donderdag 9 november 2017

Een beer van een man in huis

MY BROTHER'S HUSBAND (Gengoroh Tagame)
De meeste mangalezers hadden nog nooit gehoord van Gengoroh Tagame toen in 2014 de eerste pagina's van het vertederende verhaal My brother's husband verschenen in het tijdschrift Monthly Action. Tagame was vooral bekend bij de liefhebbers van bara manga (menzu rabu), een genre erotische gay manga dat zich in tegenstelling tot de softere yaoi richt op homoseksuele mannen. Tagame is een van de meest prominente makers van dit soort strips, waarvan onlangs een uitstekend gedocumenteerde bloemlezing verscheen bij Fantagraphic books met de titel Massive. Tagames mannen zijn doorgaans zeer stevig, flink behaard en bebaard, hebben een stoer uiterlijk en bedrijven harde seks met elkaar.
My brother's husband is Tagames eerste strip voor een algemeen publiek. Er zit geen seks in, maar niettemin leidde het verhaal tot stevige discussies in Japan, want al zou je het niet denken als je de Japanse cultuur alleen kent uit manga, homoseksualiteit is er nog behoorlijk taboe. My brother's husband verscheen na de voorpublicatie als vierdelige serie boeken, waarvan de eerste twee inmiddels werden vertaald en gebundeld door Pantheon Books.
Yaichi is een gescheiden vader die in zijn eentje zorgt voor zijn dochtertje Kana. Zijn ouders leven niet meer en zijn homoseksuele broer Ryoji verloor hij negen jaar eerder uit het oog toen die emigreerde naar Canada. Op een dag staat er een beer van een man voor zijn deur; Mike Flanagan blijkt de echtgenoot te zijn van zijn  broer, die een maand eerder is overleden. Mike is naar Japan gegaan omdat hij het geboorteland van zijn man altijd al heeft willen zien en om met Yaichi, die uiterlijk veel op Ryoji lijkt, over hem te praten.
Er ontstaat een onwaarschijnlijke vriendschap tussen de twee, die vooral door Kana wordt gestimuleerd. Het meisje is vanaf de eerste dag weg van Mike, heeft er geen enkel probleem mee dat hij gay is, en wil het liefst dat hij altijd bij haar blijft.
Het verhaal is een tikkeltje voorspelbaar en dreigt hier en daar wat sentimenteel te worden, maar daar staan heel mooie scènes tegenover. Een van de meest ontroerende momenten vond ik zelf dat waarop een jongen uit de buurt war Yaichi woont zijn coming out heeft bij Mike. Dan moet je toch even slikken. My brother's husband is een hartverwarmend en soms hartbrekend verhaal over gescheiden ouders, homo-ouderschap, coming out en (volgens Tagame zelf) vooral over familie. Ik heb het in één keer uitgelezen en kijk uit naar het vervolg.
Pantheon 2017; 350 pagina's; gebonden, zwart-wit; $ 24,95

☺☺☺☺

maandag 6 november 2017

Observaties van een parkbankje

I. THE PARK BENCH (Christophe Chabouté)
II. ALONE (Christophe Chabouté)

Christophe Chabouté is een man van weinig woorden. Dat is in ieder geval de indruk die je krijgt na het lezen van twee recente uitgaven van zijn werk door een Engelse en een Amerikaanse uitgever. Voor het Nederlandse taalgebied is Chabouté nog een onbekende, er is nog niets van hem vertaald, maar in Frankrijk wordt hij beschouwd als een  belangrijke stripmaker. . Bij het grote (Franse) publiek is hij vooral bekend van zijn stripbewerking in twee delen van Herman Melvilles roman Moby Dick.  
Hij won diverse prijzen en werd in 2008 in Angoulême genomineerd voor Tout seul, waarvan Alone de vertaling is.

Alone gaat over een verlegen, misvormde man, die helemaal alleen woont in een vuurtoren op een eilandje voor de Bretonse kust. Hij is nooit van dit eiland af geweest en kent de wereld erbuiten niet. Een van zijn schaarse bezittingen is een woordenboek. Om zichzelf te amuseren zoekt hij hier een woord in op en probeert zich aan de hand van de omschrijving voor te stellen hoe het voorwerp dat hij heeft gekozen er uit ziet.
Af en toe wordt de eenzame man voorzien van voedsel en wat hij verder nodig geeft door vissers. Onderweg speculeren ze over de man die ze nooit gezien hebben en zijn leven. Een jonge visser wordt nieuwsgierig en stuurt de kluizenaar een briefje. Dan begint zijn leven te veranderen.
Het verhaal van Alone is klein en simpel, maar wordt meesterlijk verteld. Chabouté brengt de man tot leven in gedetailleerde zwart-wittekeningen die zijn dagelijkse routine weergeven. De hoofdstukken die steeds op elkaar lijken, net als de dagen van de kluizenaar, veranderen steeds op een subtiele manier als de dagelijkse sleur plaatsmaakt voor zijn innerlijke leven. Meesterlijk!

The park bench is recenter werk van Chabouté. Het boek met de fraaie titel Un peu de bois et d'acier verscheen oorspronkelijk in 2012. Het volledig tekstloze boek laat een parkbank zien waarop en waaromheen zich een jaar lang van alles afspeelt. In de loop van dat jaar keert een aantal personages steeds terug op de bank en het is alsof de bank zelf meekijkt naar de kleine veranderingen in hun levens. En de lezer met hem. Je leert ze kennen en gaat met ze meeleven.
Een origineel gegeven dat door Chabouté knap wordt uitgewerkt.
I. Faber and Faber 2017; 328 pagina's; paperback, zwart-wit; Prijs £ 14,99
II.Simon and Shuster 2017; 368 pagina's; paperback, zwart-wit; $ 25,00

I.☺☺☺☺ II. ☺☺☺☺☺

maandag 9 oktober 2017

Leven in een niemandsland tussen kindertijd en volwassen zijn

EEN ZUS (Bastien Vivès)
Zo'n acht jaar geleden verscheen De smaak van chloor van de toen nog piepjonge Bastien Vivès, een mooi verhaal dat zich bijna volledig afspeelt in een zwembad. In die periode maakte Vivès in rap tempo het ene na het andere prachtige boek, steeds wisselend van stijl en experimenterend met kleur en vorm. Wat niet veranderde was zijn thematiek. Al de verhalen gaan over jonge mensen die de uitdagingen van het leven aan moeten gaan. Na jarenlang andere dingen te hebben gemaakt pakt hij in Een zus dat thema weer op.
De hoofdpersoon in Een zus is Anthony, een jongen van dertien die jaarlijks met zijn ouders en jongere broer Tim in de zomervakantie twee maanden aan de kust van Bretagne op vakantie gaat. Hij brengt zijn tijd door met tekenen en rondzwerven aan het strand met Tim, op zoek naar schelpen en krabben. Tim is nog echt een kind, maar Anthony begint te veranderen en gaat die zomer een nieuwe levensfase in wanneer Hélène verschijnt. Zij is de dochter van een vriendin van zijn ouders. Hélènes moeder heeft net een miskraam gehad en Anthony's ouders nodigen moeder en dochter uit om bij hun tot rust te komen.
Een zus is een knap geconstrueerd verhaal over de stappen die een jongen zet op weg naar volwassenheid. Zijn jongere broer staat symbool voor de kindertijd die hij bezig is achter zich te laten en van wat de volwassenen doen krijg je nauwelijks iets te zien, waarmee duidelijk gemaakt wordt dat Anthony daar ook nog niet bij hoort. Anthony en Hélène  leven in een soort niemandsland tussen kind zijn en volwassenheid, waarin ze alleen elkaar hebben.
Hélène is een paar jaar ouder dan Anthony en ze is eerst als een soort beschermende oudere zus voor hem, maar die rol verandert. Hélène daagt hem die zomer op allerlei manieren uit. Ze krijgt de verlegen jongen zover dat hij voor het eerst rookt, flessen wijn steelt, meedrinkt met haar en andere tieners en ze kleedt zich zonder schaamte uit waar hij bij is. En Anthony laat zich verleiden. Die zomer heeft Anthony met Hélène zijn eerste seksuele ervaringen. Het is knap van Vivès dat hij bij het vertellen van dit verhaal ook de lichamelijke details niet uit de weg gaat.
Een zus was bij verschijnen in Frankrijk niet onomstreden. In het verhaal is er geen sprake van verliefdheid en heftige emoties, maar van twee jonge mensen die op elkaar zijn aangewezen en samen de seksualiteit ontdekken. Maar Een zus is niet ranzig of pornografisch. Integendeel, het is een gevoelig, integer en menselijk verhaal.
Casterman 2017; 212 pagina's; harde kaft, zwart-wit; € 24,95

☺☺☺☺☺

woensdag 20 september 2017

Op reis met een pratende geit

WAAR DE MIEREN HEEN GAAN (Michel Plessix & Frank Le Gall)
Kort voor zijn dood verscheen er na jaren weer nieuw werk van Michel Plessix in een Nederlandse vertaling: Waar de mieren heen gaan. Michel Plessix werd bekend met zijn bewerking in stripvorm van Kenneth Grahames boek De wind in de wilgen en zijn vervolg hierop: De wind in de woestijn.
Waar de mieren heen gaan borduurt hier in zekere zin op voort. Het is getekend in de zelfde stijl met tot in de kleinste grappige details uitgewerkte tekeningen, Voor het verhaal deed hij dit keer een beroep op Frank Le Gall, die de nostalgisch ingestelde stripliefhebbers nog kennen van de zeevaartreeks Theodoor Cleysters. Hun samenwerking leverde een prachtig boek op.
Waar de mieren heen gaan is een soort oosters sprookje met een wat mystieke inslag. Net als het tekenwerk is ook het verhaal rijk aan details en verwijzingen naar bijvoorbeeld andere sprookjes.
Het is, zoals dat bij sprookjes hoort, op het eerste gezicht een eenvoudig verhaal. De Marokkaanse Saïd is een wat dromerige jongen die graag filosofeert. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af waar de mieren die hij in colonne achter elkaar aan voort ziet kruipen heen gaan. Hij is er namelijk van overtuigd dat ze een doel hebben. Op een dag krijgt de jongen bezoek van zijn opa, die hem mee neemt naar het platteland. De oude man vindt dat hij lang genoeg geiten heeft gehoed, gaat op pelgrimstocht en laat Saïd achter bij de kudde. Onder de geiten bevindt zich er een die kan praten waarmee hij grappige gesprekken heeft. Het hoeden van de geiten boeit de jongen niet erg, veel liever gaat hij de mieren achterna om te zien waar ze heen gaan. Samen met de pratende geit begint hij aan zijn eigen bedevaart, een reis die een verrassende ontknoping heeft,
Waar de mieren heen gaan is een verhaal waarin terloops allerlei levenswijsheid en grote thema's zoals liefde, hebzucht, het doel van je leven voorbijkomen. Het doet met zijn pratende geit en oosterse setting wel wat denken aan De kat van de rabbijn van Sfarr, maar heeft zijn heel eigen sfeer. Een sprookje voor jong en oud dat een groot publiek verdient.
Casterman 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

☺☺☺☺

vrijdag 1 september 2017

Een huis vol herinneringen

LA CASA (Paco Roca)


In 2007 verscheen Rimpels van Paco Roca. Ondanks, of misschien wel dankzij het onalledaagse thema werd deze grafische roman over een dementerende, oude man een bestseller. Niet alleen in eigen land, maar tot ver buiten Spanje werd het boek verkocht en reageerden pers en publiek enthousiast. Een onbedoeld bijeffect van zijn succes is dat Roca tegenwoordig wordt gezien als een soort frontman van de nieuwe generatie Spaanse stripmakers. (zie mijn bespreking van Spanish fever).
Van Rimpels verscheen de Nederlandse vertaling bij Silvester, maar daarna bleef het lange tijd stil. Tot nu toe. Bij soul food comics verscheen La casa.
Het huis (la casa in het Spaans) waarnaar de titel van dit boek verwijst, staat ergens op het Spaanse platteland. Het werd met eigen handen gebouwd door Antonio als vakantiehuis voor hem, zijn vrouw en drie kinderen. De laatste jaren van zijn leven woont hij er na het uitzwermen van zijn kinderen en  de dood van zijn vrouw nog alleen. Nadat Antonio ook zelf is overleden besluiten zijn kinderen om het huis te verkopen en ze komen een weekend bij elkaar om het huis op te knappen voor de verkoop. Het spreekt bijna vanzelf dat daarbij allerlei herinneringen naar boven komen en er oude en nieuwe wederzijdse ergernissen en spanningen opkomen.
Hollywooddrama? Integendeel! Paco Roca pakt het onderwerp vakkundig aan en levert een gevoelig verhaal af dat nergens te sentimenteel wordt. Natuurlijk wordt er veel gepraat in dit boek, maar ook hier toont Roca zijn vakmanschap. Door een uitgekiende pagina-indeling en een slimme afwisseling van tijden met elk een eigen kleurenpalet wordt het ondanks de vele dialogen nooit saai en identificeer je je zonder moeite met overtuigende personages onder helaas voor velen herkenbare omstandigheden.
La casa is een geslaagd verhaal dat Paco Roca maakte als een eerbetoon aan zijn vader. Van Guus van Sonsbeek, de eerder dit jaar overleden oprichter van soul food comics, is het een geschenk aan zijn eigen zoon.
Roca liet al eerder zien dat hij moeilijke onderwerpen (zoals ouderdom) niet uit de weg gaat en levert met La casa een boek op dat we zonder overdrijven mogen rekenen tot het beste dat dit jaar verschijnt.
Soul food comics 2017; 132 pagina's;hardcover, kleur; € 22,50

☺☺☺☺☺

zondag 23 juli 2017

Een prima introductie op de nieuwe Spaanse strip

SPANISH FEVER (samenstelling Santiago Garcia)

Na de dood van dictator Franco beleefde het Spaanse stripverhaal een bloeiperiode. Striptijdschriften schoten als paddenstoelen uit de grond, Spanjaarden konden nu ook kennismaken met strips voor volwassenen die voorheen verboden waren en Spaanse stripmakers hoefden niet langer op zoek te gaan naar werk buiten de landsgrenzen.
Er werd veel vertaald, maar het was ook de tijd waarin een nieuwe generatie striptekenaars doorbrak en zelfs internationaal succes zou kennen: Ruben Pellejero, Daniel Torres, Manfred Sommer… Jordi Bernet, die tot dan toe vooral voor Franse en Belgische uitgevers tekende maakte zijn beste strip voor een Spaans stripblad: Torpedo.
Aan die bloeiperiode kwam abrupt een eind aan het einde van de jaren negentig. Net als in de rest van Europa verdween het ene na het andere striptijdschrift en de markt voor volwassen stripverhalen zakte ineen. Jonge stripmakers zagen zich opnieuw gedwongen om buiten Spanje naar uitgevers te zoeken. Er waren er die voor Marvel gingen werken en anderen klopten aan bij Franse uitgevers, in het geval van Juan Guarnido leverde dat een bestseller op: Blacksad. In Spanje zelf werden de stripschappen hoofdzakelijk gevuld met superheldenstrips en manga.
Het tij keerde zo'n tien jaar geleden met de opkomst van de graphic novel. Persepolis van Marjane Satrapi, Palestine van Joe Sacco en Fun Home van Alison Bechdel sloegen ook in Spanje aan. Dat inspireerde een nieuwe generatie stripmakers om ook graphic novels te maken. Het eerste succes kwam in 2007 met Maria y yo van Gallardo en Rimpels van Paco Roca. Van Rimpels werden meer dan 70.000 exemplaren verkocht, het werd in vele talen vertaald en er werd een tekenfilm van gemaakt. Roca werd de voorman van de nieuwe Spaans strip. Het leverde een hoop nieuwe namen op, maar ook een aantal oudgedienden zoals Max (Bardin de surrealist), Miguel Gallardo of Pere Joan zagen nieuwe mogelijkheden in het format van de graphic novel.
Het leverde nu al een aantal klassiekers op zoals El arte de volar van Altarriba en Kim. Er is tot nu toe erg weinig vertaald in het Nederlands, dus het loont de moeite om eens een stripwinkel of de stripafdeling van de FNAC binnen te stappen als je een keer in bijvoorbeeld Barcelona bent, om te zien wat er tegenwoordig aan oorspronkelijk Spaanse graphic novels gemaakt wordt, maar Spanish Fever is alvast een prima introductie. Deze bloemlezing verscheen oorspronkelijk vijf jaar geleden als Panorama in Spanje en werd opgepikt door Fantagraphics in Amerika, dat er een Engelstalige versie van uitbracht. Het is een dikke en kleurrijke bundel verhalen die laat zien dat er in Spanje momenteel erg goede stripverhalen gemaakt woorden met een enorme variatie aan stijlen en thema's.
Fantagraphics 2017; 300 pagina's; paperback, kleur; Prijs $29,99

☺☺☺☺

donderdag 6 juli 2017

Zwart-wit met bloedrode accenten

IK, MOORDENAAR (Keko & Antonio Altarriba)
Altarriba en Keko (José Antonio Godoy) zijn twee van de auteurs die het Spaanse stripverhaal de laatste jaren nieuw leven hebben ingeblazen. Keko brak als tekenaar door in 2011 met La protectora, een bewerking van Henry James' The taming of the shrew. Altarriba schrijft romans en scenario's. Hij oogstte veel lof voor El arte de voler, getekend door Kim (Joaquim Aubert Puigarnau),waarin hij een halve eeuw Spaanse geschiedenis vertelt aan de hand van het leven van zijn vader. Een verhaal van Kim en Altarriba is opgenomen in Spanish Fever.
In het dagelijks leven is Altarriba docent aan een universiteit. Wellicht inspireerde deze omgeving hem tot het schrijven van Ik, moordenaar. De hoofdpersoon van dit boek, Enrigue Rodriguez Ramirez is professor kunstgeschiedenis aan de universiteit van Baskenland. Zijn specialiteit is pijn, lijden en marteling in de westerse schilderkunst, een thema dat hij in zijn colleges verkent aan de hand van het werk van mensen zoals Goya, Munch en Bacon.
Maar het blijft voor Rodriguez niet bij de theorie, hij is zelf ook kunstenaar, een performancekunstenaar zonder publiek. Rodriguez beschouwt het vermoorden van mensen als de puurste vorm van kunst en begaat onopgemerkt de ene na de andere moord. Hij bereidt zijn acties zorgvuldig voor en doodt nooit twee keer op dezelfde manier. Hij werkt zijn moorden zo geraffineerd uit dat hij ongemerkt zijn gang kan blijven gaan. Totdat een collega en rivaal van hem wordt vermoord en hij de eerste verdachte is.
Ik, moordenaar is dus geen whodunit, vanaf de eerste pagina is duidelijk wie de moordenaar is, maar de lezer krijgt in dit in de ik-vorm vertelde verhaal een kijkje in zijn geest, waar gek en geniaal heel dicht bij elkaar liggen. Toch is Ik, moordenaar een spannend verhaal want ontdekking ligt natuurlijk voortdurend op de loer en hoe blijft Rodriguez, hoe geniaal hij ook is, uit handen van de politie? Maar het is niet alleen spannend, het bevat ook schitterende dialogen en mooi tekenwerk. Keka heeft goed gekeken naar de meesters van de zwart-wittekening zoals Will Eisner en Alberto Breccia en bewijst zijn talent met deze gruwelijke graphic novel in zwart-wit met bloedrode accenten.
Scratch 2017; 136 pagina's; hardcover, zwart-wit met rood; € 24,90

☺☺☺☺