zondag 29 december 2013

Het beste van 2013

Wat waren volgens mij de beste strips en graphic novels van 2013? De cijfers heb ik nog niet gezien, maar het zou best eens kunnen dat er in 2013 meer stripboeken en graphic novels zijn verschenen dan ooit. Regelmatig werd ik bij mijn bezoeken aan een stripwinkel geconfronteerd met mopperende winkeliers die best alles willen tonen aan hun klanten, maar er gewoon geen ruimte voor hebben. Er waren weken waarin het aantal nieuwe titels in de tientallen liep. Het is een trend die al een tijdje aan de gang is. Uitgevers kiezen voor veel titels, kleine oplagen en een relatief hoge prijs. Die hoge prijs wordt enigszins gecompenseerd door het feit dat stripboeken dikker worden. Maar voorlopig even genoeg geanalyseerd. Er zijn dus veel boeken verschenen in het afgelopen jaar, maar zat er ook iets bij wat de moeite waar is om te lezen? Ik heb de uitgaven waaraan ik zelf het meeste plezier heb beleefd op een rijtje gezet voor je, verdeeld in 10 vertaalde of oorspronkelijk Nederlandstalige titels, 5 onvertaalde boeken en nog eens 5 uitgaven die ik om de een of andere reden bijzonder vond.
Dit zijn ze in willekeurige volgorde.

De tien beste Nederlandstalige uitgaven

1. Dansen op de vulkaan van Floor de Goede (uitgeverij Oog & Blik / De Bezige Bij)
2. Rembrandt van Typex ( Oog & Blik / De Bezige Bij)
3. Monsieur Bermutier van Maarten van der Wiele (uitgeverij Oogachtend)
4. Angelus van Homs en Giroud (uitgeverij Dupuis)
5. Geen weg terug van Olivier Grenson (uitgeverij Lombard)
6. Het vervloekte kind van Monin en Galandon (uitgeverij Saga)
7. Verdwaald van Shamisa Debroey (uitgeverij Oog & Blik / De Bezige Bij)
8. Door zonder familie van Gerrit de Jager (uitgeverij Oog & Blik / De Bezige Bij)
9. Munch door Steffen Kverneland (uitgeverij Oog & Blik / De Bezige Bij)
10.Abeltje van Renaud Dillies (uitgeverij Blloan)

De eerste verrassing van 2013 was de graphic novel Dansen op de vulkaan van Floor de Goede, waarin Flo zich van een andere, serieuze kant liet zien. Ontwapenend, ontroerend, herkenbaar, indrukwekkend. Ook  autobiografisch is Door zonder familie van Gerrit de Jager, een onthullende en onthutsende terugblik op  de succesvolle beginjaren van De familie Doorzon.  Rembrandt is het meesterstuk van Typex, die ik al jaren als illustrator bewonder. Wat een prachtig getekende striproman. Een beetje vergeten titel is Monsieur Bermutier van Maarten van der Wiele, een tekenaar met een elegante, zwierige stijl die na zijn tweeluik over Parijs laat zien dat hij ook heel goed overweg kan met kleur. De tweede Belg in het lijstje is Shamisa Debroey, die debuteerde met een sterke graphic novel over een meisje dat probeert te begrijpen waarom ze in de steek is gelaten door haar ouders. De nieuwe generatie Nederlandstalige stripmakers blijft verrassen met originele beeldverhalen van hoge kwaliteit. Behalve van Verdwaald heb ik ook genoten van de debuten van Wide Vercnocke ( (Mijn lief ligt in de zetel) en Delphine Frantzen (Madame Pipi). De kleine Belgische uitgeverij Saga ging van start met een verrassend leuke serie dikke boeken met integrale vertalingen van Franse stripreeksen: Valentine Pity (Benn)  en Een nacht in Rome (Jim) heb ik met veel plezier gelezen maar Het vervloekte kind maakte de meeste indruk. De Ballon (Dargaud, Lombard, Dupuis en Blloan) had elke maand wel een pareltje tussen de nieuwe titels zitten. Behalve de titels die ik heb gekozen van Grenson, Dillies en Hom zou ik ook nog Miss Endicott kunnen noemen van Fourquemin of diens De wezentrein, Nieuwe tijden van Warnauts en Raives of Betoveringen van Munuera en Dufaux.

De vijf beste onvertaalde uitgaven

1. Paul joins the scouts van Michel Rabaliati (Conundrum Press)
2. The nao of Brown van Glyn Dillon (Uitgeverij Selfmade hero)
3. The property van Rutu Modan (uitgeverij Drawn & Quarterly)
4.The initiates van Etienne Davodeau (Uitgeverij NBM)
5. So long, silver screen van Blutch (uitgeverij Picturebox)

Wat moet ik hier verder nog over zeggen? Van al deze titels heb ik de afgelopen maanden een recensie geschreven. Blader gerust door als je er meer over wil weten. Van The property staat een vertaling op stapel bij Oog & Blik / De Bezige Bij.






Vijf bijzondere boeken

1. Automotiv van Ever Meulen (uitgeverij Oog & Blik)
Een heel mooi vormgegeven bladerboek met tekeningen over Eddy Vermeulens meest geliefde onderwerp: auto's.
2. Fabrica grafica van Jan Vanderveken (uitgeverij Gestahlten)
Een prachtig overzicht van de illustraties van de onechte zoon van Joost Swarte en Ever Meulen, een van de beste illustratoren van het moment.
3.Robbedoes door Yves Chaland (uitgeverij Dupuis)
Een goed verzorgd stuk stripgeschiedenis, alle stroken van Robbedoes die Yves Chaland maakte en het verhaal erachter.
4.No straight lines van Justin Hall (uitgeverij Fantagtraphics)
Een uitgebreide bloemlezing van stripverhalen voor en door homo's en lesbo's, een artikel dat ik naar aanleiding van dit boek schreef verschijnt binnenkort in Stripschrift.
5. Rork integraal (Andreas), Roodbaard integraal (Hubinon & Charlier), Chihuahua Pearl/ De man die 500000 waard was (Giraud & Charlier)
Sherpa is goed bezig met het uitbrengen van stripklassiekers in integrale uitgaven of in een bijzondere vorm. Een nieuwe trend in uitgeversland?

 

 

zaterdag 28 december 2013

Een grote beerput

Juarez (Corentin Rouge & Nathalie Sergeef)

 
Corentin Rouge debuteerde een paar jaar geleden met het eerste deel van de thrillerserie Milan K. Het boek viel direct op. Aan de ene kant door een goed doorwrocht scenario gebaseerd op de actualiteit maar niet in de laatste plaats door het goede tekenwerk. Corentins tekenstijl deed denken aan Giraud en Boucq, en dat zijn niet de minsten! Corentin wist het niveau van zijn debuut te handhaven en in vrij korte tijd ontwikkelde hij zich tot een van beste realistisch tekenende stripmakers van het moment. Na de eerste cyclus van Milan K. te hebben afgerond maakte Corentin de one shot Juarez. Het verhaal werd geschreven door Nathalie Sergeef die hiermee haar eerste stap zet in de stripwereld. Juarez is een stad in het noorden van Mexico met een heel slechte reputatie. De strijd tussen misdadigers woedt er in alle hevigheid en bijna dagelijks vinden er moorden, ontvoeringen en verkrachtingen plaats. Nogal eens zijn vrouwen het slachtoffer. Sinds 1993 werden er ruim 2000 vermoord en nog eens een zelfde aantal vrouwen is vermist. Op dit gegeven baseerde Sergeef haar verhaal. De jonge Gaël Morales gaat in Ciudad de Juarez op zoek naar zijn vermiste zuster Gabriela. Het duurt niet al te lang voordat hij zich middenin een wespennest begeeft en in Juarez één grote beerput aantreft waar criminelen, politie en zakenlui zich met elkaar in wentelen. Niettemin brengt Gaëls speurtocht hem steeds dichter bij de waarheid over Gabriela. Maar met gevaar voor eigen leven. Corentin levert weer uitstekend tekenwerk af, hij is vooral sterk in het tekenen van gezichten en ook de actiescènes maken indruk. Het is wrang dat dit spannende verhaal is gebaseerd op gebeurtenissen die werkelijk plaatsvinden. De ontknoping van Juarez is, ook al had je het kunnen zien aankomen, verrassend.

Uitgeverij Medusa 2013; 56 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 19,95
☺☺☺☺

maandag 23 december 2013

Warm menselijk drama

Michel
(Roger Ibanez & Zidrou)
 

Michel is 43 jaar en verstandelijk gehandicapt. Hij woont bij Catherine, zijn moeder die voor hem zorgt. Maar Catherine is niet meer de jongste, ze is 72 jaar en ze vergeet wel eens dingen. Dat leidt tot woede-uitbarstingen bij Michel, die gewend is aan een vast dagritme en een moeder die alles voor hm klaarzet. Michel is een klein verhaal waarin in korte hoofdstukken een beeld wordt geschetst van het dagelijks leven van Catherine en haar zoon en hoe dat langzaamaan verandert als Catherine veroudert en Michels zekerheden gaan wegvallen. Maar wat is er eigenlijk gebeurd met Michel? Welk drama heeft zich afgespeeld waardoor hij is geworden zoals hij is? Zorgvuldig verspreid over de hoofdstukken geven Zidrou en Roger hier informatie over in de gesprekken die er gevoerd worden en details in de tekeningen. Had het ook anders kunnen lopen? Misschien, maar het is zoals het is en Michels moeder kan niet anders dan aanvaarden en doorgaan met leven. Rogers semikarikaturale tekenstijl past uitstekend bij het verhaal. Hij zet overtuigende personages neer met wie je als lezer niet anders kan dan meeleven. En Zidrou is na het teleurstellende prostitutiedrama De klant helemaal terug. Net als in Lydie leren we hem weer kennen als de verteller van warm en menselijk drama dat schuurt en ontroert maar nergens sentimenteel wordt.

uitgeverij Blloan 2013
56 pagina's, kleur; hardcover stripalbum;  €14,95
☺☺☺☺

Een gouwe ouwe (uit Zozolala 175)

Lydie (Lafebre & Zidrou)

 
Tussen alle humor en actiestrips ligt er soms ook een boek in de winkel, dat hier helemaal van afwijkt. Zo’n album is Lydie. Op het omslag, dat er uitziet als een foto van pakweg 80 jaar geleden, zien we een gelukkig echtpaar met kind, althans, zo lijkt het. Want als je goed kijkt zie je dat de zittende vrouw geen baby in haar armen houdt, maar slechts een bundeltje textiel. Lydie speelt zich af in een kleine dorpsgemeenschap, waar iedereen elkaar kent. Een van hen is Camille, een wat simpele vrouw die haar dochter verliest en er niet in slaagt om dat te verwerken. Tot grote verbazing van de dorpsbewoners kondigt Camille twee maanden na de dood van haar kindje aan dat engelen haar hebben teruggebracht. Vanaf dat moment leeft ze verder alsof er niets gebeurd is en behandelt ze haar denkbeeldige dochtertje alsof het werkelijk bestaat. De dorpsgemeenschap, die meeleeft met de arme vrouw, speelt het spel mee. Langzamerhand raken alle dorpsbewoners, ja zelfs de vier kwajongens, gewend aan de aanwezigheid van het denkbeeldige kind.
Lydie is een verhaal waarin mensen elkaar nu eens niet naar het leven staan, maar compassie tonen en saamhorigheid, liefdevol met elkaar omgaan en met elkaar de ups en downs van het leven vieren en betreuren.
De tekenstijl van de debuterende Jordi Lafebre doet wat denken aan Plessix en de hier minder bekende Mazan. De sfeer van het verhaal roept ook een vergelijking op met Magasin general van Loisel en Tripp. Maar Lydie is een kleiner, minder complex verhaal.
Het eenvoudige gegeven is zo mooi uitgewerkt door Zidrou en Lafebre dat je niet anders kunt dan het verhaal in een keer uit lezen met een glimlach, maar ook met een kleine traan in een ooghoek.
Complimenten voor de Nederlandse tak van uitgeverij Dargaud, die het heeft aangedurfd om naast kassuccessen ook minder voor de hand liggende titels uit het fonds te vertalen, zoals Het teken van de maan en dit album, Lydie, een klein juweeltje.

Uitg. Dargaud; 60 pl.; kleur; € 14,95
☺☺☺☺

vrijdag 20 december 2013

Geen saaie geschiedenisles

Jan van Scorel, sede vacante 1523 (Paul Teng & Jan Paul Schulten)


Paul Teng behoort tot de beste tekenaars van realistisch getekende stripverhalen van Nederland. Terecht won hij vorig jaar de Stripschapprijs voor zijn gehele oeuvre. Zijn strips zoals De telescoop (met Jean van Hamme), De oneven orde en Libertair intermezzo verschijnen doorgaans bij Belgische uitgevers in de Franse taal, maar worden gelukkig meestal wel vertaald. Voor zijn nieuwe boek hoefde Teng de grens niet over. In opdracht van het Centraal Museum in Utrecht en met steun van de BankGiroLoterij werkte hij de afgelopen jaren aan Jan van Scorel, sede vakante 1523. Jan van Scorel (1495-1562) was een Nederlandse schilder die al schilderend en studerend door heel Europa reisde en daarbij ook in Italië terechtkwam. Zijn verblijf daar heeft grote invloed gehad op de ontwikkeling van de Nederlandse schilderkunst. Van Scorel had er de klassieken bestudeerd en het werk van de in Italië levende kunstenaars en nam zijn kennis mee terug naar Nederland. In 1522 stond aan het hoofd van de rooms Katholieke kerk de eerste en enige Nederlandse paus: Adrianus VI. Hij stelde van Scorel aan om de kunstschatten van het Vaticaan te inventariseren en te verkopen. Adrianus was een uiterst sobere man in tegenstelling tot zijn voorganger Leo X, die met geld smeet afkomstig uit de schatkist van het Vaticaan. De kerk had dringend behoefte aan contant geld en Adrianus hoopte daar aan te komen door een deel van de kunstschatten te verkopen. Adrianus is maar kort paus geweest; in 1523 overleed hij na een ernstige ziekte. Jan van Scorel, sede vakante 1523 speelt zich afwisselend af in 1522/23 en in 1566. Utrecht is op dat moment het toneel van heftige religieuze twisten en te midden van de om hem heen woedende Beeldenstorm bezoekt Anthonie Mor Vincent, de zoon van Jan van Scorel. Mor heeft werkelijk bestaan en was een leerling van Jan van Scorel, maar zijn bezoek aan Victor en het document waarnaar zij zoeken zijn verzonnen door de auteurs van de strip.  Volgens Schulten en Teng zat er een luchtje aan de dood van Adrianus (er werden wel vaker pausen vergiftigd) en het verhaal ontwikkelt zich tot een soort detective waarin Jan van Scorel tijdens het sede vacante (de pausloze periode waarin een nieuwe paus moet worden gekozen) op onderzoek uit gaat. De waarheid zal niet aan het licht komen. Jan van Scorel, sede vakante 1523 is geen saaie geschiedenisles geworden over van Scorel, het is ook zeker geen tussendoortje in het oeuvre van Teng. Er wordt heel veel over Jan van Scorel en zijn tijd verteld maar dat is allemaal verpakt in een verhaal dat na een wat trage start spannend is om te lezen en interessante vragen oproept. Paul Teng heeft heel mooi tekenwerk afgeleverd waarbij vooral de decors en de gezichtsuitdrukkingen indruk maken. Ook de inkleuring van Dina Kathelyn verdient lof evenals het museum da het heeft aangedurfd om op deze manier twee  belangrijke inwoners van de stad Utrecht (ook Adrianus kwam uit Utrecht) weer onder de aandacht te brengen.

Centraal Museum Utrecht 2013
80 pagina's, kleur; softcover stripalbum; € 17,50
☺☺☺

dinsdag 17 december 2013

Een tamelijk duivels verhaal

De toorn van Fantomas
(Julie Rocheleau & Olivier Bocquet)

 
Fantomas is in Frankrijk een begrip. De gevaarlijke crimineel en meester in het vermommen werd iets meer dan honderd jaar geleden bedacht door Pierre Souvestre en Marcel Allain als romanfiguur. De boeken, die verschenen met een tempo van 1 roman per maand, waren populair maar Fantomas' populariteit werd nog vergroot door de verfilming van de verhalen. Al in 1913 was de eerste (stomme) Fantomasfilm te zien. Een jaar later richtte Guillaume Apollinaire een vereniging op van liefhebbers die met elkaar discussieerden over Fantomas en de boeken die geweld en criminaliteit verheerlijkten. Niet alleen voor de schrijvers van zijn generatie (zoals Jean Cocteau) maar ook voor de surrealisten was Fantomas een bron van inspiratie. Fantomas is een van die literaire personages die fascineren door hun aan waanzin grenzende wreedheid, slechtheid en genialiteit. Zij roepen afkeer op, maar ook bewondering. Juist die combinatie maakt hen populair. Denk bijvoorbeeld ook aan The Joker. Wat direct opvalt aan De toorn van Fantomas is het mooie artwork. Julie Rocheleau maakte prachtige pagina's die ze sfeervol inkleurde met potlood en verf. Haar Parijs van rond 1900 ziet er heel gezellig uit en je zou er zo willen gaan flaneren. De gezellige, gemoedelijke sfeer die haar tekeningen hebben is enigszins in tegenspraak met het tamelijk duivelse verhaal. De Franse romanschrijver Bocquet pakte de romans van het duo Souvestre en Allain op, stofte ze wat af, concentreerde zich op de harde kant van de verhalen en baseerde hier zijn eigen boek op. Een boek dat begint met het eerste bloedige optreden van Fantomas waar Jérôme Fandor, dan nog een jongetje van tien, getuige van is. Zestien jaar na deze proloog is Fandor een journalist die de laatste stukjes schrijft van een artikel over Fantomas. Fantomas is eindelijk gepakt en wordt na een turbulent verlopend proces ter dood veroordeeld. Enkele dagen na de dood van Fantomas onder de guillotine,  wonen Fandor en Fantomas' andere aartsvijand commissaris Juve een toneelvoorstelling bij over de crimineel. Tot hun verbazing betreed Fantomas zelf het toneel en richt een vuurwapen op de loge waar Fandor en Juve zouden zitten. Vanaf dat moment zet Fantomas zijn criminele carrière voort alsof er nooit iets gebeurd is. Bocquet weet met Onthoofd, deel 1 van De toorn van Fantomas een spannende, strak geconstrueerde plot neer te zetten en naarmate je er langer naar kijkt krijg je alleen maar meer bewondering voor de pagina's van Julie Rocheleau die niet alleen mooi zijn getekend maar ook knap zijn opgebouwd. De op het eerste gezicht gemoedelijke tekeningen blijken als je ze beter bekijkt toch niet zo onschuldig te zijn. arEen ogenschijnlijk onbelangrijk detail zoals de drie duiven die in een dode rat pikken op pagina 5 zijn een voorbode van de gebeurtenissen op de pagina's erna. Mooi gedaan. Dit smaakt naar meer.

Blloan 2013
56 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 14,95
☺☺☺☺

zondag 15 december 2013

Gruwelijke moorden

De Joodse brigade 1: Vigilante (Marvano)

 
Vigilante is het eerste deel van een nieuwe oorlogstrilogie van Marvano na Grand Prix en Berlijn. Hij baseerde het verhaal op het wat minder bekende gegeven dat in 1944 onder Brits toezicht een legeronderdeel werd opgericht dat bestond uit Joden en in actie kwam onder Joodse vlag (blauwe Davidster tegen een witte achtergrond) Als een van de leden van deze Joodse brigade voert Marvano Leslie Tolliver op, die de trouwe lezers van zijn boeken nog kennen als een van de autocoureurs in Grand Prix.  In juni 1945 trekt Leslie samen met Ari, een van de andere Joodse soldaten door Polen om er een eerste opdracht uit te voeren die eigenlijk op niet veel meer neerkomt dan het in koele bloede vermoorden van een ondergedoken nazi. Bij de actie pikken Ari en Leslie  het joodse meisje Safaya op dat met hen verder reist. Tijdens hun tocht per jeep vertelt Ari aan haar over de ontstaansgeschiedenis van zijn commando en hun acties tot dan toe en wordt het drietal geconfronteerd met de gruwelijke acties van voormalige nazi's die de laatste overlevenden van de concentratiekampen uit de weg ruimen. Hoe dit verhaal verder zal verlopen moet blijken in de volgende delen, maar het gaat indrukwekkend van start. Marvano is gegroeid als stripmaker. Waar het verhaal in vorige cycli nog wel eens ten koste ging van een overvloed aan historische details, heeft hij in Vigilante een perfecte balans ween te vinden tussen het ontwikkelen van de karakters, de actie en het plaatsen van de gebeurtenissen in een historisch kader. Sterk zijn de scènes waarin hij de beelden voor zich laat spreken zoals in een lange, indrukwekkende passage waarin hij laat zien hoe de uit concentratiekamp Mauthausen vluchtende joden worden neergeknald. Het zijn dit soort gruwelen die de wraakacties van de Joodse brigade lijken te rechtvaardigen. Maar is het in koelen bloede neerschieten van een als priester vermomde ex-nazi een daad van gerechtigheid of gewoon moord? Leslie is overtuigd van het eerste maar Ari heeft er zijn vraagtekens bij of oog om oog, tand om tand wel juist is. Dat maakt Vigilante sterk. Marvano laat zijn personages reageren op de gebeurtenissen om hen heen en met elkaar in gesprek gaan waarbij ze openlijk twijfelen aan hun eigen beweegredenen en zich afvragen of hun handelen wel juist is. Marvano vertelt een genuanceerd verhaal en laat het aan de lezer over om een eigen mening te vormen.

Dargaud 2013
 48 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 14,50
☺☺☺☺

donderdag 12 december 2013

Spannend en overtuigend

Oorlog en liefde 6: Het eerloze leger (J.M. Beuriot & Ph. Richelle)


Oorlog en liefde is een van de betere series over de Tweede wereldoorlog van het moment. Centraal in de reeks staan een aantal jonge Duitse en Joodse mensen en in dit deel  volgen we Martin, een van hen. Als de serie begint is het 1930 en in dit zesde deel is het inmiddels 1943. Tot nu toe heeft Martin Mahner zich aan de gevechten weten te onttrekken maar tijdens zijn verblijf in Frankrijk wordt hij opgeroepen om als soldaat naar het Oostfront te gaan. Martin heeft niets met de nazi's en in een overwinning aan het Oostfront gelooft hij niet, maar hij ontkomt er niet aan om te gaan. Hij wordt gestationeerd in de Oekraïne, waar hij gaat werken op de Kommandatur en verblijft in  een gevorderd hotel bij mevrouw Lytsjenko. Hij raakt er bevriend met Stefan Paez, zijn pragmatische kamergenoot. Zonder dat hij er direct getuige van is wordt Martin geconfronteerd met de wreedheden van zowel de Duitse soldaten als het Russische Rode Leger. Martin moet de werkelijkheid onder ogen zien. Zijn vriendschap met Stefan komt onder druk te staan, hij volgt een bevel niet op en als hij gaat spitten in het verleden van zijn sergeant lijkt hij zijn ondergang tegemoet te gaan. Het eerloze leger is een spannend en overtuigend verhaal waarin de auteurs veelaandacht hebben besteed aan historische nauwkeurigheid en geloofwaardige personages neerzetten.

Casterman 2013
48 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 14,50

☺☺☺

woensdag 11 december 2013

Droom of nachtmerrie?

Africa dreams 3: Die goede meneer Stanley (Frédéric Bihel, Maryse en Jean-François Charles)

 
Maryse en Jean-François Charles werkt al een tijdje aan een serie stripalbums die het woord dream in de titel met elkaar gemeen hebben. Zo is er India Dreams, oorspronkelijk een vijfdelige cyclus, maar inmiddels een doorlopende serie, er was de oorlogstrilogie War and Dreams en inmiddels verschenen er ook drie delen van wat een vierluik moet worden: Africa Dreams. voor Afrika Dreams liet het echtpaar Charles het tekenwerk over aan Frédéric Bihel. En het moet gezegd worden: hij brengt het er goed vanaf. Bihel is vooral sterk in het in  beeld brengen van landschappen, zowel Afrikaanse als Engelse. Sommige plaatjes, die hij direct in kleur maakt, zien eruit als miniatuurschilderijen.
Africa Dreams zou misschien beter Africa Nightmares kunnen heten. Het verhaal speelt zich af zo rond 1900 en behandelt de 'verovering' van  Kongo, ooit privé-eigendom van de Belgische koning Leopold II. In deel 3 van Africa Dreams brengt een jonge Belgische journalist (met een knipoog naar Hergé) een bezoek aan Henry Morton Stanley om van hem het verhaal te horen over de Emin-Pasha-expeditie, de laatste grote ontdekkingsreis naar het hart van Africa. De oude, in een rolstoel levende ontdekkingsreiziger praat met liefde over Affrica, maar dat neemt niet weg dat hij om zijn doel te bereiken zo ongeveer letterlijk over lijken ging. Hij had er bijvoorbeeld geen moeite mee om Afrikaanse dorpen te plunderen als de expeditie zonder voedsel kwam te zitten. Maar wat is er intussen gebeurd met Paul Delille, de jonge Belg de in de vorige delen van Africa Dreams op zoek ging naar zijn in Afrika levende vader? aan hem worden in Die goede meneer Stanley maar een paar pagina's gewijd. Africa Dreams begon als een avonturenverhaal over Pauls speurtocht, maar daar is in Die goede meneer Stanley weinig meer van over. Het is eerder de reconstructie geworden van een zwarte bladzijde uit de Belgische geschiedenis en (in dit deel) de rol die de Engelse ontdekkingsreiziger hierbij speelde.  Daarbij geven de auteurs interessante informatie en nemen ze duidelijk stelling, maar dat gaat ten koste van het verhaal dat tot nu toe verteld werd. In deel vier van Africa Dreams zal moeten blijken of Maryse en Jean-François Charles definitief de weg kwijt zijn.

Casterman 2013
 48 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 14,50
☺☺

vrijdag 6 december 2013

Gemarteld en verbrand (maar heilig!)

Alle heiligen (Marcel Ruijters)

 
Marcel Ruijters gaat al ruim twintig jaar zijn eigen onnavolgbare gang als striptekenaar. Een groot publiek heeft hij daarbij niet aan zich weten te binden, de oplage van zijn boeken is sinds zijn debuut eerder omlaag dan omhoog gegaan. Maar tot ver over de Nederlandse grens heeft hij trouwe bewonderaars en zijn er uitgevers die hem blijven steunen.
Ruijters werk van de laatste jaren is vooral beïnvloed door Middeleeuwse kunst en afbeeldingen. In een recent interview (NRC Handelsblad, 28 november) noemt Ruijters ook het werk van Paul Bodoni als een belangrijke invloed op wat hij tegenwoordig zelf maakt.

Werk van Paul Bodoni

Het middeleeuwse zie je bij Ruijters onder andere terug in de versieringen van zijn tekenkaders, maar ook in de manier waarop hij zijn personages uiterlijk identiek en met nauwelijks een gezichtsuitdrukking, in beeld brengt. Alle heiligen is na Sine qua non en Inferno het derde boek waarin Marcel Ruijters een groepje nonnen opvoert als strippersonages. In alle heiligen staan dertien verhalen waarin deze slanke figuurtjes allerlei vreselijke dingen door moeten maken om een heilige te worden, ze worden gemarteld en verbrand, maar blijven doorgaan. Zelfs de pest, de duivel en de dood kunnen hen niet van hun geloof afbrengen. Ondanks al deze  gruwelijkheden zijn Ruijters met veel humor gemaakte pagina's een lust voor het oog. Momenteel werkt Marcel Ruijters aan een stripbiografie van Jeroen Bosch, die in 2016 moet uitkomen. Het zal de lezers van Alle heiligen  niet verwonderen dat hij juist deze schilder uitkoos om er een boek aan te wijden.

Sherpa 2013
112 pagina's kleur; gebonden ; € 24,95
☺☺☺

dinsdag 3 december 2013

Wil je populair worden, ga dan dood of ga op reis

Abeltje (Renaud Dillies & Régis Hautière)


Renaud Dillies maakte twee jaar geleden veel indruk op mij met Muizenissen, een geslaagde strip over een muis die eenzaamheid verkiest boven gezelschap. Ook Abeltje heeft weer een schattig beestje als hoofdpersoon, dit keer een vogeltje. Abeltje, de vogel in kwestie, leidt een rustig bestaan bij een meertje. Hij brengt zijn dagen, samen met de andere dieren door met kaarten, biertjes drinken en vissen zonder vis te vangen. Elke ochtend zit er in zijn hoed een papiertje met een nieuwe wijsheid. Zijn hele leven verandert als hij het meisje Epilia ziet baden, hij is meteen verliefd, plukt een bloemetje en gaat daarmee naar haar toe. Maar hij krijgt te horen dat een bloemetje niet genoeg is voor een vrouw zoals zij. Haar zul je de maan moeten geven of toch op zijn minst een tuiltje sterren. Als het verliefde vogeltje hoort dat er in Amerika machines zijn waarmee je naar de maan kunt vliegen besluit hij daar heen te gaan. Onderweg krijgt Abeltje gezelschap van Gert,een chagrijnige beer, waarmee hij samen naar de zee gaat om daar een boot te vinden die hen naar Amerika kan brengen. De eerste helft van Abeltje heeft een poëtische ondertoon, de wijsheden uit Abeltjes hoed zijn goed voor een glimlach of een schater en het vogeltje is een innemende karakter waar je al snel van gaat houden. Maar Dillies en Hautière hebben een onaangename verrassing in petto voor Abeltje en voor hun lezers. Abeltje ontdekt dat de wereld buiten zijn meertje heel anders is en hij komt er op een pijnlijke manier achter dat niemand er zit te wachten op een  dichtertje. Gelukkig is Gert er om Abeltje van straat op te rapen, maar de wijsheden die Abeltje 's ochtends uit zijn hoed haalt worden steeds somberder. Een happy end zit er dan niet meer in. Een strip om vooral niet te lezen als je een sombere bui hebt.

Blloan 2013
144 pagina's, kleur ; hardcover; € 24,95
☺☺☺☺

 

zaterdag 30 november 2013

Een cynicus met een scherpe pen

Transmetropolitan 1 - 3  (Darick Robertson & Warren Ellis)


Zelfs de best geïnformeerde stripjournalist mist weleens iets. Toen de Amerikaanse versie van Transmetropolitan tussen 1997 en 2002 verscheen bij DC/Vertigo merkte ik deze serie niet op. Gelukkig besloot men bij RW Lion om er een Nederlandstalige versie van uit te brengen en leerde ik op die manier alsnog deze satirische cyberpunkstrip kennen.
De hoofdpersoon van Transmetropolitan is een van de meest kleurrijke personages die ooit de pagina's van een comic hebben bevolkt. Spider Jerusalem is een gonzo journalist die behoorlijk beroemd en populair is geworden met zijn onthullende, niets en niemand ontziende stukken. Het geld stroomt binnen maar hij wordt gestoord van alle aandacht en verdwijnt. Vijf jaar lang leeft hij volkomen afgezonderd, maar als het geld op is, moet hij weer aan het werk en keert terug naar de stad om klotestukken te schrijven over een klotestad in een klotekrant. Een kutbaan dus. De toekomstwereld waarin Transmetropolitan zich afspeelt is volkomen verrot, de commercie is dolgedraaid, het barst van de bizarre sektes en religies, mensen doen de gekste dingen met hun lichaam en elke politicus is even corrupt. Spider Jerusalem haat zijn werk en hij veracht de wereld waar hij leeft. Met zijn scherpe pen klaagt hij alle uitwassen aan. Niet dat hij zelf zo gemakkelijk is, het is een chagrijn die net zo makkelijk iemand beledigt of verrot schopt als een ander ademhaalt, assistentes worden gek van hem en er gaan meer drugs bij hem naar binnen dan voedsel, maar als hij begint te schrijven is hij briljant. Dat Jerusalem weer terug is blijft niet lang onopgemerkt. Hij kan niet meer rustig over straat, mensen willen hem dood hebben of ze willen seks met hem, kortom hij is als snel weer net zo populair als vijf jaar eerder. Met als gevolg dat hij steeds meer drugs gaat gebruiken en steeds feller wordt. In de eerste twee delen van Transmetropolitan neemt Spider het op tegen de leiders van bizarre sektes, orgaanhandelaren en ander tuig. In deel drie gaat het helemaal los als hij de verkiezingen gaat verslaan. Transmetropolitan is geen strip voor lezers met een gevoelige maag. De verhalen zijn hard, gewelddadig, bloederig en cynisch. Op het eerste gezicht lijkt Transmetropolitan een geweld verheerlijkende strip zoals er helaas velen zijn, maar als je begint te lezen blijk je veel meer dan dat in handen te hebben. Transmetropolitan heeft meer gemeen met Brave New world of 1984 dan met Pulp fiction of, voor mijn part, Preacher. Warren Ellis en Darick Robertson laten zien welke kant het op kan gaan met onze eigen maatschappij en levert daar bikkelhard commentaar op.

Uitgeverij RW Lion
160 pagina's, kleur; paperback; € 14,95 per deel

☺☺☺

 

donderdag 28 november 2013

De overeenkomst tussen wijn maken en strips tekenen


The initiates (Etienne Davodeau)

 


In eigen land is Etienne Davodeau een van de groten van het stripverhaal met meerdere prijzen op zijn naam, maar van zijn boeken bestaan nauwelijks Nederlandse vertalingen. Alleen zijn opmerkelijke debuutreeks De vrienden van Santiel en De stroman, de thriller waarmee hij in eigen land doorbrak, werden vertaald. Dat is alweer jaren geleden en sindsdien heeft hij niet stilgezeten. Hij werkt voornamelijk voor de uitgeverijen Delcourt en Futuropolis. Voor de laatste maakte hij onder meer een verhaal in de prestigieuze Louvre-serie. Een van de redenen waarom zijn werk niet meer wordt vertaald is misschien de setting. Hij is een van die auteurs wiens verhalen zich bijna zonder uitzondering afspelen op het (Franse) platteland wat ze een regionaal karakter geeft. Als zo'n verhaal dan ook nog eens gaat over het maken van wijn, autobiografisch en non-fictie is, is het voor te stellen dat een uitgever zich afvraagt of Nederlandse en Belgische lezers hier wel op zitten te wachten. Dat zouden ze wel moeten doen, want The initiates is een van de leukste strips die ik dit jaar heb gelezen. The initiates is de Engelse vertaling van Les ignorants (uitg. Futuropolis) uit 2011.
Het verhaal bestrijkt precies een jaar waarin Etienne Davodeau door wijnboer Richard Leroy wordt ingewijd in de geheimen van het wijn maken. Op zij beurt voorziet Davodeau de wijnmaker van graphic novels en strips en laat hem zo kennis maken met het rijke en gevarieerde aanbod. Nauwkeurig en met veel gevoel voor humor beschrijft Davodeau hoe het jaar in een wijngaard verloopt. Hij helpt mee met snoeien, oogsten en bemesten en maakt kennis met de biodynamische wijnbouw. Leroy heeft zelf een uitgebreide wijnkelder en laat de striptekenaar vele soorten wijn proeven. Samen bezoeken ze wijnbeurzen en praten met wijnhandelaren en restauranthouders. 
Als ze het niet over wijn hebben praten ze over strips, Etienne neemt Leroy mee naar een stripfestival en naar een drukkerij waar een van zijn strips van de persen afrolt. Samen bezoeken ze collega's van Davodeau en er zijn gastrollen voor Lewis Trondheim, Gibrat en Guibert.
Zo droog beschreven lijkt The initiates misschien saai boek, maar dat is het zeker niet. Het is heel leuk om te lezen hoe de twee mannen steeds meer te weten komen over elkaars vak, hoe ze zien dat er, hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, overeenkomsten zijn tussen strips maken en wijn verbouwen. De vriendschap tussen de twee groeit en ze gaan elkaar steeds beter begrijpen. Net zoals een jaar daarvoor toen ze afspraken om aan dit project te beginnen, zitten de twee heren aan het einde van dit boek weer samen aan tafel en drinken een glas wijn. Maar dit keer is het de wijn waar Etienne zelf aan gewerkt heeft en is zijn boek klaar.

NBM 2013
268 pagina's zwart-wit ; hardcover $ 29,95

☺☺☺☺

 

zondag 24 november 2013

Gewetenloze schurk wordt stripheld

Roodbaard deel 1: De duivel van de Caraïben / De koning van de zeven zeeën
(Victor Hubinon & Jean- Michel Charlier)


Zonder Jean-Michel Charlier zou de Europese naoorlogse Europese strip er heel anders uit hebben gezien. De kwaliteit van zijn scenario's en de reeksen die hij opzette werden de maatstaf voor realistische stripverhalen, net zoals Goscinny's scenario's dat waren voor de humorstrip. Charlier ging kort na de Tweede Wereldoorlog werken bij het stripblad Robbedoes, waarvoor hij onder meer de pilotenstrip Buck Danny bedacht. Zo'n vijftien jaar later stond hij samen met onder anderen Goscinny aan de wieg van een nieuw tijdschrift: Pilote. En in die wieg lagen zowel Goscinny's Asterix als Charliers Roodbaard. Het was niet Charliers eerste piratenstrip. Hij had eerder al samen met Hubinon het levensverhaal van Surcouf bewerkt tot een biografie in stripvorm. Surcouf werd, net als Buck Danny getekend door Victor Hubinon. Terwijl deze Luikse tekenaar voor Robbedoes blijft werken aan Buck Danny, gaat hij voor Pilote Roodbaard tekenen. Piratenstrips hebben dan al een lange geschiedenis in de Franse en Belgische jeugdbladen. De meeste hiervan zijn inmiddels vergeten, maar veel jonge lezers groeiden er in de jaren veertig en vijftig mee op. Charlier had met Roodbaard een grote zeevaartsaga voor ogen, die jarenlang als feuilleton zou moeten doorlopen op de pagina's van Pilote. Dat was zeker in de eerste jaren het geval, maar naarmate de albumverkoop van stripverhalen belangrijker werd moesten de verhalen passen in albums van 46 pagina's. Een probleem dat Charlier oploste door binnen zijn reeksen (behalve Roodbaard waren dat ook onder meer Blueberry en Tanguy en Laverdure) weer een soort subreeksen te maken door de intrige uit te spreiden over meerdere albums.
Het heruitgeven van de reeks in bundels is een prima idee omdat er op die manier een aantal verhalen bij elkaar gebracht worden die altijd al bedoeld waren als een geheel. Bovendien krijgt de lezer nu voor het eerst de kans om dat verhaal te lezen zoals het oorspronkelijk in Pilote verscheen. De duivel van de Caraïben en De koning van de zeven zeeën kennen namelijk een merkwaardige uitgavengeschiedenis, waarbij hele pagina's en zelfs de helft van het tweede verhaal werden weggelaten om de verhalen passend te maken voor het albumformaat. De tekeningen van Hubinon komen in deze heruitgave beter tot hun recht omdat de twee pagina's die in tijdschriftvorm naast elkaar werden afgedrukt nu ook ik de boekuitgave naast elkaar staan.
Het is bijna niet te geloven dat deze eerste verhalen van Roodbaard al zestig jaar oud zijn. Het verhaal is opvallend volwassen en Roodbaard is als stripheld eigenlijk volkomen onwaarschijnlijk. Hij is een gewetenloze schurk die er geen enkele moeite mee heeft om de complete bemanning van de schepen die hij aanvalt uit te moorden. Even komt hij wat sympathieker over als hij een kleine jongen die aan boord is van een van die schepen, in leven laat. Maar al snel blijkt dat dit niet echt uit liefde of mededogen is en Roodbaard andere plannen heeft met de jongen die hij Erik doopt. Als Erik daar in De duivel van de Caraïben achter komt, komt het tot een breuk met zijn stiefvader. In De koning van de zeven zeeën wordt verteld hoe het Erik hierna vergaat, Roodbaard komt in het verhaal bijna niet voor, maar uiteindelijk is het lot van Roodbaard en Erik toch onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waarschijnlijk is het nooit Charliers bedoeling geweest om Roodbaard de held te laten zijn van zijn piratensaga, Erik is als held eigenlijk waarschijnlijker, maar uiteindelijk zou de reeks toch onder de naam Roodbaard gaan verschijnen.
Aan de heruitgave van Roodbaard is door de uitgever enorm veel zorg besteed. De verhalen zijn oud, maar niet verouderd, voor de integrale uitgave zijn ze opnieuw vertaald, geletterd en ingekleurd, waardoor zowel het scenario als de tekeningen optimaal tot hun recht komen.

Sherpa 2013
148 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 24,95

☺☺☺



Inmiddels is ook het tweede boek van Roodbaard verschenen. Het is de bedoeling dat er de komende jaren jaarlijks twee bundels gaan verschijnen.

donderdag 14 november 2013

Haaien kunnen niet achteruit zwemmen

Verdwaald (Shamisa Debroey)

 
In de afgelopen tien jaar maakte de Vlaamse strip een spectaculaire bloeiperiode door. Jonge kunstenaars lieten de erfenis van Vandersteen, Sleen en Nys links om te komen met persoonlijk en grafisch interessant werk. Nieuwe talenten doken op: Randall C., Brecht Evens, Judith van Istendael, Olivier Schrauwen... Grote commerciële successen kwamen er niet uit voort, maar deze ontwikkeling bleef niet onopgemerkt en leverde vertalingen, internationale erkenning en waardering op.
Inmiddels heeft ook deze nieuwe generatie zijn navolgers gekregen. Eerder dit jaar werden we al verrast met de debuten van Wide Vercnocke ( (Mijn lief ligt in de zetel) en Delphine Frantzen (Madame Pipi) en nu is er Verdwaald van de 24-jarige Shamisa Debroey.
Verdwaald is een indrukwekkende en poëtische graphic novel over een meisje dat opgroeit zonder ouders. Haar vader heeft zijn gezin verlaten toen ze nog heel jong was en haar moeder reist veel en is bijna nooit thuis. Ze wordt opgevoed door haar grootouders. Het meisje, eigenlijk Debroey zelf, probeert te begrijpen wat de drijfveren van haar ouders zijn. Heel mooi zijn de eerste pagina's waarin ze beschrijft hoe het voor haaien onmogelijk is om achteruit te zwemmen. Ze kunnen niet stilstaan of achteruitkijken, maar moeten verder. Heel mooie symboliek waarmee ze probeert om zich in de geest van haar vader te verplaatsen. Verdwaald is een in scherpe lijnen prachtig getekend en fel ingekleurd verhaal waarin de invloed te herkennen is van Randall C., haar leermeester en Brecht Evens. Shamisa Debroey maakt optimaal gebruik van de mogelijkheden die er zijn om een verhaal te vertellen met beelden. Sterk zijn de pagina's van een gezin aan tafel waarbij steeds meer leden van het gezin worden weggekrast totdat op de laatste pagina alleen de vertelster nog herkenbaar is: 'Zelfs in een kamer vol met vrienden dacht ik maar aan een ding.'
Debroey neemt je mee door een bewustwordingsproces heen waarbij zij een beter begrip krijgt voor wat haar vader drijft en voorzichtig erkent dat ze misschien zelf ook die sterke drang naar vijheid heeft. Verdwaald raakt je en is een verhaal dat je nog lang bijblijft. Een droomdebuut.

Oog & Blik / De Bezige Bij 2013
80 pagina's ; kleur € 24,90
☺☺☺☺☺

maandag 11 november 2013

Openhartig en ontroerend

Door zonder familie (Gerrit de Jager)

 

De jaren tachtig waren een gouden tijd voor de Nederlandse strip.  Albums verschenen in oplages waar stripmakers tegenwoordig alleen nog maar van kunnen dromen. De meest succesvolle reeksen van eigen bodem waren Franka, Storm, Agent 327, Jan Jans en de kinderen, Sjef van Oekel, Joop Klepzeiker en natuurlijk  De familie Doorzon.
De familie Doorzon werd bedacht door Gerrit de Jager en Wim Stevenhagen, die tot dan toe als stripmakers vooral in de alternatieve hoek actief waren. Vanaf het moment dat de grappen rond de disfunctionele familie verschenen in de Nieuwe Revu was het een hit. Niets was heilig in deze strip die een venijnige tegenhanger was van de destijds populaire familiestrips zoals De familie Achterop (Dik Browne en Mort Walker) die jarenlang op de achterpagina van het vrouwenblad Margriet stonden.
Al snel verkochten de bundels van De familie Doorzon zo goed dat de oplagecijfers die van Suske en Wiske overtroffen.  Op  het eerste gezicht was het leven van de Jager en Stevenhagen één groot succesverhaal, maar achter de schermen gebeurden heel andere dingen. Over deze periode maakte Gerrit de Jager een graphic novel. De Jager begin twintig als hij trouwt en vader wordt van een dochter. Het jonge gezin koopt een woning in Lelystad en Gerrit reist heen en weer tussen zijn gezin en de studio in Amsterdam waar hij met een aantal andere tekenaars werkt.  De Jager beschrijft met veel gevoel voor humor de gang van zaken op de studio waar steeds vaker allerlei randfiguren zoals Theo van Gogh en Herman Brood aan komen waaien. De studio wordt gerund door Fer Gevelfuts (in wie de insider zonder moeite Ger van Wulften herkent) die ook de Jagers uitgever en agent is. In 1979 slaagt Gevelfuts erin om Doorzon aan de Nieuwe Revu  te verkopen en dat betekent voor het duo de Jager en Stevenhagen een vaste job voor één goedbetaalde pagina per week. Gerrit de Jager en zijn uitgever proberen het succes van Doorzon zo veel mogelijk te gelde te maken en sluiten lucratieve deals af voor nieuwe uitgaven en distributie. Dit tot ongenoegen van de andere helft van het duo. Wim ziet zichzelf als een kunstenaar met linkse idealen en kan dat maar moeilijk verenigen met de richting die zijn jeugdvriend uitgaat. De Jager verwijt op zijn beurt Wim Stevenhagen dat hij te lui is om meer te werken en alleen maar wil profiteren van het geld dat Doorzon oplevert. Dan gaat het mis. Terwijl De familie Doorzon hoge verkopen haalt verlaat Gerrits vrouw hem voor een ander en laat hem achter in hun Lelystadse doorzonwoning . Het gaat steeds meer moeite kosten om zijn carrière en zijn privéleven met elkaar te verenigen en de Jager ontdekt de voordelen van het gebruik van cocaïne als er gepresteerd moet worden. Dan komt hij er ook nog achter dat zijn uitgever hem al jaren belazert. Zonder een blad voor de mond te nemen geeft hij in Door zonder familie een inkijkje in de Nederlandse stripwereld van begin jaren tachtig, waar hij een van de belangrijkste vertegenwoordigers van was. Dat het succes ook een keerzijde had toont hij door te beschrijven hoe hij moeizaam probeerde overeind te blijven terwijl om hem heen de vriendschappen en relaties afbrokkelden. Uiteindelijk  komt het behalve tot een scheiding met zijn vrouw ook tot een breuk met Wim Stevenhagen en zijn uitgever en moet Gerrit de Jager alleen verder. In Door zonder familie beschrijft Gerrit de Jager met veel humor en ironie, maar ook ontwapenend, openhartig en ontroerend over een boeiende, maar ook heftige periode in zijn leven.

Oog & Blik / De Bezige Bij 2013
256 pagina's ; paperback; zwart-wit  € 24,90
☺☺☺☺☺

 

zaterdag 9 november 2013

Boerenbedrog verspreid door geldwolven uit Hollywood

Canardo 22: De oude eend en de zee (Benoit Sokal)

 
Ieder nieuw deel van de serie Canardo is iets om naar uit te kijken. Al meer dan twintig jaar lang weet Benoit Sokal het zelfde hoge niveau van zijn serie te handhaven. Je weet als trouwe lezer  wat je van Canardo mag verwachten, maar toch weet Sokal telkens weer te verrassen met zijn onderwerpkeuze en de geraffineerde manier waarop hij verschillende actuele zaken in de plot met elkaar combineert en er de draak mee steekt.
Voor wie Canardo niet kent: alle personages in deze reeks zijn dieren die handelen als mensen. Canardo is een eend die het stereotype uiterlijk gekregen van een  privédetective  zoals we die kennen uit de film noir en de romans van Chandler en Hammett: lange regenjas met daarin een fles drank en een sigaret hangend in een mondhoek. In de loop der jaren werd Canardo's universum uitgebreid met een stoet van minstens even maffe bijpersonen die regelmatig in de verhalen terugkeren zoals in dit boek de duidelijk op Ernest Hemingway gebaseerde kapitein Ballingway (uit De witte Cadillac), naar wie ook de titel van dit boek verwijst.
In De oude eend en de zee heeft Canardo zijn neefje Marcel te logeren wiens moeder op de Seychellen ligt met haar nieuwe borsten. Als het verhaal begint verlaten Canardo en zijn neef net de bioscoop waar ze Momo le Merou hebben gezien, een animatiefilm over een schattige roodgestippelde tandbaars (niet per ongeluk gebaseerd op Finding Nemo). De film en het personage zijn zo populair dat het verboden wordt om nog langer op de roodgestippelde tandbaars te vissen, een zeldzame diersoort  die alleen voorkomt op het eiland Koedoelia, een oude kolonie van Belgamburg.  De economie van dit eiland draait echter volledig op de vangst van de roodgestippelde tandbaars. Als de vrouw van een rijke Belgamburgse industrieel, Vandepoutte, wordt ontvoerd door Koedoeliaanse piraten die eisen dat het visverbod weer ongedaan gemaakt wordt roept de hertogin van Belgamburg Canardo's hulp in. Canardo vertrekt naar Koedoelia met in zijn kielzog neefjeMarcel,  voor wie een verrassende rol is weggelegd. Al snel loopt het fout op Koedoelia. De gebeurtenissen raken in een stroomversnelling en er ontwikkelt zich een briljante satire waarin onder anderen de filmindustrie en de milieubeweging op de hak worden genomen. Vooral de toespraak van de hertogin van Belgamburg op de laatste pagina's is hilarisch. De oude eend en de zee is weer een heel leuk deel in deze topserie.

Casterman 2012
48 pagina's ; hardcover; € 11,50

☺☺☺☺

 

maandag 4 november 2013

Schrijvende muis

Dromen & muizenissen (Dillies)


 
Deze week verschijnt Abeltje, het nieuwe boek van Renaud Dillies, een uitgave waar ik naar uit heb gekeken. Renaud Dillies, wie was dat ook alweer? Hij debuteerde als stripmaker in 2003 met Betty Blues, een verhaal over een trompet spelende eend, en won er meteen een prijs mee in Angoulême. Sindsdien verschijnen er regelmatig nieuwe, humoristische strips van zijn hand. Zijn eerste in het nederlands vertaalde strip Dromen & muizenissen was meteen een van de leukste boeken die in 2011 verscheen. Ik schreef er een lovende recensie over voor Zozolala. Met Dromen & muizenissen sluit Dillies aan bij een traditie die zo ongeveer even oud is als het stripverhaal: de dierenstrip. Het klinkt misschien wat paradoxaal, maar mits goed gemaakt is een dierenstrip een prachtig medium om iets te zeggen over mensen. (Zie voor een uitgebreid overzicht Joost Pollmanns Een boktor met gesteven kraagje). In dit geval is de hoofdpersoon, en gezien de titel zal dat niemand verbazen, een muis. Charlie, zoals de muis heet, woont alleen en verslijt stapels papier want hij is schrijver. Op een dag krijgt hij bezoek van een vogeltje dat zich voorstelt als meneer Eenzaamheid en aankondigt dat hij elke keer zal opduiken wanneer Charlie zich eenzaam voelt. Het is een van de leukste karakters in dit verhaal waarvan iedere pagina een nieuwe verrassing is. Dillies hanteert een speelse, lichtvoetige manier van vertellen, speelt met de kaders en brengt met slim gebruik van lijn en kleur zijn dieren tot leven. En zo ontwikkelt zich een verhaal over de dagelijkse belevenissen van Charlie de muis ten tijde van het carnaval. En juist dan, als iedereen feestviert valt het niet mee om alleen te zijn. Dat Dromen & muizenissen niet alleen een leuk verhaal is moge duidelijk zijn, de thematiek zal voor veel mensen herkenbaar zijn: Alleen zijn valt niet altijd te verkiezen boven het hebben van gezelschap, maar je kunt ook van de eenzaamheid houden.

Uitg. Blloan 2011; 80 pagina's kleur; harde kaft

☺☺☺☺☺

zondag 13 oktober 2013

Bijzonder begaafde stripmakers

Arman en Ilva 8: De bijzonder begaafden (Thé Tjong-Khing & Lo Hartog van Banda)

 
Er zijn maar weinig stripverhalen die veertig jaar nadat ze voor het eerst verschenen nog even boeiend en relevant zijn. Dan heb je met iets te maken dat een tijdloze kwaliteit heeft. Zo'n strip is Arman en Ilva van Thé Tjong-Khing & Lo Hartog van Banda. Beide heren werkten in 1969, het jaar waarin de strip van start ging, voor de Toonderstudio's. De 16 verhalen die zij samen maakten werden verkocht aan kranten, die ze publiceerden met een ritme van één strook per dag. Iets wat je je nu eigenlijk niet meer voor kunt stellen. De verhalen zijn vrij complex en de auteurs namen er rustig de tijd voor om spanning op te bouwen en de intrige te ontwikkelen. Als we bijvoorbeeld naar De bijzonder begaafden kijken zien we op pagina 10 t/m 13 een bijzonder spannende scène waar zo goed als geen tekst in voor komt. Dat zijn zeven stroken, zeven dagen dus waarvan vier volledig zonder tekst. Kom daar nu nog maar eens mee. Maar toen kon het. Bij de meeste verhalen lijken Khing en van Banda zich niet zo druk te hebben gemaakt over het dagritme en ze meer als een doorlopend verhaal te hebben gecomponeerd. Op die manier laten de verhalen zich ook heel goed lezen en dan valt op hoe goed de scenario's van Banda in elkaar zitten en hoe geraffineerd ze in beeld werden gebracht door Khing. Hier zijn twee bijzonder begaafde stripmakers aan het werk.
Arman en Ilva is een sciencefictionstrip, maar zonder dat de nadruk sterk op de techniek gelegd wordt. De decors van de strip zijn futuristisch, de kleding, de eetgewoonten, maar het gaat de auteurs vooral om de interactie tussen hun personages wat het geheel een tijdloze kwaliteit geeft. Immers: de wereld verandert en voortdurend worden er nieuwe dingen bedacht maar de mens verandert niet. In De bijzonder begaafden kon Banda zijn interesse kwijt voor het bovennatuurlijke. Hij voorzag toen al dat er zo iets zou gaan ontstaan als kunstmatige intelligentie, maar is de menselijke geest niet ovenveel in staat en misschien wel meer dan een denkende computer. Hij zet de gevaren van hoog begaafde mensen af tegen de gevaren van hoog ontwikkelde computers. Hij doet dat in een thrillerachtig verhaal dat begint met een moord onder hypnose. Wie de moord pleegt wordt al op de eerste pagina's van het verhaal gepleegd. De plot ontwikkelt zich niet rond de vraag wie de misdaad gepleegd heeft , maar waarom de moord gepleegd is. Khing is in dit verhaal in topvorm. De spanning wordt knap opgebouwd, de emoties worden krachtig uitgebeeld en hij speelt met herhalingen en beeldrijm als een vakkundig regisseur. Het is geen geheim dat Khing over een enorme filmkennis beschikt en vaak zijn de beeldschone vrouwen die hij tekent gebaseerd op actrices zoals in het geval van De bijzonder begaafden Tru-Daa die hij het uiterlijk gaf van de actrice France Nuyen.
Halverwege de jaren zeventig zette Khing een punt achter het tekenen van strips om een van de beste kinderboekenillustratoren van Nederland te worden. Maar zijn werk als striptekenaar is nooit vergeten. Sinds een aantal jaren worden de verhalen van Arman en Ilva herdrukt in een serie perfect verzorgde uitgaven waarin de kwaliteit van de verhalen optimaal tot zijn recht komt. Ieder boek bevat naast het verhaal ook een uitgebreide analyse hiervan en (vaak uniek) bronmateriaal.

De kwaliteit van Khings stripverhalen heeft veel jongere striptekenaars beïnvloed en geïnspireerd. Als extraatje bij deze uitgave zijn negentien pagina's met tekeningen en teksten opgenomen waarin Nederlandse stripmakers eer bewijzen aan de dit jaar tachtig jaar geworden The Tjong-Khing.

Sherpa 2013
86 pagina's ; zwart-wit; hardcover; € 24,95

☺☺☺☺☺