank Pé (Zoo), maar verder heeft ze voor een debutant nu al een onmiskenbaar eigen stijl. Het ontroerende liefdesverhaal wordt verteld aan de hand van Clémentines dagboek. Door voor deze vorm van vertellen te kiezen weet Julie Maroh goed invoelbaar te maken hoe een jonge vrouw de ontdekking van haar homoseksualiteit en haar eerste, problematische relatie ervaart. Dat Blauw is een warme kleur een dramatisch verhaal is, wordt al op de eerste pagina’s duidelijk. Er zullen maar weinig lezers van dit boek zijn die tot de laatste pagina de ogen droog weten te houden.

 

Hans Pols

 

woensdag 22 mei 2013


Een verkwistende losbol als vader

 

De zoon van Rembrandt (Robin)

Uitg. Blloan; 300 pl.; zwart-wit; paperback; € 19,95

 

Voordat Typex zijn mooie graphic novel publiceerde over Rembrandt was er al De zoon van Rembrandt van Robin. Beide kunstenaars leggen verschillende accenten bij het vertellen over het boeiende leven van Rembrandt. Waar Typex het verhaal vertelt vanuit het perspectief van verschillende personen die een rol speelden in Rembrandts leven kiest Robin voor een andere invalshoek. Hij beschrijft een periode van ongeveer twintig jaar in het leven van Rembrandt, zoals dat wordt gezien en verteld door Rembrandts zoon Titus. Titus wordt in 1641 geboren als zoon van Rembrandt en Saskia van Uylenburgh. Niet veel later sterft zij en wordt Titus wees. Al op jonge leeftijd is hij er getuige van dat zijn vader een relatie begint met Geertje Dirckx, de vrouw die de schilder in huis heeft genomen om voor hem te zorgen. Na een ruzie met zijn maîtresse komt er weer een andere vrouw in huis: het jonge dienstmeisje Hendrickje Stoffels.

Titus is pas acht jaar als zijn vader een verhouding begint met Hendrickje. Zijn levenswandel brengt Rembrandt in opspraak bij de kerkenraad en Hendrickje wordt geëxcommuniceerd. Bovendien raakt Rembrandt steeds dieper in de financiële problemen.

De zoon van Rembrandt had een loodzwaar drama kunnen worden over een weeskind met een verkwistende losbol als vader, maar dat is het niet. Robin laat ons meekijken door de ogen van een kind in een voor die tijd ongebruikelijke huishouden en dat zich erover verwondert dat andere mensen dat raar vinden en hem en zijn vader erom mijden. Maar hij is ook een kind dat speelt, ruziemaakt, voor het eerst verliefd wordt en dat alles tegen het decor van de Gouden Eeuw. Er zit heel veel humor in dit verhaal, niet alleen in de teksten, maar ook in de tekeningen die veel vaart hebben. In de handen van Robin is Titus een soort Kleine Nicolaas van de Gouden Eeuw geworden. Het verhaal wordt verteld met het zelfde soort subtiele humor dat ook de verhaaltjes van Goscinny kenmerkt. De vergelijking wordt nog versterkt door de stijl waarin het boek is getekend en aan Sempé doet denken. Robins tekenwerk is ijzersterk. Zonder gebruik te maken van kaders zet hij met zwierige penlijnen pagina’s neer die leven. Het sterke tekenwerk en het goed vertelde verhaal maken van De zoon van Rembrandt een genoegen om te lezen.

 

Hans Pols